77 procent van de jobstudenten wil (minstens) 600 uur per jaar kunnen werken. Dat blijkt uit een bevraging van Randstad. Begin vorig jaar kwam er een tijdelijke verhoging van 475 naar 600 werkuren, maar die maatregel loopt in principe af aan het einde van 2024.
8 op de 10 jobstudenten willen 600 uur werken per jaar, "maar student moet student blijven"
Hr-dienstverlener Randstad heeft 1.000 Belgische leerlingen en studenten ouder dan 15 bevraagd in een online-enquête. Daaruit blijkt dat 84 procent van de bevraagden werkt: als jobstudent, bijklusser of vrijwilliger.
Ze kregen vragen over allerlei werkgerelateerde onderwerpen: hoeveel verdienen ze? Welk soort jobs doen ze? In welke sectoren werken ze? Waaraan besteden ze hun geld?
600 of 475 uur werken?
Sinds 1 januari 2023 mogen studenten tot 600 uur per jaar werken tegen verlaagde sociale bijdragen, in plaats van 475 uur. De maatregel maakte deel uit van het relanceplan, en heeft gevolgen voor het 'ten laste' zijn van de ouders en de kinderbijslag.
Wanneer jobstudenten te veel verdienen of te veel werken, moeten ze meer belastingen betalen. Maar dat niet alleen: ook ouders kunnen meer belastingen moeten ophoesten, omdat de student niet meer ten laste is wanneer die te veel verdient. Mogelijk verliezen ze ook het Groeipakket (de vroegere kinderbijslag).
Studenten mogen maximaal 7.965 euro bruto per jaar verdienen om ten laste te kunnen blijven van hun ouders (of 10.090 euro wanneer ouders apart worden belast). 73 procent van de bevraagde studenten was hiervan op de hoogte.
De 600 uur-maatregel loopt in principe eind dit jaar af. Maar als het van de bevraagde studenten afhangt, wordt die dus verlengd. 77 procent vindt de stijging noodzakelijk. 6 op de 10 willen zelfs meer dan 600 uur per jaar werken.
"Maar als we kijken naar hoeveel uren studenten werkelijk presteren, dan zien we dat slechts een derde (34 procent) van de bevraagde studenten gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om meer dan 475 uur te werken", zegt Wim Van der Linden van Randstad. "Het is aan de politiek om te beslissen of ze de 600 uur definitief behouden."
3 op de 10 ervaren negatieve invloed op studies
Opmerkelijk: Randstad is zelf geen groot pleitbezorger voor de 600 uur-maatregel. "Ons inziens was de oude regelgeving van 475 werkuren al zeer billijk. Ze kunnen er dan ook nog voor kiezen om meer te werken dan 475 uur, en extra sociale bijdragen te betalen", aldus Van der Linden. "In de eerste plaats moeten studenten natuurlijk student kunnen zijn, en de mogelijkheid krijgen om goede studieresultaten voor te leggen."
475 uur was voor ons zeer billijk, een student moet student kunnen zijn
Wim Van der Linden
Maar wat vinden de jongeren daar zelf van? 31 procent van de bevraagde studenten vindt dat studentenarbeid een negatieve invloed had op hun studieprestaties. Daar tegenover staat dat iets meer dan de helft (55 procent) vindt dat studentenarbeid bijdraagt aan hun mentaal welbevinden. "Door te werken tijdens hun studies verdienen ze niet enkel geld, maar verwerven ze ook competenties die later van pas kunnen komen op de arbeidsmarkt."
1 op de 3 werkt tijdens de blok of examenperiode
Randstad merkt ook op dat steeds meer studenten werken tijdens de blok of de examens. Het gaat om ongeveer een derde (32 procent) van de jobstudenten. Ter vergelijking: in 2018 gaf slechts 24 procent van de studenten aan te werken tijdens deze periode.
In Wallonië ligt het percentage dit jaar nog hoger, met 39 procent. En ook leeftijd speelt een rol. "Hoe ouder, hoe vaker men werkt", zegt Van der Linden. "Ook zelfstandig wonende studenten en kotstudenten werken vaker tijdens de examenperiode, dat hoeft niet te verbazen."
Populairste jobs: horeca en kassier(ster)
In de sectoren met de meeste studentenjobs, blijft de horeca de onverslagen kampioen. 23 procent van de bevraagde jongeren geeft aan een job in de horeca uit te oefenen. Gevolgd door de kleinhandel (21 procent) en vrijetijdssector zoals pretparken en clubs (8 procent). Productiebedrijven (8 procent) en de overheid (7 procent) vervolledigen de top vijf.
Kassier(ster) is net als vorig jaar de populairste studentenjob (12 procent). Andere populaire jobs zijn magazijnier (11 procent), administratief bediende (9 procent), rekkenvuller (7 procent) en arbeider in een productiebedrijf (6 procent).
Loonkloof tussen mannen en vrouwen gedicht
In tegenstelling tot vorig jaar, zijn er dit jaar geen significante verschillen tussen het uurloon van mannen en vrouwen. Het mediaan uurloon bedraagt 13 euro, en ligt daarmee één euro hoger dan vorig jaar.
Uit het onderzoek blijkt wel dat er sprake is van een andere soort genderkloof. "Ouders blijken vaak een ondersteunende rol op zich te nemen in het professionele leven van hun student. Ze helpen zoeken naar een job, helpen met solliciteren en nemen een deel van de administratie over."
"Meer dan een kwart van de studenten (28 procent) geeft aan dat hun ouders het merendeel van die taken op zich nemen. Opmerkelijk: ouders 'betuttelen' hun zonen een stuk meer dan hun dochters: 34 procent tegenover 21 procent."
Kostenposten: van vrije tijd tot studies betalen
Studenten in België gebruiken hun loon vooral om leuke dingen te doen of te kopen (uitgaan, vakantie, kleding en de smartphone zijn hier de voornaamste kostenposten), en om te sparen.
Toch geeft 25 procent aan een stukje bij te dragen aan het gezinsbudget, en gebruikt 28 procent het loon deels om de eigen studies te financieren. 37 à 38 procent van de studenten gaf aan daardoor meer te moeten werken.
"Flexibeler werken dan vroeger"
"Studentenarbeid is de afgelopen jaren veel flexibeler geworden", zegt Van der Linden nog. "Slechts 10 procent van de studenten werkt alleen tijdens de zomervakantie. 75 procent werkt ook als jobstudent tijdens de rest van het jaar."
En ook tijdens de zomer is er meer ruimte voor flexibiliteit volgens Van der Linden. "Studenten gaan hun werk meer plannen rond vrijetijdsactiviteiten: een week werken, dan naar Werchter. Nog twee weken werken, dan op vakantie met de ouders. Weer wat werken, dan op scoutskamp."
Vaak betekent dat dat ze bij meerdere werkgevers werken. "Die laatsten moeten zich daaraan aanpassen, maar het geeft hen ook vrijheid om studenten op verschillende manieren in te zetten."


