Het geboortecijfer in Vlaanderen is vorig jaar met 1 procent gedaald en ligt daardoor op het laagste peil in twintig jaar. Dat blijkt uit cijfers van het agentschap Opgroeien.
In 2023 registreerde Kind en Gezin 63.030 geboortes bij moeders die in het Vlaamse Gewest wonen. Dat zijn er 656 minder dan in 2022 (-1 procent). Het geboortecijfer daalde in elke Vlaamse provincie, behalve in Antwerpen waar het lichtjes toenam (+0,5 procent). In Limburg was de daling (-2,2 procent) groter dan in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant (-1,8 procent) en West-Vlaanderen (-1,1 procent).
Al sinds 2011 daalt het geboortecijfer in Vlaanderen, met uitzondering van 2021, toen er een stijging van 4,6 procent was. De daling is niet te wijten aan wijzigingen in de omvang van de samenstelling van de populatie vrouwen van 20 tot 40 jaar, maar is vooral te verklaren door het feit dat vrouwen vorig jaar minder kinderen kregen tegenover 2022, vooral dan de vrouwen tussen 25 en 35 jaar.
Verder blijkt dat net als andere jaren er meer jongens (50,9 procent) dan meisjes (49,1 procent) geboren werden in het Vlaamse Gewest. Ongeveer 45 procent van de kinderen was het eerste kind van de moeder en 35 procent was het tweede.
Ruim 70 procent van de baby's had bij de geboorte een moeder die tussen 25 en 35 jaar was. Meer dan 16 procent had een moeder tussen 35 en 40 jaar. Het aandeel borelingen met een moeder jonger dan 20 jaar (0,9 procent) of ouder dan 40 jaar (3,6 procent) blijft beperkt en stabiel.
In totaal waren er vorig jaar in Vlaanderen 1.832.692 kinderen en jongeren. Meer dan 1,3 miljoen daarvan is minderjarig. De meeste minderjarigen (82 procent) wonen in een tweeoudergezin. Ruim 15 procent woont in een eenoudergezin, van wie 12,6 procent bij een alleenstaande moeder.

