Europeanen vinden 'armoede en sociale uitsluiting' het belangrijkste thema bij de komende Europese verkiezingen. Dat blijkt uit een rondvraag bij kiezers in alle EU-lidstaten. Ook de volksgezondheid en de toestand van de economie houdt veel mensen 's nachts wakker. Hieronder sommen we de 5 grote thema's van de komende Europese verkiezingen op.
Van milieu tot migratie: deze 5 thema’s spelen een belangrijke rol bij de Europese verkiezingen
Van donderdag 6 tot zondag 9 juni trekken 450 miljoen Europeanen, verspreid over 27 lidstaten, naar de stembus voor de (na India) grootste democratische verkiezingen ter wereld. Samen verkiezen we Europarlementariërs om onze belangen te verdedigen in het Europees Parlement. Wat zijn die belangen? Waar liggen de burgers van Europese Unie wakker van?
Volgens de Eurobarometer liggen de Europese burgers het meeste wakker van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting, volksgezondheid, de toestand van de economie, defensie en veiligheid, en het klimaat. Als er gekeken wordt naar wat Belgen belangrijk vinden, dan speelt ook migratie en asiel een grote rol bij de verkiezingen. Hieronder worden de belangrijkste thema's onder de loep genomen.
Klik om meer te weten over de 5 grote thema's van de Europese verkiezingen
Bovenaan de agenda voor de komende Europese verkiezingen staat de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Meer dan een derde van de bevraagden vindt dit het belangrijkste thema. Hoewel het debat in Brussel schijnbaar wordt gedomineerd door de oorlog in het Midden-Oosten en de competitie met China, liggen burgers dus het meest wakker over de sociale en economische gevolgen van die problemen.
Volgens de data geeft bijna de helft van de bevraagden aan dat hun levensstandaard er de laatste jaren op is achteruitgegaan. Die daling zou zijn ingegeven door de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de stijgende inflatie. Inwoners van Cyprus, Griekenland en Frankrijk zagen hun levensstandaard er naar eigen zeggen het felst op achteruit gaan.
Wat kan de Europese Unie daaraan veranderen?
Op dit moment zijn er naar schatting 75 miljoen Europeanen die een risico lopen op armoede of sociale uitsluiting. Een risico lopen op armoede is niet hetzelfde als effectief in armoede leven. Het zijn inwoners van de EU die minder verdienen dan de Europese armoedegrens en daardoor in moeilijke financiële en sociale omstandigheden terechtkomen.
Met de Europa 2030-strategie hebben de verschillende regeringen van de lidstaten zich ertoe verbonden om het aantal inwoners met een risico op armoede of sociale uitsluiting met 25 miljoen te verminderen ten opzichte van het jaar 2019. De 2030-strategie is de opvolger van de Europa 2020-strategie, die tegen 2020 20 miljoen mensen een uitweg uit armoede moest bieden, maar dat doel werd niet gehaald.
Ook nu verloopt het moeizaam. Het aantal EU-burgers met een risico op armoede en sociale uitsluiting stijgt dan wel niet meer, een echte daling is ook nog niet ingezet. Sinds 2019 is het aandeel inwoners met een risico op armoede of sociale uitsluiting in 9 lidstaten zelfs toegenomen.
In Duitsland was de toename met bijna 4 procentpunt het grootst, gevolgd door Spanje (1,6 procentpunt), Portugal (1,3 procentpunt) en Luxemburg (1 procentpunt). In Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Spanje is het risico op armoede het grootst, in Tsjechië, Slovenië en Polen het kleinst.
Wat denken Belgen van het thema?
België doet het noch goed noch slecht in de cijfers. Volgens cijfers uit 2023 leeft 12,2 procent van de inwoners van het Vlaamse Gewest in armoede of sociale uitsluiting. Ze leven onder de armoededrempel en hebben een ernstig tekort aan middelen en sociale contacten. Ongeveer 810.000 personen leven op dit moment met zo'n tekort in België. Dat aantal gaat al 20 jaar in dalende lijn.
Het aantal personen in armoede lag in 2023 in het Vlaamse Gewest 12 procent lager dan in het Waalse Gewest en 26 procent lager dan in het Brusselse gewest. In België in zijn geheel lag het aandeel mensen in armoede op 19 procent, 3 procent lager dan het Europees gemiddelde. In ons land is dus gemiddeld gezien minder armoede dan in de rest van de Unie.
Voor Belgen staat het thema bovenaan de agenda. Een derde van de Belgische bevraagden vindt ‘armoede en sociale uitsluiting’ het belangrijkste thema van de Europese verkiezingen.
