4 op de 10 Belgen zijn digitaal kwetsbaar, zo blijkt uit de barometer voor digitale inclusie van de Koning Boudewijnstichting. Dat betekent dat ze nooit het internet gebruiken of dat hun digitale kennis te wensen overlaat, waardoor ze bijvoorbeeld het slachtoffer kunnen worden van online oplichters. De cijfers gaan in dalende lijn, maar er is nog werk aan de winkel, benadrukt de stichting.
Voor veel Belgen gaat omslag naar online te snel: "Persoonlijke en telefonische contacten moeten mogelijk blijven"
In 2023 bleek 40 procent van de mensen tussen 16 en 74 jaar digitaal kwetsbaar. In 2021, bij de vorige barometer, was dat nog 46 procent. 5 procent van de Belgen surft nooit op het internet en 35 procent heeft te weinig digitale kennis.
Het cijfer daalt, maar toch ligt het aantal Belgen met weinig digitale vaardigheden nog steeds iets hoger dan het Europese gemiddelde, vooral in vergelijking met onze buurlanden. Bovendien neemt de kloof tussen mensen met een laag en een hoog inkomen nog met 3 procentpunt toe.
De digitale vaardigheden zijn het zwakst op het vlak van onlineveiligheid. Daar valt 28 procent in de categorie "geen vaardigheden" en 30 procent in de categorie "basisvaardigheden". Samen meer dan de helft dus. Dat betekent dat de onlineactiviteiten van die mensen vaker worden getraceerd, en dat ze meer risico lopen op gegevensdiefstal of phishing (online oplichting).
Opleidingsniveau is belangrijke factor
Bepaalde bevolkingsgroepen lopen meer risico dan andere. Vooral het opleidingsniveau blijkt doorslaggevend: personen met een lage scholing (68 procent) lopen drie keer meer risico op digitale kwetsbaarheid dan hooggeschoolden (19 procent).
De cijfers voor digitale kwetsbaarheid liggen ook hoger bij mensen met een laag inkomen, werkzoekenden, éénoudergezinnen en ouderen.
"Meer dan 50 procent van de werkzoekenden is digitaal kwetsbaar. Zij worden eigenlijk dubbel gestraft. Ze hebben al geen werk en moeten vaak online zoeken naar iets nieuws. Als je daar dan geen kaas van gegeten hebt, ben je dubbel zo kwetsbaar", vertelt Koen Ponnet, professor aan de UGent en onderzoeker bij Imec.
52 procent van de laaggeschoolde jongeren beschikt over slechte digitale vaardigheden, tegenover 10 procent bij de hoogopgeleide jongeren. "Het is een mythe dat alle jongeren digital natives zijn met een uitgebreide digitale kennis", staat te lezen in het rapport.
Vaak enkel smartphone
Wel is het zo dat steeds meer mensen toegang hebben tot het internet en digitale hulpmiddelen. In 2023 beschikte 95 procent van de huishoudens over een internetverbinding thuis. In 2021 was dat 92 procent.
Bovendien zijn steeds meer Belgen 'multigeconnecteerd'. Dat wil zeggen dat ze online actief zijn met verschillende toestellen. Maar dat geldt niet voor iedereen: 25 procent van de mensen met een laag inkomen heeft enkel een smartphone met internettoegang. Dat is drie keer meer dan bij mensen met een hoog inkomen. Dat kan het moeilijker maken om sommige administratieve zaken te regelen.
"Het kan dat een smartphone genoeg is, maar mensen met alleen dat digitaal hulpmiddel, schieten soms toch tekort. Zo kan je geen bijlagen versturen of brieven opmaken en verzenden. Je blijft dus een beetje gelimiteerd", gaat Ponnet verder.
Investeringen blijven nodig
"De langzame vooruitgang in de cijfers maakt duidelijk dat de digitale wereld voor veel personen, zeker voor degenen die zich in een sociaal, economisch en cultureel kwetsbare positie bevinden, ontoegankelijk is en blijft", concludeert het rapport.
De onderzoekers besluiten dan ook met een oproep aan de overheid en bedrijven om te investeren in online diensten die toegankelijk zijn voor iedereen en ondersteuning voor mensen die moeite hebben met de digitale wereld.
"De dag van vandaag pushen overheidsinstellingen en de bankensector zo hard mogelijk om over te schakelen naar online. Dat is heel logisch en ook kostenefficiënt. Alleen, het gaat voor de mensen veel te snel."
Als je zaken online aanbiedt, zorg ervoor dat mensen je op een of andere manier kunnen bereiken of hulp kunnen vragen
Professor Koen Ponnet (UGent)
Daarom is er nood aan ondersteuning. Cijfers tonen ook aan dat kwalitatieve alternatieven voor digitale dienstverlening, zoals persoonlijke of telefonische contacten, noodzakelijk zijn en moeten blijven bestaan. Terwijl die mogelijkheden de laatste jaren steeds vaker worden afgebouwd.
"Als je zaken online aanbiedt, zorg ervoor dat mensen je op een of andere manier kunnen bereiken of hulp kunnen vragen. Die face-to-face-contacten blijven zeer belangrijk. Ook voor het vertrouwen, je gaat sneller iemand vertrouwen die achter een loket zit bij de bank dan online", zegt Ponnet.
Hij haalt de bibliotheek aan als perfecte voorbeeld. "Daar moet je ook niets meer aan de balie afgeven en kan je je boek zelf digitaal inleveren. Toch is er nog altijd iemand beschikbaar aan de balie die kan helpen bij problemen. Die service zou overal - al is het telefonisch - nog aanwezig moeten zijn."
De Barometer Digitale Inclusie is een initiatief van de Koning Boudewijnstichting en het werk van de onderzoeksteams Imec-mict-UGent en IACCHOS CIRTES van UCLouvain. De onderzoekers baseerden zich op de gegevens van Statbel uit 2023. De barometer verschijnt sinds 2020 om de twee jaar.


