In heel wat supermarkten vind je tegenwoordig in de vleesafdeling "parkkonijnen", "welzijnskippen" en zelfs "varkens op stro". Die dieren worden beter behandeld dan hun gemiddelde soortgenoten, maar daar hangt ook een hoger prijskaartje aan voor de consument. De Vlaamse overheid komt eind dit jaar met een dierenwelzijnslabel "Beter Voor Dieren". Maar wat is er nu precies diervriendelijker aan "welzijnskippen"?
Over welzijnskippen en parkkonijnen: hoe herken je diervriendelijk(er) vlees in de winkel?
Xavier Taveirne is jouw consumentenman. Hij presenteert elke werkdag tussen 9 uur en 10 uur 'WinWin' op Radio2. Heb je een vraag, tip of probleem? Mail naar winwin@radio2.be.
"Een welzijnskip is een kip met een verhoogd welzijn ten opzichte van een standaard kip. Ze krijgen meer plaats, daglicht en extra afleiding in de stal", vertelt Anneleen Watteyn. Zij is expert dierenwelzijn bij ILVO, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek.
In tegenstelling tot de naam doet vermoeden, huppelen parkkonijnen niet vrij rond in de natuur. "Nee, die konijnen worden nog steeds opgekweekt in kooien, maar ze krijgen meer ruimte en er liggen bijvoorbeeld buizen om zich in te verstoppen of blokjes om aan te knagen. De natuur wordt meer nagebootst."
Marketing en strenge controles
"Parkkonijn" en "welzijnskip" zijn geen officiële labels en het is deels ook gewoon marketing. "Iedereen moet zich aan de wet houden in verband met dierenwelzijn, maar sommige retailers stellen extra eisen waar hun producenten aan moeten voldoen. De winkels mogen die benamingen zelf op hun verpakkingen zetten, maar die eisen worden wel streng gecontroleerd. Het draait wel degelijk om dierenwelzijn."
Ook voor andere dierlijke producten bestaan er al jaren benamingen die aangeven dat dieren beter worden behandeld. Zo komt "weidemelk" van koeien die minimaal 120 dagen per jaar minstens zes uur per dag in de wei grazen. Bij eieren kan je in de winkel ook kiezen voor eieren van kippen met vrije uitloop. Bij de productie van voeding met een biolabel wordt - naast biologische voeding - ook al extra rekening gehouden met dierenwelzijn.
Algemeen label op komst
De Vereniging voor de Bevordering van het Welzijn van Landbouwhuisdieren werkt momenteel in opdracht van de Vlaamse regering aan een officieel label: "Beter Voor Dieren". Dat is een algemeen label voor dierlijke producten dat dierenwelzijn moet promoten in de supermarkt. "Verschillende comités geven ons adviezen zodat het bestuursorgaan een gemeenschappelijk referentiekader kan maken. In die comités zitten alle schakels uit de sector zoals de kwekers, slachthuizen en retailers, maar ook onafhankelijke wetenschappers en vertegenwoordigers van de maatschappij", legt voorzitter Sarne De Vliegher uit. Hij is ook professor diergeneeskundig recht aan de faculteit Diergeneeskunde van de UGent.
Eind dit jaar moet het label voor het eerst zichtbaar zijn in de winkelrekken. Weliswaar enkel nog maar op verpakkingen van varkensvlees. Tegen eind 2025 volgt dan het label voor pluimvee en tegen eind 2026 zijn de runderen aan de beurt. Er komen drie onderverdelingen, die worden aangeduid met een, twee of drie plustekens. Hoe meer plusjes, hoe hoger het dierenwelzijn. "We zijn een lastenboek aan het opstellen waarin omschreven staat wanneer een product welk label krijgt. Het label is bedoeld voor vlees dat in België wordt geproduceerd. Het is een Vlaams initiatief, maar het is de bedoeling dat het in heel het land bruikbaar zal zijn."
Het label zou op langere termijn de wildgroei aan benamingen en labels moeten verhelpen. "Het is de bedoeling dat iedereen zich achter dit label schaart om de consument niet te verwarren. Het zou ideaal zijn als het zou gebruikt worden ter vervanging van de bestaande benamingen en labels."
Dierenwelzijn kost geld
Als je vlees koopt zonder dierenwelzijnslabel erop, koop je dan vlees van dieren die geen goed leven hebben gehad? "Zeker niet", stelt Anneleen Watteyn van ILVO gerust. "Al onze veehouders zitten enorm in met hun dieren. Ze zijn tenslotte ook hun bron van inkomsten. De dieren worden goed verzorgd, maar we kunnen natuurlijk altijd nog meer doen voor het dierenwelzijn."
Maar meer dierenwelzijn kost meer geld, een meerprijs die de consument vaak nog niet wil betalen voor zijn steak, kippenbil of varkenskotelet. "Dat is het grote verschil tussen de burger en de consument. De burger wil doorgaans meer welzijn voor de dieren, maar in de winkel staat nog altijd de consument en die kijkt vooral naar zijn portefeuille."
Impact op het milieu
De afweging maken tussen meer dierenwelzijn en de impact daarvan op het milieu is niet altijd zo eenvoudig te maken. Als je dieren meer ruimte geeft, zouden ze bijvoorbeeld ook meer ammoniak kunnen uitstoten. "Ammoniak komt vrij wanneer urine in contact komt met mest. Zelfs wanneer er minder dieren op een bepaalde oppervlakte zitten, kan er een hogere uitstoot van ammoniak zijn en dat is schadelijk voor het milieu."

