Bioboer Kurt Sannen van hoeve Het Bolhuis in Diest heeft als eerste professionele landbouwer in Vlaanderen het label van Levend Erfgoedhof ontvangen. Met dat label wil het Steunpunt Levend Erfgoed personen of organisaties bekronen die levende dieren van traditionele Vlaamse rassen in stand helpen houden.
Kempische koeien en Ardense voskopschapen: hoeve Het Bolhuis in Diest krijgt label 'Levend Erfgoedhof'
Kempische roodbonte koeien, Kempische geiten, Ardense voskopschapen en Ukkelse baardkrieltjes: het zijn bijzondere rassen die op hoeve Het Bolhuis rondlopen. "Het is ons levend erfgoed", zegt Kurt Sannen. "Vroeger had zowat elke Kempische boer Kempische koeien rondlopen, maar 25 jaar geleden waren ze bijna volledig uitgestorven. Ik ben dan ginder de laatste koeien gaan halen om daarmee een nieuwe start te nemen." Intussen zijn er een 15-tal boeren die dit ras weer op de kaart hebben gezet, met in totaal zo'n 600 runderen. "Ze blijven dus erg zeldzaam", klinkt het.
Toen Sannen de boerderij een kwarteeuw geleden overnam, liepen er ook al enkele Kempische runderen rond op de boerderij. "Ze hoorden bij dit landschap en het voelde verkeerd om met een ander ras te beginnen", vertelt hij. "Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe meer ik voelde dat er een goed verhaal achter zat. Toen besefte ik dat dit niet mocht verdwijnen. De dieren horen bij dit landschap, maar ze leveren ook zowel melk als vlees."
"Het is ook een ras dat niet te veeleisend is", vertelt Sannen. "Met een Porsche kan je ook niet offroad gaan, daarvoor heb je een Landrover nodig. Wel, dat is ook wat die dieren hebben: ze kunnen tegen een stootje, ze kunnen het hele jaar rond buiten grazen, ze zijn ook tevreden met wat minder goed gras. Kortom: ideale dieren."
Vroeger keek men in het slachthuis wel al eens raar op wanneer Sannen met zijn zeldzame rassen kwam aanzetten, maar de tijden zijn intussen veranderd. "Ik zie in het slachthuis bijvoorbeeld al vaker voskopschapen dan andere schapen en ik hoop dat we het in de toekomst ook allemaal normaal zullen vinden om Kempische koeien te zien."
Het mag allemaal mooi klinken, het is en blijft hard werken. "Het is niet makkelijk", geeft Sannen toe. "Het is niet voor iedereen weggelegd. Ik heb 20 jaar aan de weg getimmerd en het blijft nog elke dag wroeten. Maar het kan." Hij is dan ook blij met het label 'Levend Erfgoedhof'. "Het toont aan dat ik iets moois bereik met lokale rassen."
Geiten met een gps-tracker
Bioboer Sannen mag dan wel teruggrijpen naar oude en zeldzame rassen, in het beheer van de kudde gebruikt hij wel innovatieve technieken. "Mijn kudde schapen loopt rond in een draadloze wei, zonder afrastering", vertelt hij. "Ze blijven op hun wei door een gps-tracker die ze rond hun nek hebben hangen. Als ze de grens van hun terrein naderen, geeft de tracker een signaal en weten ze dat ze moeten terugkeren. Op die manier blijft het een open natuurgebied."
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

