Het is exact 10 jaar geleden dat Abu Bakr al-Baghdadi, leider van terreurgroep Islamitische Staat, een kalifaat uitriep in Syrië en Noord-Irak. Bijna 5 jaar later werd het laatste bolwerk van het kalifaat veroverd, maar betekende dat ook het einde van de terreur? Wat blijft er vandaag van de terreurgroep over en waarvoor moeten we opletten? Annelies Pauwels van het Vlaams Vredesinstituut waarschuwt: "Ze bereiden zich voor om opnieuw grondgebied te veroveren".
10 jaar na uitroeping kalifaat: "IS is niet verdwenen, maar getransformeerd tot een ander soort organisatie"
De terreurgolf die het Westen enkele jaren geleden overspoelde, lijkt al een tijdje achter de rug. Toch benadrukt Annelies Pauwels, terreurexpert bij het Vlaams Vredesinstituut, dat we waakzaam moeten blijven.
“IS is niet verdwenen, ze zijn louter getransformeerd tot een ander soort organisatie. Ze zijn hun territorium misschien verloren, maar plegen vanuit de schaduw nog steeds aanslagen. Een staat uitbouwen is voor hen vandaag nog niet mogelijk, maar ze zijn zich daar wel op aan het voorbereiden.”
Moeten we opnieuw vrezen voor IS?
Islamitische Staat kon van de chaos van de Syrische burgeroorlog profiteren om zich te ontwikkelen tot een machtige terreurorganisatie en uiteindelijk de controle verkrijgen over een zelfverklaard ‘kalifaat’ dat delen van Syrië en Noord-Irak omvatte.
Na de val van het ‘kalifaat’ in 2019, bleef IS in het Westen relatief onder de radar. Door de dalende media-aandacht en de verminderde hoeveelheid aanslagen leek de dreiging weggeëbd te zijn. Nochtans verdween het gedachtegoed van de terreurgroepering niet. In Europa arresteren politiediensten regelmatig mensen op verdenking van jihadistisch terrorisme. Het laatste jaar zijn er onder meer in Duitsland en Nederland een aantal complotten verijdeld.
Jongeren komen online nog steeds in contact met de propaganda van IS
Annelies Pauwels (Vlaams Vredesinstituut)
Pauwels beklemtoont dat Islamitische Staat nog steeds nieuwe aanhangers weet aan te trekken en te radicaliseren. “Dat zijn jongeren, hier bij ons, die onder invloed van IS-propaganda die ze online vinden, inspiratie krijgen om zelf een aanslag te plegen. De jongeren worden aangemoedigd om in hun thuisland te blijven en daar een eigen gewelddadige jihad te voeren. Via tutorials op YouTube of magazines verspreidt de terreurorganisatie haar ideeën.”
De vraag of de oorlog in Gaza een nieuwe broeihaard voor radicalisering zal voortbrengen, is voor Pauwels slechts een deel van het verhaal: “Geopolitieke gebeurtenissen, zoals de oorlog in Gaza, kunnen triggers vormen voor radicalisering, maar de sociale omgeving en de persoonlijke aanleg van een persoon blijven even bepalend.”
En ook het succes van lokale vertakkingen van IS dreigt radicalisering hier in de hand te werken. In maart doodde een groep terroristen nog 139 mensen in een concerthal in Moskou. De schutters behoorden tot een lokale afdeling van de terreurgroep, namelijk IS in de Khorasan Provincie (ISKP). Dat historisch gebied strekt zich uit van Afghanistan tot Iran en Turkmenistan.
Het is voor Pauwels geen toeval dat de vertakking in Afghanistan snel gegroeid is: “Ze gaan zich nestelen op plaatsen waar conflict en chaos aanwezig zijn, en maken daarvan gebruik om hun radicale ideeën aan de man te brengen.”
Momenteel vormt ISKP de grootste dreiging voor het Westen. In ons land dringt minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD) aan: "ISKP vormt ook bij ons de grootste jihadistische dreiging. We moeten alle middelen aanwenden om te vermijden dat die groepering groter wordt." Eerder dit jaar nog werden vier jongeren opgepakt op verdenking van terrorisme. Ze planden een aanslag op de Brusselse concertzaal Botanique.
De veiligheidsdiensten volgen de evoluties op de voet maar Pauwels benadrukt dat ook preventie noodzakelijk is. “Terreurorganisaties zullen altijd blijven bestaan. Naast de bestrijding moet er ook ingezet worden op preventie, bijvoorbeeld door de aantrekkingskracht kleiner te maken en de voedingsbodem weg te nemen. In België zijn sinds de grote aanslagen van 2015 en 2016 meerdere preventieve mechanismen ingezet, zoals aansprekingspunten op scholen.”
