De Europese Commissie plaatst ons land samen met onder meer Frankrijk en Italië op het Europese strafbankje omdat ons begrotingstekort vorig jaar is opgelopen tot meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Wat houdt dat strafbankje precies in en wat betekent dit nu voor ons land? In elk geval krijgt informateur Bart De Wever (N-VA) bijval voor zijn pleidooi om onze overheidsfinanciën grondig te saneren.
België op Europees strafbankje wegens slechte begrotingscijfers: wat staat ons te wachten?
Hoe ziet dat strafbankje er eigenlijk uit?
De beslissing van de Europese Commissie is een eerste stap in de zogenoemde 'procedure voor buitensporige tekorten'. "Het is een signaal dat we iets moeten doen", zegt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka. Ons land had vorig jaar een begrotingstekort van 4,4 procent, terwijl dat volgens de nieuwe Europese begrotingsregels maximaal 3 procent van het bbp mag zijn. Het bruto binnenlands product is de marktwaarde van alle goederen en diensten die er op één jaar tijd worden geproduceerd.
Bovendien kampt ons land met een hoge schuldgraad. Eind vorig jaar bedroeg die 105,2 procent van het bbp. Voor de Commissie overtreedt een lidstaat de Europese schuldregels als de schuldgraad hoger ligt dan 60 procent en niet voldoende afneemt.
Vrijdag krijgen we te horen wat de EU van ons verwacht. De Commissie komt dan met een traject dat ons weer op het goede begrotingspad moet brengen. Dat gaat van concrete maatregelen die ons land moet nemen tot een termijn om effectief resultaat te boeken. Lidstaten die de opgelegde maatregelen van de Commissie niet volgen, riskeren een Europese boete, maar dat is dus het eindpunt van een lang traject. Om het tekort terug te brengen heeft de regering de keuze tussen een termijn van 4 of 7 jaar.
In principe moeten we in september een meerjarenplan indienen bij de Europese Commissie waarin duidelijk wordt gemaakt hoe we de opgelegde doelstellingen denken te behalen. Daarna moeten we tot een akkoord met Europa zien te komen, waarop het traject kan beginnen in het kader van de begroting 2025.
Hoe (slecht) staat ons land ervoor?
In haar economische vooruitzichten voorspelde de Europese Commissie vorige maand nog dat ons begrotingstekort tegen eind volgend jaar en bij ongewijzigd beleid tot 4,7 procent dreigt op te lopen. Het Federaal Planbureau heeft het over een tekort van 4,5 procent dit jaar en van 5,3 procent volgend jaar.
In miljarden betekent dat een tekort van 31 miljard dit jaar en van 40 miljard euro volgend jaar. De schuldgraad, die aangeeft in hoeverre de schuld wordt gedekt door het eigen vermogen, dreigt volgend jaar op te lopen tot 106,6 procent van het bbp.
Wat zijn de grootste kostenplaatjes?
Uit cijfers van het Federaal Planbureau blijkt dat de rentelasten op de schuld na een daling van zo'n 3 decennia weer gestegen zijn.
De uitgaven voor de pensioenen zijn gestegen, vooral als gevolg van de vergrijzing. Het Planbureau verwacht een gemiddelde jaarlijkse groei van 2,7 procent, bijna het dubbele van de groei van het bbp, die op 1,4 procent wordt geschat.
Een nieuwe kostenvreter vormen de verhoogde investeringen in Defensie, een indirect gevolg van de oorlog in Oekraïne. Nu liggen die uitgaven op 1,1 procent van het bbp, maar het is de bedoeling dat dit wordt opgetrokken tot 2 procent.
De economische groei blijkt niet sterk genoeg en leidt niet tot genoeg inkomsten om de groei van de uitgaven en de stijging van de rentelast te compenseren. Vandaar dat de begroting van ons land bloedrood kleurt.
Voor alle duidelijkheid: de Belgische schuld staat niet alleen voor de schuld van het federale niveau, maar ook voor de schuld van de regio's. Het aandeel van de schuld van de federale overheid dreigt te stijgen van 70 procent vorig jaar naar bijna 90 procent in 2029, met dank aan de stijgende uitgaven voor pensioenen, gezondheidszorg, invaliditeit, defensie en de rentelasten.
"De kern is dat onze overheidsuitgaven al jarenlang aan het stijgen zijn", zegt Bart Van Craeynest. "In vergelijking met 2000 zijn ze 10 procent hoger dan toen."
De tekorten van Vlaanderen en het Waals Gewest worden geleidelijk afgebouwd, maar dat geldt niet voor de Franse Gemeenschap en het Brussels Gewest.
Wat kan de politiek doen?
Het moge duidelijk zijn: ons land zit met een knoert van een financieel probleem. De nieuwe regeringen zullen dat onder druk van de Europese Commissie moeten zien op te lossen. Dat kan op 3 manieren: door extra inkomsten te zoeken - vaak bijkomende belastingen -, door geplande uitgaven niet te doen of door besparingen.
Hier zitten niet alle partijen die deelnemen aan de formatiegesprekken op dezelfde lijn. N-VA en MR huldigen vooral de liberale principes van minder overheidsuitgaven. Voor wat betreft een dwingender activeringsbeleid krijgen ze op veel punten bijval van CD&V, Les Engagés en Vooruit. Zelfs een beperking van de werkloosheidsuitkeringen is voor Vooruit niet meer onbespreekbaar.
Maar als het gaat over besparingen in de pensioenen en de gezondheidszorg zijn Vooruit, CD&V en Les Engagés argwanend. Vooruit wil meer geld ophalen door ook inkomsten uit vermogens hoger te belasten, maar daarvan willen N-VA en MR dan weer niet horen. "Eén mirakeloplossing is er niet", denkt Bart Van Craeynest.
We gaan de besparingen de komende jaren allemaal voelen
Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka
De deelnemers aan de formatiegesprekken hebben heel wat gespreksstof. Ironisch genoeg komt dat goed uit voor informateur Bart De Wever (N-VA), die al langer zegt dat de overheidsfinanciën ontsporen als er geen maatregelen worden genomen. Raken ze eruit en kunnen de nieuwe regeringen ons land weer financieel gezond krijgen? Het enige wat we zeker weten, is dat Europa toekijkt en zal ingrijpen als de Wetstraat er niet uit raakt.
Niets doen is geen optie. "De inspanning die we moeten doen is groot", zegt Van Craeynest. "We hebben zo'n budgettaire inspanning eigenlijk niet meer gedaan sinds de jaren 80. Dit lukt niet als niet iedereen daaraan meedoet. We gaan dat dus de komende jaren allemaal voelen." Zoniet dreigt ons land onder druk te komen op de financiële markten.