Je zou het bijna vergeten, maar sinds de vorige verkiezingen in 2019 werd de Europese Unie, net als de rest van de wereld, getroffen door de coronapandemie. Ziekenhuizen werden overspoeld met coronapatiënten en van artsen en verpleegkundigen werd bijna het onmogelijke gevraagd. In totaal zijn in heel Europa meer dan 2 miljoen mensen gestorven aan de gevolgen van het virus. De EU was niet voldoende voorbereid op een pandemie, zoveel was duidelijk.
Vooral kiezers uit Griekenland, Ierland, Spanje, Hongarije en Slovenië zetten de volksgezondheid bovenaan de agenda. Niet toevallig zijn dit ook vaak landen die zwaar getroffen werden door het virus of waar de gezondheidszorg op dit moment niet sterk uitgebouwd is.
Naast Covid liggen mensen ook wakker van de vergrijzing. Zo wordt de Europese samenleving steeds ouder. Het aandeel werkende inwoners wordt daardoor proportioneel steeds kleiner, terwijl het aandeel ouderen en hulpbehoevenden groeit. Mensen krijgen ook steeds minder en later kinderen.
Volgens Eurostat zal die tendens zich nog zeker enkele decennia voortzetten, en komt er daardoor een steeds grotere druk op onze gezondheidszorg. Zo is er bijvoorbeeld een enorme toename in chronische aandoeningen die behandeld moeten worden.
De volksgezondheid houdt mensen duidelijk bezig. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt dat er een crisis dreigt nu werknemers te maken krijgen met geestelijke gezondheidsproblemen, gebrek aan opleiding, een tekort aan arbeidskrachten en beperkingen van de infrastructuur. Ongeveer 15 miljoen mensen, goed voor 7 procent van de werkkrachten van de EU, werken in de gezondheidszorg. WHO schat dat er in 2030 een tekort zal zijn van 10 miljoen gezondheidswerkers in de lage- en lagere-middeninkomenslanden. Werk aan de winkel, dus.
Wat kan Europa doen voor de gezondheidszorg?
Sinds de coronapandemie is zo goed als iedereen het erover eens dat er meer beleid en wetgeving nodig is die de lidstaten ertoe dwingt om het niveau van hun gezondheidssysteem op te krikken. Ook met betrekking tot aanvoerketens, betaalbaarheid en toegang tot medicijnen moeten inspanningen geleverd worden.
In de nasleep van de covidcrisis zei commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat de EU 'betere fundamenten moet leggen voor een sterkere Europese Gezondheidsunie, waarbij de 27 lidstaten samenwerken om gezamenlijk te detecteren, voor te bereiden en te reageren'. Al blijft van dat momentum niet veel meer over sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne en in het Midden-Oosten, en lijkt het thema van de politieke agenda verdwenen.
Wat denken de Belgen over de gezondheidszorg?
Belgen vinden gezondheidszorg belangrijk, al bengelt het wel onderaan de top 10 van belangrijkste thema’s. Ons gezondheidssysteem doet het dan ook erg goed. Volgens de World Index of Healthcare behoort het tot de 10 beste ter wereld. Het scoort vooral erg goed op gebied van toegankelijkheid en betaalbaarheid. In landen waar gezondheidszorg slechter scoort, staat het thema een stuk hoger op de verkiezingsagenda.
De Europese Unie werkt als één grote markt, die bestaat uit de markten van de 27 afzonderlijke lidstaten (EU27). De EU27 is goed voor ongeveer 14 procent van de wereldhandel in goederen. De EU, China en de Verenigde Staten zijn de 3 grootste mondiale spelers in de internationale handel.
Sinds de vorige Europese verkiezingen heeft de economie in Europa enkele ferme klappen gekregen. Er waren de lockdowns door COVID-19, en de kosten van levensonderhoud die de hoogte werden ingedreven door de stijging van de inflatie. Dat kwam vooral door pieken in de energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Daarnaast was er de afnemende buitenlandse vraag en monetaire vernauwing.
En dan zijn er nog de werkeloosheidscijfers. In april 2024 bedroeg het werkeloosheidspercentage in de Europese Unie 6,4 procent. Nooit eerder was dat cijfer zo laag. Toch hebben veel landen het moeilijk om voldoende personeel te vinden en vast te houden.
Volgens de EU-minister van Binnenlandse Zaken Ylva Johansson heeft Europa jaarlijks 1 miljoen migranten nodig om het acute tekort aan arbeidskrachten te compenseren. Radicaal-rechtse politici zoals de Hongaarse premier Viktor Orbán hekelen deze strategie en pleiten in plaats daarvan voor hogere geboortecijfers.
