Vlaams formateur Mathias Diependaele (N-VA) heeft zijn consultaties met het middenveld afgerond. Het gaat dan bijvoorbeeld om gesprekken met werkgeversorganisaties of vakbonden. Heeft dat nut? Of is het symbolisch, waarbij een formateur tijd koopt om eventuele coalitiepartners over de streep te trekken?
Formatie en het middenveld: louter symbolische gesprekken? Of nodig voor goed beleid?
"Ik heb niet het gevoel dat het feit dat we door de formateur worden ontvangen voor de galerij is", zegt Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van middenstandsorganisatie Unizo. "Er is geluisterd, er zijn vragen gesteld en men heeft geprobeerd om zo veel mogelijk informatie te verzamelen."
Dit zijn beleefdheidsgesprekjes, maar er wordt wel geluisterd
Eric Laureys (Voka)
"Symbolisch is het van belang dat men luistert naar het middenveld", vindt Eric Laureys van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. "Het echte werk is natuurlijk veel vroeger al gebeurd, toen we eind vorig jaar ons memorandum naar de politieke partijen hebben gestuurd, in de hoop dat onze wensen in de partijprogramma's zouden worden opgenomen." Het blijft natuurlijk niet bij dat ene - symbolische - gesprek. "Daarna komen nog informele contacten, meestal via de onderhandelaars van de verschillende partijen."
Opvallend: vorige maand werden Voka-topman Hans Maertens en Danny Van Assche ook door de Waalse informateurs Georges-Louis Bouchez (MR) en Maxime Prévot (Les Engagés) ontvangen. "Dat was symbolische erg belangrijk", duidt Van Assche. "We hebben natuurlijk onze visie kunnen toelichten en we kregen zelfs als eersten het woord." "Dit zijn beleefdheidsgesprekjes, maar er wordt wel geluisterd", voegt Eric Laureys eraan toe.
Met hoeveel mensen praat je best?
"Ik geef toe dat wordt geluisterd, maar ik blijf wat sceptisch", zegt Christine Mahy van armoede-organisatie Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté. Zij was bij de Waalse formateurs uitgenodigd samen met een 12-tal andere organisaties, waardoor ze naar eigen zeggen weinig ruimte kreeg om haar punt te maken. "We voelden ons niet zo comfortabel, omdat we het gesprek met de formateurs niet wilden monopoliseren."
Bouchez en Prévot hebben met meer dan 200 organisaties uit het middenveld gepraat. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat dit gevolgen heeft voor de tijd die elke deelnemer krijgt.
Beter om alleen kernspelers uit te nodigen dan te verdrinken in een zee van meningen
Danny Van Assche (Unizo)
Vlaams formateur Matthias Diependaele (N-VA) heeft het iets bescheidener aangepakt: hij heeft enkele tientallen organisaties ontvangen. "Dat de Vlaamse formateur minder middenveldorganisaties ontvangt, vind ik geen slecht idee", zegt Danny Van Assche. "Het is beter om alleen de kernspelers uit te nodigen in plaats van te verdrinken in een zee van meningen."
Maar je zal maar tot die groep behoren met wie niet wordt gepraat. "De formateur heeft ons gevraagd om onze prioriteiten en de uitdagingen op het terrein op papier te bezorgen", laat Heidi Degerickx van Netwerk tegen Armoede weten in een schriftelijke mededeling. "Hij is echter niet ingegaan op het aanbod om op korte termijn samen te zitten, zodat we onze aanbevelingen mondeling kunnen toelichten", klinkt het ietwat ontgoocheld.
"Een formateur moet echt wel heel veel mensen zien", relativeert Bram Verschuere, professor Bestuurkunde en Publiek Management aan de Universiteit Gent. "Hij heeft een heel strakke timing. Er zijn trouwens ook technische werkgroepen die in de diepte het regeerprogramma vorm geven."
Hoe nodig is het middenveld eigenlijk?
"Het is sowieso belangrijk dat we ons punt kunnen maken", vindt Mattias Bruynooghe van milieuorganisatie Natuurpunt. "Door meer organisaties uit het zogenoemde middenveld te horen, creëer je ook meer draagvlak bij de bevolking."
We krijgen drie kwartier voor ons onderhoud, en dat voor de drie vakbonden samen
Stijn Gryp (ACV)
"Wij verwachten geen grote impact van één onderhoud, maar we hopen wel onze belangrijkste bekommernissen over te brengen", zegt Stijn Gryp van de christelijke vakbond ACV. Hij maakt zich geen illusies. "Wij zullen de dingen niet in een bepaalde plooi kunnen laten leggen." Voor zover zoiets al zou kunnen, gezien het beperkte tijdsbestek. "We krijgen ook maar 3 kwartier voor ons onderhoud, en dat voor de 3 vakbonden samen. Tijdens zo'n gesprek kan je echt niet in de diepte gaan."
Gesprekken met het middenveld zijn misschien wel symbolisch, maar niet zonder belang. "Om een gedragen beleid te kunnen voeren, moet je het middenveld consulteren", vindt professor Bram Verschuere. Kwestie van zo veel mogelijk kennis en informatie te vergaren.
De rol van het middenveld krimpt omdat velen vinden dat het beleid alleen door verkozen politici mag worden bepaald
Professor Bram Verschuere (Universiteit Gent)
Professor Verschuere ziet een rol voor een sterk middenveld. "We hebben daar een lange traditie in. Zo'n sterk middenveld is belangrijk, want het heeft veel expertise."
Maar het systeem staat ook onder druk. "De rol van het middenveld krimpt. Dat heeft te maken met het politieke klimaat, waarbij steeds meer mensen vinden dat het beleid alleen maar mag worden bepaald door verkozen politici. Dat is een zeer nauwe interpretatie van de politiek. Op zo'n manier kiezen voor de vorm in plaats van voor de inhoud zou problematisch zijn, en een ontkenning van de inbreng van het middenveld."
Al geeft Verschuere ook wel toe dat het middenveld weinig verantwoording moet afleggen, waardoor het ook niet altijd de goedkoopste oplossingen aandraagt. "Er is altijd een spanningsveld tussen efficiënt bestuur en goed bestuur dat oplossingen moet formuleren."

