Alles wijst erop dat de Britse Conservatieven bij de parlementsverkiezingen van 4 juli een flink pak slaag zullen krijgen. De Brexit-chaos, covid, Partygate, 5 premiers in 6 jaar tijd: je kan niet anders dan vaststellen dat de partij van David Cameron, Boris Johnson en Rishi Sunak zich kapot geregeerd heeft. Een terugblik op 14 jaar zelfvernietiging.
"Slechtste regeerperiode sinds WO II": hoe Britse Conservatieven zichzelf in vernieling reden
De eerste Conservatieve premier die in mei 2010 na 13 jaar Labour-bestuur Downing Street 10 mocht binnenwandelen, was de jonge David Cameron. Zijn regering van Conservatieven en Liberale Democraten, de eerste coalitie in 36 jaar, was er vooral een van besparingen.
De financiële dienstensector in 'the City' had zware klappen gekregen tijdens de bankencrisis, de economie was gekrompen, het begrotingstekort en de schuldenlast waren aanzienlijk toegenomen. Cameron en zijn minister van Financiën George Osborne wilden "financiële verantwoordelijkheid" nemen en kozen voor drastische besparingen in de overheidsuitgaven.
Maar Cameron zou om een heel andere reden de geschiedenis ingaan. Al tijdens zijn eerste termijn begon een thema boven te drijven dat al zo vaak de Britse politiek had gedomineerd en ook Cameron tot op het einde van zijn premierschap - en lang daarna - zou achtervolgen: de moeilijke relatie tussen de Britten en de Europese Unie.
Onder toenemende druk binnen zijn eigen partij om harder op tafel te slaan in Brussel, beloofde hij al halfweg zijn eerste ambtstermijn een referendum over het EU-lidmaatschap, op voorwaarde dat zijn partij bij de verkiezingen van 2015 een absolute meerderheid zou halen en hij premier kon blijven.
En zo geschiedde. De Conservatieven wonnen en Cameron werd opnieuw premier. Maar wat hij niet voor mogelijk had geacht, gebeurde toch: op 23 juni 2016 stemde een nipte meerderheid van de Britse kiezers ervoor om uit de EU te stappen.
De complete chaos
Wat volgde, was complete chaos: in Downing Street 10, binnen de Conservatieve Partij en vooral in het Britse parlement.
Cameron droop al snel af. Een dag na het referendum en amper een jaar na zijn herverkiezing kondigde hij zijn ontslag aan. Zijn opvolgster Theresa May kreeg de ondankbare taak om met de EU te onderhandelen en te bepalen onder welke voorwaarden de Brexit zou plaatsvinden.
De ietwat houterige May, zelf tegen de Brexit, slaagde niet in haar opzet: het scheidingsakkoord dat ze met de EU onderhandeld had, door het parlement goedgekeurd krijgen. De chaos in het Britse parlement, met amendementen en ontelbare stemrondes die zelfs de Britse pers niet meer kon volgen, werd wereldwijd gevolgd, als een televisiesoap met de beste cliffhangers. Speaker John "Ordeeerrrrr" Bercow werd op slag een internationale vedette.
Tot wanhoop gedreven, gooide May de handdoek in de ring. Boris Johnson, een van de opperbrexiteers bij de Conservatieven, volgde haar op als partijleider en premier en schreef al snel nieuwe verkiezingen uit.
Boris gets Brexit done
Een gewaagde, maar geslaagde gok. De Conservatieven behaalden opnieuw hun absolute meerderheid, die May bij vorige verkiezingen verkwanseld had. Johnson zag het groots en kondigde massale investeringen aan. In een voluntaristische eerste speech hield hij het Lagerhuis voor "dat de mensen tegen 2050 op de huidige periode zullen terugkijken als het begin van een nieuw gouden tijdperk voor het Verenigd Koninkrijk".
En uiteraard beloofde hij de Britten om zijn land zo snel mogelijk uit de EU te halen, nu de impasse in het parlement doorbroken was. Of in zijn woorden: "Get Brexit done". Ook Johnson moest vaststellen dat dat gemakkelijker gezegd dan gedaan is, maar uiteindelijk slaagde hij er toch in om een heronderhandeld scheidingsakkoord door het parlement te krijgen. Op 31 januari 2020 was de Brexit een feit. Een klein jaar later was er ook een nieuw handelsakkoord met de EU en stapten de Britten ook uit de douane-unie en de interne markt.
De leugen te veel
De flamboyante premier met het warrige haar en stoutmoedige taalgebruik had het geflikt. Maar de euforie zou van korte duur zijn. Intussen had de covidpandemie de wereld in haar greep en het Verenigd Koninkrijk werd bijzonder hard getroffen. Bovendien doorkruiste de pandemie de beloofde massale investeringen.
