Een hoorzitting van kandidaat-ministers door het parlement zou in ons land een goede zaak zijn. Dat zegt Filip De Rynck, emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de UGent. In Nederland worden de kandidaat-ministers en -staatssecretarissen van de nieuwe regering momenteel voor het eerst ooit aan zo’n ondervraging onderworpen. "Het toont een vorm van respect voor de verkozen volksvertegenwoordigers. In ons land spelen die bij de formatie helemaal geen rol."
Kandidaat-ministers in Nederland moeten voortaan eerst hoorzitting doorstaan: ook voor ons land een goed idee?
In de Europese Commissie is het de normale gang van zaken: kandidaat-eurocommissarissen moeten niet alleen een schriftelijk, maar ook een mondelinge proef afleggen voordat ze een zitje in de Commissie kunnen bemachtigen.
Tijdens het mondeling examen krijgen ze 3 uur de tijd om het Europees Parlement van hun kunnen te overtuigen. De examenronde is naar verluidt niet van de poes, en wie niet voldoet, kan daadwerkelijk verworpen worden. En dat gebeurt ook regelmatig.
Door de mand vallen
In Nederland, waar de formatie is afgerond en de nieuwe regering is voorgesteld, gebeurt momenteel een soortgelijke procedure. Het is de eerste keer dat onze noorderburen hun kandidaat-ministers en -staatssecretarissen aan de tand voelen. Een stemming zoals op Europees niveau gebeurt er dan weer niet. Een kandidaat-minister verwerpen, kan de Tweede Kamer dus niet.
Toch heeft zo’n hoorzitting wel degelijk nut, zegt Filip De Rynck, emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de UGent, in De Wereld Vandaag op Radio 1. "De debatten worden publiek uitgezonden op de Nederlandse openbare omroep. Het is een interessante manier voor het publiek om kennis te maken met de kandidaat-ministers. Je kan hun politieke visie en persoonlijke competenties beoordelen: hebben ze een visie, kunnen ze die verwoorden, hoe gaan ze om met persoonlijke vragen?"
"En laat ons wel wezen: als iemand door de mand valt en niet in staat is om behoorlijk op een reeks vragen te antwoorden, wordt het lastig voor de partij om de kandidatuur staande te houden. Ze zijn nog niet beëdigd."
Traditie binnen partijen
Bovendien, zegt De Rynck, toont zo’n procedure een vorm van respect voor de verkozen volksvertegenwoordigers. "In Nederland is het parlement betrokken bij de uitwerking van het regeerakkoord. De hoorzitting van kandidaat-ministers en -staatssecretarissen is met andere woorden een voortvloeisel daarvan. In ons land is de rol van volksvertegenwoordigers tijdens de regeringsvorming echter volledig gemarginaliseerd. Het is bij ons ook de traditie dat de partijvoorzitters hun ministers naar voren schuiven."
Ook de verhouding tussen het parlement en de regering eens de legislatuur begonnen is, zit volgens hem scheef. Er is te veel particratie in ons systeem geslopen, waardoor de parlementsleden (te) veel van hun macht hebben moeten afstaan aan de politieke partijen.
Redenen genoeg waarom de emeritus hoogleraar betwijfelt of we in ons land ooit zo’n hoorzittingsprocedure zullen zien. "Ik zou het toejuichen, maar ik acht de kans erg klein. Het zou een serieuze stijlbreuk zijn."
Nieuwe Nederlandse ministers moeten eerst hoorzitting passeren: zou dat in België ook goed idee zijn?


