Volgens een lijst die Oxfam op Instagram plaatste, staat België op de negende plaats in de wereldwijde ranglijst van CO2-uitstoot per inwoner. Daarmee doen we het slechter dan landen als de VS of Australië. Doet België het echt zo slecht en op welke wijze is deze lijst samengesteld?
Ja, België staat in top 10 van landen met meeste CO2-uitstoot, maar het hangt ervan af wat je exact berekent
In het kort
Wat? Oxfam beweert dat België het negende land ter wereld is qua CO2-uitstoot per inwoner. Uit cijfers van de Global Carbon Atlas blijkt inderdaad dat ons land zo hoog staat als we kijken naar consumptiegebaseerde CO2-uitstoot per inwoner.
Maar? Consumptiegebaseerde uitstoot neemt in rekenschap wat geïmporteerd wordt om de uitstoot van een land te bepalen, maar is complexer te berekenen dan territoriale uitstoot, waarbij enkel wordt gekeken naar de CO2 die binnen de landsgrenzen geproduceerd wordt. Daardoor zit er een grotere onzekerheid op consumptiegebaseerde uitstoot. België scoort daarin inderdaad niet zo goed, maar de exacte cijfers zijn dus moeilijker te berekenen. Als we kijken naar de territoriale CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking zien we dat België uit de top 20 valt voor 2019.
Oxfam plaatste de lijst op Instagram om erop te wijzen dat de vorming van een nieuwe regering het perfecte moment is om een nieuw klimaatbeleid te eisen. Oxfam vraagt dan ook om een petitie te tekenen die deze eis kracht moet bijzetten. Oxfam maakte ook advertenties van de grafiek die al tussen de 125.000 en 150.000 keer bekeken werden.
Op vraag van VRT NWS laat Oxfam weten dat de grafiek uit hun rapport komt over klimaatongelijkheden in België. Dat rapport baseert zich op data uit 2019 van het Stockholm Environment Institute (SEI) over consumptiegebaseerde CO2-uitstoot.
VRT NWS verkreeg op basis van de data van het SEI ook een negende plek voor België. Als we kijken bij Our World in Data , staat België op een achtste plaats. Die ruwe data van het SEI en Our World in Data komt dan weer van de Global Carbon Atlas , een instrument van het Global Carbon Project, dat cijfers over uitstoot uit verschillende landen samenbrengt.
“Het Global Carbon Project is een autoriteit op het vlak rapporteren van uitstoot van CO2", zegt Marilyn Roland, klimaatwetenschapper en onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Hiervoor werkt het Global Carbon Project samen met internationale CO2-meetnetwerken, zoals het ICOS netwerk in Europa.
Territoriale vs. Consumptiegebaseerde uitstoot
De grafiek toont consumptiegebaseerde uitstoot, maar er zijn twee verschillende manieren om de uitstoot van een land weer te geven: gebaseerd op consumptie of territoriaal. Waar zit het verschil?
Johan Eyckmans, hoogleraar milieueconomie aan de KU Leuven: “Territoriale emissie is de traditionele maatstaf. Dat gaat over hoeveel CO2 er binnen de grenzen van België wordt veroorzaakt door fossiele brandstoffen te verbranden, om huizen te verwarmen, met de auto te rijden, bakstenen te maken, enzovoort. Maar we importeren veel spullen uit China. De CO2-uitstoot veroorzaakt door zaken die we importeren, wordt binnen territoriale emissie niet aan België toegekend. Dat schetst niet echt een juist beeld.”
“De consumptiegebaseerde uitstoot geeft een completer beeld van de hoeveelheid uitstoot van CO2 waarvoor een land verantwoordelijk is”, zegt ook Marilyn Roland. In dat model wordt de CO2 die veroorzaakt wordt voor de productie van spullen die België importeert, meegerekend in onze uitstoot. De CO2-uitstoot die veroorzaakt wordt bij het maken van een auto in China, maar die bij ons verkocht wordt, is dan voor de rekening van België.
“Aan de andere kant is het natuurlijk ook zo dat de uitstoot van wat we exporteren er weer wordt afgetrokken”, zegt Eyckmans. “De Antwerpse haven verwerkt bijvoorbeeld veel ruwe olie, een proces waarbij heel wat CO2 vrijkomt. Maar een deel van die brandstoffen wordt wel weer geëxporteerd.”
