De wereld gaat dit jaar voor het eerst twee keer zoveel investeren in schone energie als in fossiele brandstoffen. Dat blijkt uit een rapport van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Er zal de komende jaren wel nog veel meer geïnvesteerd moeten worden om de wereld tegen 2050 CO₂-neutraal te maken.
Primeur: dubbel zoveel investeringen in schone energie als in fossiele brandstoffen
Dit jaar verwacht het IEA dat er 2.000 miljard dollar geïnvesteerd wordt in hernieuwbare en koolstofarme energie. Dat is een record. De hoeveelheid geld die in schone energie wordt gestoken, is de voorbije 5 jaar bijna verdubbeld.
Het geld gaat naar energiebronnen zoals zonnepanelen, windmolens en kerncentrales, maar ook naar energieopslag, elektriciteitsnetten, efficiëntieverbeteringen, elektrische voertuigen, koolstofarme brandstoffen en warmtepompen.
Hoewel er vooruit wordt geblikt op heel het jaar, zegt Thijs Van de Graaf, energie-expert en professor internationale politiek aan de UGent, dat het rapport wellicht accuraat is. "Dit is eigenlijk geen rapport over de toekomst. Het is een rapport over waar we nu staan. Ze gaan niet tot op de dollar juist zitten, maar de grote trends komen in dit rapport wel naar boven."
Zonnepanelen op kop
Vooral in zonnepanelen wordt steeds meer geïnvesteerd. Dit jaar verwacht het IEA dat er 500 miljard dollar in de sector wordt gestoken. Er wordt dit jaar meer geld geïnvesteerd in zonnepanelen dan in alle andere elektriciteitsbronnen samen, zegt Van de Graaf, "inclusief nucleair, gas, waterkracht en wind."
Dat komt onder meer omdat de prijs van zonnepanelen de voorbije 2 jaar met 30 procent is gedaald. "Op 10 jaar tijd is de prijs zelfs met meer dan 70 procent gedaald. Ook windenergie kent een forse kostendaling, maar niet zo spectaculair als zonne-energie."
China is wereldwijd de grootste producent van zonnepanelen. Het land is ook koploper op het vlak van de totale investeringen in hernieuwbare energie. Dit jaar verwacht het IEA dat China 675 miljard dollar gaat investeren. In Europa wordt 370 miljard dollar geïnvesteerd, in de VS 315 miljard. De drie regio’s zijn samen goed voor meer dan twee derde van de investeringen.
Nog altijd veel geld voor fossiele brandstoffen
Daartegenover staat dat er dit jaar wereldwijd naar verwachting meer dan 1.000 miljard dollar geïnvesteerd wordt in fossiele brandstoffen. Het gaat onder meer om olie, gas en steenkool. Dat is een lichte stijging tegenover het jaar 2023. Het bedrag is wel nog altijd lager dan in 2019. Tijdens coronajaar 2020 zijn investeringen in fossiele brandstoffen fors gedaald, maar sindsdien stijgen ze weer jaar na jaar.
"Het blijft nog altijd zeer lucratief om daarin te investeren, maar het kantelpunt is eigenlijk al jaren geleden bereikt", zegt Van de Graaf. "Sinds 2016 zitten we in een situatie waarbij er meer in schone energietechnologieën wordt geïnvesteerd dan in fossiele brandstof.".
Vooral opvallend is dat dit jaar 50 gigawatt aan nieuwe steenkoolcentrales wordt gebouwd. Dat is de meest vervuilende bron van stroomproductie. Er kwamen sinds 2015 nooit zoveel steenkoolcentrales bij. Het leeuwendeel van die centrales wordt in China gebouwd.
Niet op schema om klimaatdoelstellingen te behalen
Volgens IEA-topman Fatih Birol wordt er dit jaar voor elke dollar die naar fossiele brandstoffen vloeit, bijna 2 dollar geïnvesteerd in hernieuwbare bronnen. Dat is volgens hem echter nog altijd niet genoeg om de wereldwijde klimaatdoelstellingen te halen.
Om tegen 2050 CO₂-neutraal te worden, moet de wereld de komende 6 jaren elk jaar 500 miljard dollar meer investeren in hernieuwbare energie dan nu het geval is, staat in het IEA-rapport te lezen. Ook moeten investeringen in fossiele brandstoffen tegen 2030 met meer dan 50 procent dalen, naar 450 miljard dollar per jaar.
Van de Graaf denkt niet dat zulke daling haalbaar is. "Er is sinds de pandemie een grote verschuiving wie die investeringen doet. Het zijn nu vooral nationale oliebedrijven in het Midden-Oosten die dat doen. De hele economie van die landen, zoals Saoedi-Arabië, Koeweit en Qatar, is gebaseerd op olie- en gasexportinkomsten. Zij willen dat model zo lang mogelijk behouden."
Opkomende landen hinken achterop
Opkomende economieën zoals Afrika, India, Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië dreigen aan het huidige tempo achterop te raken, waarschuwt het IEA. Deze regio’s zijn samen goed voor slechts 15 procent van de investeringen. Volgens het agentschap moet er meer worden gedaan om te verzekeren dat hernieuwbare bronnen ook in deze landen toegankelijker worden.
"Die opkomende landen bevinden zich vaak rond de evenaar en hebben dus gigantisch veel zonne-potentieel. Maar als je zonnepanelen installeert, zijn de kapitaalkosten veel groter dan de operationele kosten." Dat wil zeggen dat wanneer je zonnepanelen installeert, je in het begin veel geld betaalt voor de aanschaf en installatie. Daarna zijn de kosten om ze te laten werken en te onderhouden veel lager. "Veel opkomende landen hebben geen goed ontwikkelde kapitaalmarkten, waardoor de interestvoet van leningen er veel hoger ligt", zegt Van de Graaf.
De oplossing, zegt hij, is om de kostprijs van kapitaal in deze landen naar beneden te halen. Dat kan door rechtstreeks geld te investeren, of door het uit te lenen, bijvoorbeeld via ontwikkelingsbanken. De dalende prijs van hernieuwbare energie is een bijkomende factor die de technologie toegankelijker moet maken in opkomende landen.
Energie wordt hoe dan ook goedkoper
Dat hernieuwbare energie steeds goedkoper wordt, zal er ook in de ontwikkelde wereld voor zorgen dat energie fors goedkoper wordt. Dat blijkt uit een ander rapport van het IEA dat in mei werd gepubliceerd.
"De energietransitie in zijn geheel zal wereldwijd leiden tot lagere energiekosten dan vandaag. Het IEA zegt in dat rapport dat we de energiekostprijs in de toekomst wellicht zelfs gaan uitdrukken in cent per kilowattuur, in plaats van dollar per vat, wat nu nog vaak de standaard is", concludeert Van de Graaf.