De regering-Johnson viel al op door haar aparte aanpak van de covidcrisis, maar de premier en zijn medewerkers maakten het zichzelf extra moeilijk door de covidregels die ze de bevolking oplegden, zelf aan hun laars te lappen. De onthullingen over coronafeestjes begonnen elkaar op te volgen en Johnson, in 2019 nog de 'redder' van de Conservatieven, begon langzaamaan te wankelen door wat al gauw 'Partygate' ging heten.
Dat het VK erin slaagde om als eerste een coronavaccin te produceren, was een welgekomen opsteker. En ook de start van de oorlog in Oekraïne, begin 2022, kwam Johnson gek genoeg goed uit. Het VK wierp zich op als een van de trouwste bondgenoten van de Oekraïners en Johnson kon zijn imago van staatsman oppoetsen.
Maar de geur van schandalen bleef hem omringen. Niet Partygate, maar een dubieuze aanstelling van een parlementslid dat seksueel wangedrag had gepleegd en de tegenstrijdige communicatie van Johnson daarover kostten hem uiteindelijk zijn kop. Johnson stond er om bekend geregeld een loopje met de waarheid te nemen en lang werd dat ook getolereerd. Uiteindelijk bleek dit de leugen te veel. Na 3 jaar zat zijn premierschap er midden 2022 al op.
Kortst zittende premier
Niet minder dan een afgang voor de hyperambitieuze Johnson. Maar het kon zo mogelijk nog erger. Johnsons opvolgster, Liz Truss, ging met net geen 50 dagen de geschiedenis in als de kortst zittende premier van het Verenigd Koninkrijk.
Haar neoliberale economische beleid joeg een schokgolf door de financiële markten, waarna ze al snel haar minister van Financiën Kwasi Kwarteng opofferde. Niet veel later was het ook einde verhaal voor Truss zelf. "Ze is erin geslaagd om wat slecht was nog erger te maken", vat The Financial Times haar ultrakorte regeerperiode samen.
En daar is nummer 5
Rishi Sunak volgde haar eind 2022 op en bracht met zijn ernstiger imago en vooral minder chaotische stijl weer enige rust in de rangen.
Met hogere investeringen in defensie en de goedkeuring van de Rwanda-deal scoorde hij enkele successen die de Britse kiezers zouden kunnen bekoren, ook al is er nog geen enkele migrant op een vliegtuig gezet.
Maar iedereen is het erover eens dat Sunaks premierschap eigenlijk te laat kwam en het spreekwoordelijke kalf toen al verdronken was.
Neen, een schoonheidsprijs winnen de Conservatieven niet voor hoe ze de voorbije 14 jaar bestuurd hebben. De Brexitchaos, covid en de vele schandalen hangen als een donkere schaduw boven de partij. Ook Sunak bleef op het einde van zijn termijn niet van een gokschandaal gespaard.
De peilingen voorspellen een zware afstraffing. Van de eclatante verkiezingsoverwinningen van Cameron en Johnson en hun absolute meerderheid in het Lagerhuis dreigt nog weinig over te blijven. Een veelgehoorde kritiek luidt dat de Conservatieven niet alleen zichzelf in de voet geschoten hebben, maar het hele land mee de dieperik in gesleurd hebben.
Een land in verval
Niet alleen intern maakten de Conservatieven geen goede beurt, ook wat de stand van het land betreft, oogt hun rapport niet fraai. Zowat een vijfde van de bevolking leeft onder de relatieve armoedegrens, vooral grote gezinnen, slachtoffers van de jarenlange besparingen, zagen hun levensstandaard achteruitgaan.
Ook in het onderwijs en de gezondheidszorg kunnen de Conservatieven geen al te goede resultaten voorleggen. Hoewel het VK niet slecht scoort in de jaarlijkse PISA-cijfers, verbergen die cijfers volgens experten een dreigende crisis binnen de Britse scholen. Schoolgebouwen brokkelen af en leerkrachten zagen hun loon sinds 2010 met 12 procent zakken.
Er ging dan wel meer geld naar de gezondheidszorg (NHS) en er werden ook meer artsen aangenomen, maar dat is volgens experten lang niet genoeg om de noden van vandaag en de toekomst op te vangen, zoals de vergrijzing. De NHS verkeert in crisis, met onder meer enorm lange wachtrijen voor medische behandelingen.
De Britse bevolking vergrijst niet alleen, veel Britten kampen ook met mentale problemen en overgewicht. Dat heeft zijn gevolgen voor de arbeidsmarkt: 2,8 miljoen Britten van actieve leeftijd zijn niet aan het werk.
En hoewel de werkloosheidscijfers onder de Conservatieven gedaald zijn, is het gemiddelde loon amper gestegen. Het gevolg is dat de langetermijntrend van toenemende armoede onder de werkende Britten zich nog doorgezet heeft.
Het VK kampt ook met een huizencrisis. Het land heeft de oudste huizenmarkt in Europa. Er worden te weinig nieuwe woningen gebouwd en de koop- en huurprijzen zijn torenhoog.
