Het internationale kernfusieproject ITER zal opnieuw jaren vertraging oplopen. Bovendien zal de factuur van het peperdure project met verscheidene miljarden euro's toenemen. Dat meldt directeur-generaal Pietro Barabaschi. "Er is vertraging, maar wij denken dat we doen wat goed is om de uiteindelijke doelstelling te bereiken."
Internationaal kernfusieproject ITER kijkt opnieuw tegen jaren vertraging en meerkost van ettelijke miljarden aan
Barabaschi had van de zeven partners - De EU, de VS, Japan, China, Zuid-Korea, Rusland en India - de opdracht gekregen om een nieuwe kalender en een nieuw budget voor te stellen nadat de bouw van de imposante reactor vertraging had opgelopen door de coronapandemie. Bovendien werden er op essentiële onderdelen van de reactor fabricagefouten ontdekt.
Barabaschi stelt nu voor om de eerste cruciale wetenschappelijke fase, de productie van het eerste plasma door fusie van deuterium en tritium, met acht jaar uit te stellen van 2025 naar 2033. Daarna zou het volgens de directeur dan sneller kunnen gaan, met als doel om tegen 2039 de reactor helemaal operationeel te maken voor tests met de fusie van deuterium en tritium
De raad van bestuur heeft zich al akkoord verklaard met de nieuwe tijdlijn. Een akkoord over bijkomende financiering is er nog niet. Barabaschi raamde dat er zo'n 5 miljard euro extra nodig zal zijn. Het totale kostenplaatje van het project wordt intussen geraamd tussen 20 en 40 miljard euro. Die vork is zo groot omdat het exacte bedrag moeilijk te berekenen valt door de vele bijdragen in natura, legt de directie uit.
Jaren vertraging
Hoe dan ook, aanvankelijk was ITER begroot op ongeveer 5 miljard euro en zouden de eerste tests beginnen in 2020. Het is inmiddels bijna vijftig jaar geleden dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie besloten om samen te werken rond kernfusie en de aanzet gaven voor ITER.
Kernfusie, dat verloopt volgens hetzelfde proces dat de zon van energie voorziet, wordt aanzien als de heilige graal van de energiesector. Het zou niet enkel een oplossing voor het probleem van radioactief afval kunnen vormen, maar het draagt ook de belofte in zich van onbeperkte groene energie zonder broeikasgassen.
Het is echter de vraag wat kernfusie nog kan bijdragen in de strijd tegen klimaatverandering. "We moeten niet rekenen op kernfusie om de klimaatproblemen op te lossen. Dat zou niet voorzichtig zijn", erkende Barabaschi. "Het is belangrijk om alternatieve energiebronnen te vinden, en op een bepaald moment zal kernfusie een belangrijke rol spelen. Maar deze vertraging gaat niet in de goede richting".
Kleinere, private projecten hebben de voorbije maanden meer vooruitgang geboekt, maar Barabeschi gelooft niet dat kernfusie tegen 2040 een commerciële realiteit kan worden, zoals sommige start-ups in het vooruitzicht stellen. "We moeten nog een aantal andere technische problemen oplossen om het commercieel levensvatbaar te maken."