Welke invloed heeft de EU op de economie?
De samenstelling van het Europees Parlement en de benoeming van de Europese Commissie hebben een grote invloed op economisch beleid en regelgeving.
Zo is de EU belangrijk voor de handel binnen en tussen lidstaten. Denk maar aan de vrije handel over de grenzen van lidstaten heen. Het handelsbeleid van de EU beschermt burgers ook door te zorgen dat de regels rond consumentenbescherming worden gerespecteerd bij producten en diensten die geïmporteerd worden. Ook mensenrechten, sociale en veiligheidsnormen, en respect voor het milieu vindt de Unie daarbij belangrijk.
De Europese Commissie speelt ook een belangrijke rol in de onderhandeling en goedkeuring van internationale handelsverdragen. Ze onderhandelt namens de EU, en dus ook namens België en andere landen. Doordat de Commissie namens alle lidstaten kan onderhandelen, heeft haar positie meer kracht in de geglobaliseerde wereld.
Wat denken de Belgen van de economie?
Bij ons ligt men vooral wakker van de begroting, of liever het tekort in die begroting. De regels van Europa zijn relatief simpel: wie de euro wil gebruiken, moet zijn rekeningen op orde hebben. Een tekort van 3 procent ziet Europa nog door de vingers, maar in ons land zitten we ondertussen al aan 4,4 procent, goed voor 26 miljard euro. Als we de Europese norm willen halen, moeten we dus elk jaar 3,4 miljard euro vinden, tot in 2030. Extra besparen of meer belasten, dus.
Sinds de vorige Europese verkiezingen in 2019 is er veel veranderd op vlak van defensie. De tijd van "nooit meer oorlog" is voorbij. De grootschalige Russische inval van Oekraïne in 2022 heeft de oorlog doen terugkeren naar het Europese continent. De strijd tussen Rusland en Oekraïne is ondertussen al ruim 2 jaar aan de gang, maar een einde lijkt voorlopig nog niet in zicht.
Volgens de rondvraag van de Eurobarometer zijn de Europese burgers meer dan ooit bezorgd om hun veiligheid en houdt de situatie in Oekraïne mensen ’s nachts wakker. Moet Oekraïne lid worden van het militaire bondgenootschap NAVO? En van Europa? Wat met wapenleveringen aan Oekraïne? Zal ons leger binnenkort gaan vechten aan het front? Of staat Rusland binnen de kortste keren aan onze grenzen? Het zijn vragen die Europa bezighouden.
9 landen vinden defensie dé prioriteit van het Europees Parlement. Vooral kiezers in de Baltische staten die grenzen aan Rusland zijn bezorgd over het escalerende geweld. De Russische agressie ten aanzien van Oekraïne doet verschillende Baltische staten vrezen dat ze wel eens het volgende doelwit zouden kunnen zijn. Het NAVO-lidmaatschap van Finland en Zweden heeft de relatie met Rusland alvast geen goed gedaan. Inwoners van Litouwen, Letland, Estland en Finland vinden dat het bevorderen van vrede de belangrijkste prioriteit moet zijn van het Europese Parlement.
Wat kan Europa betekenen binnen het thema defensie?
Bovenaan de lijst staat de steun voor de oorlog in Oekraïne. Alles samen hebben de Europese lidstaten al voor ongeveer 90 miljard euro aan militaire en humanitaire hulp geschonken aan Oekraïne. De lidstaten beslissen nog altijd zelf of ze hulp sturen of niet, daar komt de EU niet in tussen. Toch kan het wel op een andere manier invloed uitoefenen. Door de frequente bezoeken toont de Europese Commissie dat het uitvoerende orgaan van de EU hulp aan Oekraïne erg belangrijk vindt, en daarmee oefent het op een indirecte manier druk uit op de lidstaten.
Daarnaast houdt ook het conflict tussen Israël en Hamas en het conflict in Nagorno-Karabach de Europese burgers wakker. Bij het uitbreken van dergelijke conflicten moet de Europese Unie snel kunnen schakelen en de middelen die het voor handen heeft flexibel kunnen inzetten. Denk maar aan de Europese Rapid Deployment Capacity (RDC), een snel inzetbare troepenmacht van zo'n 5.000 manschappen. Die eenheid zou snel inzetbaar moeten zijn, maar dat zou pas vanaf volgend jaar mogelijk zijn.