Als we kijken naar de territoriale CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking zien we dat België uit de top 20 valt voor 2019. Op basis daarvan komen landen als Australië en de Verenigde Staten eruit met een heel zware voetafdruk, maar dat is niet helemaal eerlijk volgens Eyckmans. “Bij zo’n grote landen hebben de handelsstromen minder impact op de gehele economie dan bij een stadstaat als Singapore.”
Grotere onzekerheid
Territoriale uitstoot is internationaal wel nog de standaard om over CO2-uitstoot te spreken, bijvoorbeeld bij klimaatakkoorden. Een reden daarvoor is dat er bij territoriale emissies internationale standaarden zijn om die te rapporteren, zegt Jo Van Caneghem, professor aan de faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Voor consumptiegebaseerde emissie zijn die standaarden er niet. Waar de territoriale emissies dan ook behoorlijk nauwkeurig zijn, is dat voor consumptiegebaseerde emissies veel complexer.
Johan Eyckmans: “Als we een Chinese auto importeren, is er een fabriek in China waar uitstoot wordt geproduceerd. Maar die auto bestaat uit duizenden componenten die weer ergens anders kunnen gemaakt zijn, misschien in Duitsland. Heel die globale bevoorradingsketen is te complex om helemaal na te gaan.”
Om de consumptiegebaseerde emissies te berekenen maakt men dan ook gebruik van input- en outputtabellen voor verschillende sectoren per land. Om de emissies van bepaalde goederen die we importeren te berekenen, wordt gekeken naar de uitstootintensiteit van de toeleverende sector, bijvoorbeeld de Chinese staalsector.
“Er is een gemiddelde CO2-intensiteit voor Chinees staal, dat dan mee onze voetafdruk bepaalt. Maar in China heb je bijvoorbeeld heel oude en heel moderne fabrieken. Misschien importeren die moderne wel meer naar Europa. Zo gedetailleerd is de berekeningsmethode niet”, aldus Eyckmans. Doordat de berekeningsmethode vooral met gemiddelden werkt, zit er dus wel wat onzekerheid in hoe deze emissies berekend worden. “België kan nog wel een paar plaatsen zaken of stijgen, maar het globale beeld blijft wel.”
Moeilijk om de globale handelsketen goed in kaart te brengen
Van Caneghem legt er de nadruk op dat er veel onzekerheid is bij de berekening van consumptiegebaseerde emissies. “De methodologie kent wel een wetenschappelijke basis, maar het is niet gedetailleerd genoeg om in alle gevallen een goede weerspiegeling te kunnen geven.” Zo kan het gebeuren dat ‘intermediate products’, producten die geïmporteerd worden om daarna weer geëxporteerd te worden, toch in de consumptiegebaseerde emissie van een land geteld worden. Het is volgens Van Caneghem dan ook moeilijk om de globale handelsketen goed in kaart te brengen.
Volgens Eyckmans wordt consumptiegebaseerde wel steeds vaker berekend, waardoor het betrouwbaarder wordt. Maar de standaard is het nog niet. “Pragmatisch gesproken is dat iets voor de toekomst.
Conclusie
Oxfam beweert dat België op de negende plaats staat wat betreft CO2-uitstoot per inwoner. Dit klopt als er wordt gekeken naar consumptiegebaseerde uitstoot. Deze berekeningswijze houdt rekening met de CO2-uitstoot van geïmporteerde producten.
De berekening van consumptiegebaseerde uitstoot heeft een veel grotere marge van onzekerheid dan die van territoriale uitstoot. Die laatste is nauwkeuriger en de standaard bij bijvoorbeeld klimaatakkoorden.
We beoordelen deze uitspraak omwille van de grotere marge van onzekerheid dan ook als eerder waar.
Meer informatie over de factchecks van VRT NWS?
Zoek je meer verhalen van VRT NWS CHECK over factchecking, desinformatie of online bedrog? Die vind je hier.
Wil je weten hoe we te werk gaan bij het factchecken? Dat lees je in dit artikel.
Heb je vragen of opmerkingen of wil je weten wie er in ons team zit? Dat lees je in dit artikel.
Je vindt onze factchecks ook terug bij deCheckers , samen met betrouwbare factchecks van enkele andere Vlaamse en Nederlandse redacties.
Wil je iets laten checken? Stuur ons dan een mail via check@vrtnws.be.
VRT NWS is erkend lid van het International Fact-Checking Network en van het European fact-Checking Standards Network (EFCSN)