En dan is er nog het lokale beleid. De besparingen tijdens de eerste regering-Cameron hebben hun weerslag gehad. In vergelijking met 2010 moeten gemeenten het met bijna 20 procent minder budget per inwoner doen. Een groot deel van het land is daardoor in verval, besluiten Britse experten: van wegen vol putten, tot slecht onderhouden parken en bibliotheken, jeugdlokalen en openbare toiletten die moeten sluiten.
En omdat de meeste mensen de overheid nu eenmaal afrekenen op wat net buiten hun voordeur gebeurt, bepaalt dat ondermaatse lokale beleid de houding van de kiezer tegenover de nationale politiek, stelt Tony Travers van de London School of Economics in de Financial Times.
Toch was het niet allemaal slecht. Onder de Conservatieven slaagde een hoger percentage jongeren (25-35 jaar) er in om een eigen huis te kopen, door een hoger loon en minder belastingen. En gepensioneerden zagen hun pensioen gewaarborgd.
Ook over hun klimaatbeleid mogen de Conservatieven deels trots zijn. In 2017 kwam voor het eerst meer dan de helft van de Britse stroom uit hernieuwbare energie. Maar er ligt nog heel veel werk op de plank.
En de Brexit? Neen, die heeft vooralsnog niet gebracht wat Johnson en co de bevolking hadden voorgespiegeld. De Britse regering slaagt er voorlopig niet in om het migratiebeleid onder controle te krijgen en hoewel het VK een belangrijke exporteur van diensten blijft, zakte het weg als uitvoerder van goederen.
De jarenlange onzekerheid over hoe de Brexit er zou uitzien, zette een rem op het langetermijndenken. Het gouden tijdperk is vooralsnog niet aangebroken. Britse experten wijzen er zelfs op dat de erfenis die de Conservatieven na 14 jaar nalaten, wel eens slechter zou kunnen zijn dan de erfenis die Labour Cameron in 2010 naliet.
Slechtste regering sinds WOII
Natuurlijk kan niet alles in de schoenen van de Conservatieven geschoven worden. Er was de nasleep van de bankencrisis en de covidpandemie en de oorlog in Oekraïne hebben de economie ook geen goed gedaan. Maar de Brexit is de Conservatieven niet overkomen, die hebben ze zelf veroorzaakt.
Dat menig lid van de Conservatieve Partij niet snel de hand in eigen boezem steekt, bleek nog eens toen minister van Financiën Jeremy Hunt zich eerder dit jaar druk maakte over "het totale onvermogen" van de Britse kiezer "om onze uitstekende staat van dienst te waarderen".
Maar die kiezer staat lang niet alleen. Sir Antony Sheldon, volgens The Guardian de meest gezaghebbende politieke historicus van het moment, heeft het in een nieuw boek over 14 jaar Conservatief beleid onomwonden over de slechtste regeerperiode sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog.
"Tegen 2024 is de positie van het VK in de wereld zwakker geworden, was de unie minder sterk, was er meer ongelijkheid, was de bevolking minder goed beschermd, vertraagde de groei, presteerde de openbare dienstverlening ondermaats en is ze amper hervormd."
"Het is moeilijk om een vergelijkbare periode in de geschiedenis te vinden van een Conservatieve of andere regering die zo weinig heeft bereikt
Sir Antony Sheldon, Brits politiek historicus
De Brexit, zo stelt Sheldon, "zal in de geschiedenis gezien worden als de bepalende beslissing van deze jaren". "In 2024 is het verdict over de Brexit bijna volledig negatief, waarbij de meest kwetsbaren er het meest onder lijden, zoals sceptici destijds voorspelden".
Sheldon breekt niet alles in die 14 jaar af, maar vindt dat het beter had gekund. Premiers die zich lieten verleiden tot kortetermijnpolitiek en het beleid van hun voorganger omkeerden, ook al was dat een partijgenoot, brachten amper continuïteit in het bestuur. De meeste premiers en ministers waren ook niet opgewassen tegen hun werk, vindt Sheldon.
Hij en de andere experten die meewerkten aan het boek, komen tot een vernietigend besluit: "In het algemeen is het moeilijk om een vergelijkbare periode in de geschiedenis te vinden van een Conservatieve of andere regering die zo weinig heeft bereikt of die het land bij het einde van de regeerperiode in een meer verontrustende staat heeft achtergelaten."
Als Labour morgen de Conservatieven vernedert, zoals de peilingen aangeven, dan hebben Sunak en zijn voorgangers dat dus vooral aan zichzelf te wijten.
De oppositiepartij van de gedoodverfde, maar saai ogende nieuwe premier Keir Starmer hoeft daarvoor niet eens met vernieuwende ideeën op de proppen te komen. Het is gewoon simpel: hoe hard Sunak ook zijn best doet om hen van het tegendeel te overtuigen, de Britten lusten de Conservatieven gewoon niet meer en vinden het na 14 jaar welletjes geweest.