Ook de grote verschillen tussen de nationale legers van de EU-lidstaten baren experten zorgen. Elk land beslist immers zelf welke types tanks of gevechtsvliegtuigen ze willen aankopen. Dat leidt in de praktijk tot een grote variëteit aan wapens en systemen, die moeilijk of niet met elkaar kunnen communiceren. Dat maakt dat het idee van een Europees leger op dit moment nog verre toekomstmuziek klinkt. Wel kan de Unie werk maken van meer uniformiteit en een duidelijke afstemming van bestaande systemen.
En dan is er nog de toekomst van de Europese defensie-industrie. Eind 2023 heeft de Commissie een strategie aangekondigd die de uitbesteding van de Europese wapenproductie aan defensiefabrieken in het buitenland moet tegengaan en de wapenimport moet verminderen. Wapens ontwerpen en produceren moet dus op eigen grondgebied kunnen, klinkt het.
Wat denken Belgen over defensie en veiligheid?
In België vinden we veiligheid en defensie een absolute prioriteit bij de komende Europese verkiezingen. Volgens de Eurobarometer vinden Belgen investeringen in defensie de belangrijkste manier om de positie van Europa in de wereld te versterken. Het Europese Parlement moet zich volgens de rondvraag bij Belgen de komende jaren vooral focussen op het bevorderen van vrede en de verdediging van de democratie.
Het klimaatvraagstuk was al erg belangrijk tijdens de vorige Europese verkiezingen in 2019. Toen stond het thema in de top 3 van belangrijkste thema’s voor Europese kiezers. Ook nu blijft het thema relevant, al moet het wel wijken voor economie, gezondheidszorg en defensie. Enkel Zweden zet het thema helemaal bovenaan de agenda.
De klimaatproblematiek verschilt sterk van regio tot regio. Sommige landen voelen de gevolgen van de opwarming van de aarde sterker dan andere EU-lidstaten. Zuid-Europese landen, die vaak te maken hebben met droogte, hittegolven en dan plotse overstromingen, leggen meer nadruk op aanpassingsmaatregelen en waterbeheer.
Spanje, bijvoorbeeld, werd de laatste jaren geteisterd door een extreme droogte. Nooit eerder viel er zo weinig water. De aanhoudende droogte heeft een grote impact op de productie van olijven en wijn, maar ook op de watervoorziening van de gewone burger. Stuwmeren die dorpen van (drink)water moeten voorzien, staan steeds vaker droog. Daar wordt steeds meer ingezet op een doortastend en duurzaam waterbeleid.
Noord-Europese landen, die traditioneel meer nadruk leggen op energietransitie en emissiereducties, richten zich op het stimuleren van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie.
Wat kan de Europese Unie doen aan de klimaatverandering?
De evolutie naar een koolstofarme economie is een prioriteit voor de Europese Unie en haar lidstaten. Ze hebben zich verbonden aan het Klimaatakkoord van Parijs om tegen 2050 helemaal klimaatneutraal te zijn. Het doel is om zo goed als niets meer uit te stoten. Die transformatie vraagt om een diepgaande hervorming van verschillende economische sectoren, zoals de transportsector en de landbouwsector.
Het Europese klimaatbeleid, zoals de Europese Green Deal, speelt daarbij een centrale rol. Het omvat een reeks beleidsinitiatieven, zoals innovatie en investeringen in technologische ontwikkelingen, om de uitstootdoelstellingen te halen. Kandidaten en partijen debatteren vaak over de haalbaarheid en de economische gevolgen van deze beleidsmaatregelen.
Wat denken Belgen over klimaatverandering en milieubeleid?
Klimaatverandering en milieu blijven belangrijk voor de Belgen en het thema staat nog steeds in de top 3 van belangrijkste thema’s. De laatste jaren was er vooral bij landbouwers veel te doen rond de stikstofproblematiek. Zo heeft de Europese Unie richtlijnen opgesteld die de maximale hoeveelheid stikstofuitstoot per land bepalen.
België is verplicht om zich aan deze richtlijnen te houden, en dus moet er hervormd worden. Dan kijkt men vaak in de richting van de landbouwsector. Landbouw is na de transportsector de grootste uitstoter van stikstof, en met verve de grootste als het gaat over de uitstoot van ammoniak.
Begin dit jaar werd door de regeringspartijen het stikstofdecreet goedgekeurd. Het decreet is het Vlaamse antwoord op een vraag van de Europese Unie om natuurgebied te herstellen tegen 2050. Vlaanderen heeft in dat decreet een definitie gemaakt van de hoeveelheid stikstofneerslag die per hectare per jaar in een gebied mag vallen, maar volgens de Boerenbond is die berekening onhaalbaar met de huidige middelen.
