Naar hoofdinhoud
Animatie van een Neanderthaler-man en een kind. Nieuw Spaans onderzoek lijkt te wijzen op oprecht altruïsme bij Neanderthalers.

Oprecht altruïsme bij Neanderthalers: groep zorgde voor moeder en kind met syndroom van Down

In Spanje zijn de restanten van een Neanderthaler-kind ontdekt dat leed aan het syndroom van Down. Dat is het oudste gedocumenteerde geval van het syndroom van Down tot nu toe. Nog opmerkelijker is dat het kind minstens 6 jaar werd. Dat het zo lang in leven bleef, wijst erop dat het zorg kreeg van de groep. "Het is zeer moeilijk voor te stellen dat de moeder in haar eentje alle noodzakelijke zorg had kunnen bieden", klinkt het.

Kathleen Heylen
Gepubliceerd:

In 1989 werden in de archeologische vindplaats Cova Negra, in de provincie Valencia, fossielen van de Homo neanderthalensis, kortweg de Neanderthaler, opgegraven. Bij die fossielen waren ook fragmenten van de schedel van een kind. De diepere betekenis van die vondst is pas door recent onderzoek aan de universiteiten van Alcalà en Valencia aan het licht gekomen.

Wie zijn de Neanderthalers?

De Homo neanderthalensis leefde ongeveer 430.000 tot 40.000 jaar geleden op het grondgebied van het huidige Europa en delen van Azië. De Neanderthaler is een van de nauwste verwanten van de Homo sapiens, de moderne mens, en leefde gedurende een periode ook gelijk met de Homo sapiens. Uiteindelijk verdween de Neanderthaler. Hij had lang de reputatie van slechts ruw ontwikkeld te zijn. Onderzoek maakt echter steeds meer duidelijk dat hij intelligent was, kunst creëerde, met symbolische objecten en allicht ook gesproken taal communiceerde, en complexe groepsjachttechnieken gebruikte.

Bij de schedelfragmenten zat een van de twee slaapbeenderen, die de zijkanten en de basis van de schedel helpen vormen, de hersenen beschermen en het binnenoor omringen. Het volledige rechtse binnenoor, niet alleen belangrijk voor ons gehoor, maar ook ons evenwicht, was daardoor bewaard gebleven.

Wetenschappers hebben nu met CT-scans aangeboren afwijkingen in het binnenoor vastgesteld die wijzen op ernstige gezondheidsproblemen. Het gaat om afwijkingen in de halfcirkelvormige kanalen – 3 kleine buisjes die het evenwicht en het bewustzijn van de positie van ons hoofd regelen - en een verkleind slakkenhuis, het deel van het binnenoor dat betrokken is bij het horen.

"De aandoening waaraan dit kind leed, veroorzaakte zeer invaliderende symptomen, waaronder op zijn minst volledige doofheid, ernstige duizeligheid en een onvermogen om het evenwicht te bewaren", zegt paleoantropoloog Mercedes Conde-Valverde, hoofdauteur van het onderzoek. "De enige aandoening die we vandaag kennen waarbij we alle vastgestelde afwijkingen zoals bij dit kind terugvinden, is het syndroom van Down."

'Tina', syndroom van Down, 6 jaar oud

Het syndroom van Down is een van de meest voorkomende genetische aandoeningen bij mensen. Bij de moderne mens zijn tussen 3629 en 400 voor Christus 5 gevallen van het syndroom van Down gedocumenteerd.

De wetenschappers konden de restanten van de schedel niet exact dateren. Eerder werd al wel vastgesteld dat Neanderthalers tussen de 273.000 en 146.000 jaar geleden op de site van Cova Negra aanwezig waren. Het zou nu dus gaan om het oudste bekende geval met het syndroom van Down.

De vondst is om nog een andere reden opmerkelijk. De 5 eerder gevonden individuen met Down waren niet ouder dan 16 maanden. De wetenschappers konden op basis van de grootte en het ontwikkelingsstadium van de botten bepalen dat dit kind tussen de 6 en 7 jaar oud was op het moment van het overlijden.

