De kansarmoede-index in Vlaanderen - de graadmeter voor kansarmoede - is in 2023 heel licht gedaald tegenover het jaar voordien. Dat blijkt uit de jaarcijfers van het Agentschap Opgroeien. Vorig jaar groeide 12,1 procent van de kinderen tussen 0 en 3 jaar op in kansarmoede, in 2022 was dat nog 12,6 procent.
Kansarmoede bij jonge kinderen vorig jaar heel licht gedaald: "Maar het werk is nog niet af"
Kansarmoede wordt berekend op basis van 6 criteria: het maandinkomen van een gezin, de opleiding van de ouders, de arbeidssituatie van de ouders, de kwaliteit van huisvesting, het stimulatieniveau van het kind en de gezondheid. Wanneer een gezin voor 3 criteria onder de ondergrens scoort, groeit een kind op in kansarmoede.
Kinderen in kansarmoede leven vooral in gezinnen met een laag inkomen en waarbij de ouders een laag opleidingsniveau en een slechte arbeidssituatie hebben. Omdat jonge kinderen en gezinnen er in 2023 op die vlakken op vooruit gingen, is de kansarmoede in Vlaanderen licht gedaald.
Opvallend: kinderen die worden geboren in een gezin met een niet-Belgische moeder, lopen bijna 7 keer meer risico dan andere kinderen om in kansarmoede op te groeien. Voor die 1e groep is het risico 28,1 procent, voor die 2e slechts 4,8 procent.
Stabiel armoederisico
Het armoederisico voor minderjarigen in Vlaanderen bleef vorig jaar stabiel. 7 procent van de Vlaamse minderjarigen groeit nog steeds op in een gezin met een inkomen onder de armoedegrens. 4 procent van de Vlaamse kinderen groeit op met ernstige materiële en sociale tekorten.
Ook hier hebben kinderen waarvan minstens 1 ouder buiten de Europese Unie werd geboren 6 keer meer kans om in armoede op te groeien dan kinderen met twee Belgische of Europese ouders.
Werk van lange adem
De daling is goed nieuws, maar er is nog veel werk aan de winkel. "Elk kind heeft het recht om kansrijk op te groeien. Kansarmoede maakt dat kinderen zich niet ten volle kunnen ontplooien. Daarom moeten we blijvend inzetten om deze drempels aan te pakken", zegt sociaal werker Claudia Di Vaio.
Vlaams minister voor Armoedebestrijding Benjamin Dalle (CD&V) is tevreden met de evolutie: "Kinderarmoedebestrijding is en blijft een prioriteit. Ik zie vandaag de eerste resultaten die bewijzen dat lokale samenwerking een uitstekende manier is om concrete problemen rond (kans)armoede aan te pakken.”
Zowel de kansarmoede als het armoederisico dalen. Maar met een kansarmoede-index van 12,1 procent is het werk niet af
Hilde Crevits, minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Ook Vlaams minister voor Gezin Hilde Crevits (CD&V) is hoopvol. "Ik ben verheugd dat we de kentering hebben ingezet. Bovendien konden we er voor zorgen dat meer kinderen recht kregen op sociale toeslagen. Zo krijgen onze gezinnen, ook van wie werkt aan een beperkt loon, een duwtje in de rug."
Maar minister Crevits beseft dat het nog beter kan. "Met een kansarmoede-index van 12,1 procent is het werk niet af. We moeten blijven inzetten op structurele hefbomen voor onze gezinnen enerzijds en nabije diensten en ondersteuning anderzijds."