In tegenstelling tot wat velen misschien zouden vermoeden, staat het thema 'migratie en grenscontrole' niet in de top 5 met belangrijkste thema’s in de Eurobarometer. Al geldt dat niet voor alle EU-landen. Belgen vinden migratie na ‘armoede en sociale uitsluiting’ het belangrijkste thema. Ook kiezers uit landen waar veel vluchtelingen aankomen, zoals Italië, Malta, Griekenland en Spanje, zetten het thema hoog op de agenda.
Achtergelaten worden door smokkelaars in de Noord-Afrikaanse woestijn, of hun leven riskeren op bootjes op de Middellandse Zee? De verhoopte eindbestemming van de vele mensen die oorlog en armoede ontvluchten is vaak Europa. De migratiecrisis mag dan wel in 2015 en 2016 zijn hoogtepunt bereikt hebben, de kwestie is nog zeker niet gaan liggen.
Nog nooit staken zoveel mensen illegaal de grens over als vorig jaar, op recordjaar 2016 na. Volgens de grenscontroledienst Frontex waren dat er 380.000, 17 procent meer dan in 2022. Het grootste deel van de migranten die illegaal de grens overstaken, kwamen uit Syrië en waren mannen. Een minderheid, slechts 20 procent, was vrouw of kind.
Volgens officiële cijfers ontvingen de landen van de Europese Unie samen 1,14 miljoen asielaanvragen in 2023. Dat is een stijging met 18 procent in vergelijking met 2022 en het hoogste aantal sinds 2016. Het grootste aantal asielzoekers komt uit Syrië, gevolgd door Afghanistan en Turkije.
Wat kan de Europese Unie doen?
De lidstaten van de Europese Unie hebben onderling afspraken gemaakt om asielzoekers over te brengen naar andere EU-landen om hun asielprocedure te behandelen en om mensen terug te sturen naar het land van herkomst.
Sinds de vorige verkiezingen heeft het Europese Unie verschillende migratiedeals gesloten met Afrikaanse landen als Mauritanië, Egypte, Marokko en Tunesië. Het zijn omstreden akkoorden, waarbij de Unie miljoenen geeft aan de landen om vluchtelingen tegen te houden en ter plaatse op te vangen. Dat het systeem lang niet waterdicht is, bleek al na verschillende schandalen. Zo ontstond er vorig jaar heel wat ophef toen een foto van een vrouw met kind, dood aangetroffen in de woestijn, de wereld rondging nadat hen de toegang tot Tunesië geweigerd werd.
Daarnaast kan de EU meer inzetten op Frontex, een agentschap van de Europese Unie dat in samenwerking met de lidstaten de buitengrenzen van de Unie beschermt. Frontex heeft momenteel 2.500 grenswachters en ander personeel die deelnemen aan gezamenlijke operaties aan de Europese grenzen. De taak van de organisatie is vooral het beheren van migratiestromen en het bijdragen aan het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals smokkel, mensenhandel en terrorisme.
Wat denken Belgen van het thema?
Het thema 'migratie en grenscontrole' leeft bij veel Belgen. In 2023 waren er in België 29.589 asielaanvragen, tegenover 32.219 in 2022. Dat betekent een daling van 8,8 procent, al is het nog altijd een relatief hoog cijfer. Zo krijgt België iets meer asielaanvragen (2.492 per miljoen inwoners) dan het Europees gemiddelde (2.337 per miljoen inwoners). Ongeveer de helft (52 procent) van de aanvragen die ontvankelijk zijn verklaard, zijn goedgekeurd. Dat percentage is min of meer stabiel in vergelijking met de voorbije jaren.
In 2022, het meest recente jaar waarover de statistische dienst van de overheid Statbel cijfers heeft, stond de instroom op recordhoogte: in 2022 telden we 233.629 immigraties. Dat zijn alleen binnenkomers, dus zonder de vertrekkers. Dat is veel meer dan in andere jaren. In 2021 waren het er bijvoorbeeld nog 165.534. Trek je de vertrekkers af van die 233.629 binnenkomers, dan kom je uit op een migratiesaldo van 116.544 mensen in 2022.
Dat hoge immigratiecijfer wordt in 2022 trouwens vooral verklaard door de instroom aan Oekraïners, die dat jaar voor een kwart van alle immigranten stonden. Haal je die uit de cijfers, dan kom je uit op een instroom van 65.096 niet-EU-migranten, zo'n 10 procent meer dan vóór corona. De belangrijkste herkomstlanden van de derdelanders (zonder Oekraïne) waren in 2022 Marokko, Turkije, India en Afghanistan.