Boven (A-D) zie je het originele fossiel vanuit verschillende gezichtspunten, onder (E-H) het 3D-model van het fossiel.

"Het is opmerkelijk dat het kind ten minste 6 jaar oud werd, veel hoger dan de gebruikelijke levensverwachting van kinderen met het syndroom van Down in de prehistorische tijd", zeggen de wetenschappers. Volgens hen suggereert dit dat het kind en de moeder de voortdurende steun en zorg kregen van de groep waartoe ze behoorden.

Het is niet zeker of het kind een jongen of een meisje was, de wetenschappers gaven het wel de naam 'Tina' mee. Tina kan ons volgens hen iets leren over het ontstaan van prosociaal gedrag bij mensen, iets goeds doen voor anderen.

Het is zeer moeilijk voor te stellen dat de moeder in haar eentje alle noodzakelijke zorg had kunnen bieden

Hoofdonderzoeker Mercedes Conde-Valverde

Om Tina minstens 6 jaar in leven te houden, is het zeer waarschijnlijk dat de groep hen voortdurend heeft bijgestaan, zegt hoofdonderzoeker Conde-Valverde. "Gezien de aard van de symptomen, en door de veeleisende levensstijl van de Neanderthalers, is het zeer moeilijk voor te stellen dat de moeder in haar eentje alle noodzakelijke zorg had kunnen bieden en tegelijkertijd in haar eigen behoeften had kunnen voorzien."

De moeder moet de hele tijd hulp gekregen hebben. "Hetzij bij het uitvoeren van andere dagelijkse taken, hetzij door haar te ontlasten van het uitvoeren van andere taken, hetzij door rechtstreeks te helpen bij de zorg voor het kind en/of voor haar."

Oprecht altruïsme

Wetenschappers dachten heel lang dat zorgen voor de meest kwetsbaren in de groep een eigenschap was van de Homo sapiens. Eerder onderzoek wees er echter al op dat ook Neanderthalers zorgden voor zieke en gewonde groepsgenoten.

Niet iedereen was/is het er echter over eens dat dit oprecht altruïsme is. Volgens hen was het meer wederzijds altruïsme, gebaseerd op wederzijds eigenbelang. Daarmee wordt bedoeld dat mensen groepsgenoten helpen uit bewuste en onbewuste verwachtingen ten opzichte van elkaar. 'Jij zorgt voor mij, ik zorg voor jou' en vice versa.

Geen oprecht en onbaatzuchtig altruïsme dus, waarbij je iets doet voor een ander zonder bewuste of onbewuste verwachtingen.

Groepszorg, uitgebreider dan ouderlijke zorg

De ontdekking van Tina werpt nieuw licht op die discussie. De bekende gevallen van zorg voor groepsgenoten bij Neanderthalers tot nu toe ging volgens de wetenschappers om volwassen individuen.

"Tot nog toe hadden we nog geen individu gezien dat al vanaf de geboorte extra zorg gekregen heeft, ook al was dat individu zelf niet in staat om iets terug te doen. Dit ondersteunt het bestaan van oprecht altruïsme bij de Neanderthalers", klinkt het.

Dat Tina minstens 6 jaar werd, is "ongebruikelijk lang" in de leefomstandigheden van die tijd. "Dat dit kind overleefde na de periode van borstvoeding wijst op groepszorg, allicht uitgebreider dan ouderlijke zorg. Typisch voor een zeer samenwerkingsgerichte sociale context", zegt co-auteur Valentín Villaverde, die Tina in 1989 vond. "Anders is het heel moeilijk om het overleven ​​van dit individu tot de leeftijd van 6 jaar te verklaren".

De ontdekking van Tina toont aan dat de diversiteit die bij de moderne mens wordt waargenomen al in de prehistorie aanwezig was

Hoofdonderzoeker Mercedes Conde-Valverde

Hoofdonderzoeker Conde-Valverde besluit: "De ontdekking van Tina vertegenwoordigt het oudste bekende geval van het syndroom van Down en toont aan dat de diversiteit die bij moderne mensen wordt waargenomen al in de prehistorie aanwezig was. Deze bevinding toont dat het verhaal van de menselijke evolutie ons allemaal omvat."

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"