Het orgaan dat toeziet op het verloop van het elektronisch stemmen heeft vastgesteld dat minstens 2.171 kiezers de verkeerde stembiljetten kregen bij de verkiezingen. Dat schrijft De Standaard op basis van een rapport, dat ook onze redactie heeft kunnen inkijken. "Het valt niet uit te sluiten dat dit een impact gehad heeft op de uiteindelijke zetelverdeling", concluderen de experts.
Rapport bevestigt fouten bij elektronisch stemmen op 9 juni: "Impact op zetelverdeling valt niet uit te sluiten"
Bij de verkiezingen op 9 juni mochten de meeste Belgen drie keer stemmen (in Brussel vier): voor het federale, het regionale en het Europese parlement. Minderjarigen en niet-Belgische Europeanen mochten alleen voor het Europees Parlement stemmen. Daar liep het herhaaldelijk fout, bleek al op verkiezingsdag.
Experts hebben nu ook zwart op wit vastgesteld dat dat op grotere schaal gebeurd is. Dat staat in het verslag van het College van deskundigen dat toeziet op het correcte verloop van de elektronische verkiezingen.
Slechts in een minderheid van de bureaus werden geen fouten gevonden
College van deskundigen belast met de controle van het elektronisch stem- en stemopnemingssysteem
Het College heeft vastgesteld dat het aantal uitgebrachte stemmen in veel stembureaus niet strookte met het aantal opgedaagde kiezers per categorie. "Slechts in een minderheid van de bureaus werden geen fouten gevonden", schrijven ze in hun verslag.
Dat ligt niet aan de elektronische systemen waarmee gestemd wordt, maar wel aan menselijke fouten door voor- of bijzitters. Kiezers kregen soms de verkeerde chipkaart, waardoor ze voor andere verkiezingen konden stemmen dan eigenlijk de bedoeling is.
In Vlaanderen enkel steekproef
De experts controleerden alle kantons in Brussel en Duitstalig België, en deden een steekproef in vijf kantons in Vlaanderen. De experts stelden vast dat in de onderzochte kantons minstens 2.171 kiezers foute stembiljetten kregen.
Het gros van de fouten, bijna 1.700, werd in Brussel vastgesteld. Dat komt neer op 0,3 procent van de uitgebrachte stemmen in Brussel. Dat lijkt weinig, maar het kan wel bepalend geweest zijn voor het resultaat. In de vijf Vlaamse kantons werden 399 foutieve stemmen vastgesteld, of 0,2 procent van het aantal uitgebrachte stemmen.
Opvallend: in Hasselt zijn er meer fouten gemaakt dan in alle andere onderzochte kantons in België. Bij 13 procent van de kiezers die enkel voor Europa mochten stemmen - voornamelijk jongeren - ging er iets fout. 288 Hasselaren mochten ook voor het regionale en federale parlement kiezen, tegen wat de wet voorschrijft.
13 stemmen verschil
Voor verschillende parlementszetels in het land kwam het effectief aan op enkele honderden stemmen. Bij de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in Brussel zelfs op 13 stemmen. Dat was het verschil tussen Vlaams Belang en Open VLD. Vlaams Belang heeft daardoor een extra zetel in het parlement en niet de liberalen. Die vragen daarom een hertelling in Brussel.
Het College moet besluiten dat het niet uit te sluiten is dat het probleem een impact heeft gehad op de uiteindelijke zetelverdeling van één of meerdere verkiezingen
College van deskundigen belast met de controle van het elektronisch stem- en stemopnemingssysteem
De conclusie van de expertencommissie is dan ook: "Het College moet besluiten dat het niet uit te sluiten is dat het probleem [...] een impact heeft gehad op de uiteindelijke zetelverdeling van één of meerdere verkiezingen."
Nieuwe parlementsleden bepalen of verkiezingen correct zijn verlopen
Uiteindelijk beslissen de verkozen parlementsleden zelf of de verkiezingen correct zijn verlopen en of de verkiezingsuitslag geldig is. Ze houden daarover een stemming. In het Brussels parlement en het parlement van het Waals gewest zijn de verkiezingen al goedgekeurd.
De werkwijze waarbij het parlement zelf bepaalt of de verkiezingen geldig zijn, ligt sterk onder vuur. In 2020 werd ons land daarvoor veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Volgende week dinsdag buigt het Vlaams Parlement zich over de kwestie. Ze kunnen beslissen om de verkiezingen meteen goed te keuren of bij bezwaren een commissie op te richten die een onderzoek voert. Die commissie komt dan met een advies, maar het parlement is niet verplicht om dat te volgen.
