Het dreigingsniveau voor ons land blijft op 3. Dat wil zeggen dat de dreiging op dit moment ernstig is. "En dat zal voor het einde van de zomer niet veranderen", zegt Gert Vercauteren, directeur van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD).
Dreigingsniveau blijft op 3: "Zal voor einde van de zomer niet veranderen"
Dreigingsniveau 3 is al van kracht sinds oktober 2023. Een terrorist vermoordde toen in naam van IS 2 Zweedse voetbalsupporters in Brussel.
Acht maanden later is het niveau nog altijd niet gezakt. "En dat zal voor het einde van de zomer niet veranderen", zegt Gert Vercauteren uit als directeur ad interim. Niveau 3 wil zeggen dat "de dreiging op dit moment ernstig is". Enkel niveau 4 is hoger, daarbij is dreiging "zeer ernstig".
Gaza
"We kijken daarvoor naar verschillende factoren" licht Vercauteren toe. "Het aantal meldingen, de ernst ervan en het aantal terreurdossiers bij gerecht, politie en inlichtingendiensten. En naar trigger events: gebeurtenissen die een emotionele impact hebben en reactie kunnen uitlokken. Met de start van het conflict in de Gazastrook hebben we in oktober vorig jaar zo’n event gehad. De situatie in ons land wordt nauwlettend opgevolgd."
OCAD registreerde in oktober-november een veertigtal dreigingsmeldingen die in verband konden gebracht worden met het conflict, en ook een veertigtal lichte incidenten, waarbij antisemitisme vaak een belangrijke rol speelde. Ook vandaag houdt een aanzienlijk deel van de dreigingen verband met de situatie in het Midden-Oosten. Het is de belangrijkste reden waarom het niveau op 3 blijft. Zelfs zonder de aanslag in Brussel in oktober zou het niveau naar 3 gegaan zijn, zegt Vercauteren.
Concreet wil dat dreigingsniveau zeggen dat er verhoogde waakzaamheid is bij politie- en veiligheidsdiensten. Bij grote evenementen deze zomer kunnen er bijvoorbeeld ook extra controles zijn.
Dreiging steeds diverser
In zijn jaarverslag maakt OCAD een bredere analyse van de dreiging in onze samenleving. Die neemt toe. Vorig jaar waren er in ons land 332 meldingen gekomen van mogelijk terrorisme of extremisme. Dat is een stijging met 41 procent tegenover 2022.
Steeds vaker is het onduidelijk uit welke hoek de dreiging precies komt. Bij 4 op de 10 meldingen kon de ideologie waarvan de dreiging uitging moeilijk precies afgebakend worden. Dat baart OCAD zorgen.
De motieven van de daders zijn vager en diverser geworden
Jaarverslag OCAD
"De motieven van de daders zijn vager en diverser geworden. Het feit of en wanneer iemand tot actie overgaat, is steeds een individueel proces, waarbij ideologie, propaganda en het copycat-effect allemaal een rol spelen. Daders associëren zich niet steeds met een terreurgroep als dusdanig, maar zijn wel gretige afnemers van wat ze in de publieke ruimte tegenkomen", klinkt het. Daarnaast kunnen ook persoonlijke grieven een belangrijke rol spelen: Het gaat dan om vaak een psychische problematiek of bepaalde symbolische gebeurtenissen die als katalysator fungeren".
Dreiging uit islamistische hoek blijft grootste
Van de dreigingen waarbij de ideologie wel duidelijk is, blijkt dat de dreiging uit islamistische hoek de grootste blijft voor België. Ruim veertig procent van de dreigingsmeldingen komt uit die hoek.
Dreigingen die gelinkt worden aan een politieke oppositie in het buitenland zijn de op één na grootste groep (7 procent). Daarna volgen de dreiging uit rechts-extremistische hoek (5 procent), anti-establishmentgevoelens (3 procent) en de dreiging uit links-extremistische hoek (1 procent).

