De sociale verkiezingen van de afgelopen maand hebben slechts kleine verschillen opgeleverd. Het ACV blijft de grootste vakbond met 53 tot 55 procent bij de zetelverdeling, gevolgd door het ABVV (rond de 35 procent). Die laatste vakbond, maar ook het liberale ACLVB (met ongeveer 10 procent van de zetels), stijgen lichtjes. Dat blijkt uit de voorlopige resultaten - voor bijna 95 procent van de ondernemingen - die vandaag zijn bekendgemaakt.
Kleine verschuivingen bij sociale verkiezingen: ACV blijft de grootste, ABVV en ACLVB boeken beetje winst
Zowat 4.000 ondernemingsraden en ruim 7.200 comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) worden opnieuw samengesteld in meer dan 7.000 ondernemingen met en zonder winstoogmerk.
De verkiezingsprocedure voor de oprichting van een ondernemingsraad wordt opgestart zodra een onderneming gemiddeld 100 werknemers telt. Voor de oprichting van een CPBW zijn gemiddeld 50 werknemers nodig.
De ondernemingsraad (OR) bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijf en vertegenwoordigers van het personeel. De vertegenwoordigers van het bedrijf worden niet verkozen, zij worden gewoon aangeduid, ook voor 4 jaar.
De leden van de ondernemingsraad hebben recht op heel wat informatie over het reilen en zeilen in het bedrijf, zoals financiële gegevens, maar ook bijvoorbeeld plannen rond herstructurering.
Daarnaast mag de ondernemingsraad ook beslissingen nemen, bijvoorbeeld over het arbeidsreglement, en het moet toezien op de naleving van de wetgeving rond de bescherming van de werknemers. Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) is dan weer bevoegd voor het welzijn van de werknemers en voor preventie: kan het werk op een veilige manier gebeuren? Is er niet te veel stress bij het personeel?
De sociale verkiezingen vinden om de 4 jaar plaats. De vorige verkiezingen vonden plaats in 2020, maar werden toen wegens de coronacrisis uitgesteld van het voor- naar het najaar.
De resultaten zijn binnen
De resultaten voor de sociale verkiezingen zijn nu bekend. De christelijke vakbond (ACV) blijft met kop en schouders de grootste vakbond. Maar het ACV lijdt wel licht verlies, ten voordele van de socialistische (ABVV) en liberale vakbond (ACLVB).
Voor de ondernemingsraden, haalt het ACV 53,32 procent van de zetels, zo'n 2 procent minder dan in 2020. Het ABVV stijgt in de ondernemingsraden naar 34,61 procent van de zetels en het ACLVB stijgt naar 10,86 procent. Voor de liberale vakbond is het de eerste keer dat dat ze boven de 10 procent van de zitjes uitkomt.
Bij de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk, houdt het ACV nog 55,38 procent van de zetels over. ABVV stijgt daar lichtjes naar 34,24 procent en het ACLVB naar 10,38 procent.
De regionale verschillen blijven ook behouden. ACV blijft de grootste zowel in Vlaanderen, Wallonië als Brussel, met de hoogste score in het noorden van het land. ACLVB doet het het best in Brussel, met 15,8 procent van de ondernemingsraadzitjes. ABVV staat het sterkst in Wallonië, met 42,9 procent.
De opkomst daalde licht: van 60,45 procent in 2020 naar 59,6 procent dit jaar.
3 gelukkige voorzitters
Alle 3 de vakbonden kijken tevreden naar de resultaten. "Hier zit een fiere en gelukkige voorzitter", zegt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. "We halen de absolute meerderheid in zetels. Het is normaal dat er ook een lichte erosie merkbaar is als je zulke hoge cijfers haalt."
Ook Miranda Ulens, voorzitter Vlaams ABVV, is blij. "Wij zijn ten opzichte van de andere vakbonden ongeveer 1 procent vooruit gegaan en in 1.000 bedrijven hebben wij kandidaten bij."
"Dit is onze 7e overwinning op rij bij de sociale verkiezingen, dus ik ben een gelukkig man", zegt voorzitter van het ACLVB Gert Truyens. "Ik denk dat veel politieke partijen zouden tekenen voor dat resultaat, al klopt het dat we nog een stukje achterstand hebben ten opzichte van de andere organisaties. "
Aandeel van vrouwen
Ongeveer 40 procent van de verkozen vakbondsvertegenwoordigers is vrouwelijk, maar dat cijfer groeit maar traag. Dat is opvallend, want meer dan de helft van de werknemers in de ondernemingen zijn vrouwen.
"Het is belangrijk voor de representativiteit dat we daar op blijven inzetten", zegt Vermorgen (ACV). "Als op de werkvloer minstens de helft vrouw is, zou het normaal zijn als dat bij de vakbondsvertegenwoordigers ook zo zou zijn."
"Ik merk aan onze cijfers dat wij op dat vlak gestaag vooruit gaan (zowel bij CPBW als OR)", zegt Vermorgen. "Rond de 43 procent van onze verkozenen is vrouwelijk en we zijn daarin toch de beste leerling van de klas."
"We zetten daar heel erg op in", zegt ook Ulens (ABVV). "Ten opzichte van de vorige keer doen we het wel wat beter (enkel bij OR). Dat komt ook doordat we wat vooruit gegaan zijn in de non-profit sector, waar meer vrouwen tewerkgesteld zijn."
"We doen daar ongelooflijke inspanningen voor, maar het is niet evident om je, in combinatie met arbeid en gezin, ook nog eens extra te gaan engageren op de werkvloer", besluit Truyens (ACLVB). "We dienen bovendien slechts in 1 op de 3 bedrijven kandidatenlijsten in, dus het is dan heel moeilijk om daarbij tegelijkertijd naar alle belangrijke parameters te kijken."


