Verkiezingen zijn de periode van de breekpunten, daar wordt kwistig mee rondgestrooid. Inhoudelijke breekpunten, maar evengoed strategische breekpunten. Zoals niet in de regering stappen wanneer iemand anders premier wordt. Of alleen in de regering stappen wanneer de zusterpartij aan de andere kant van de taalgrens meedoet. En ook die strategische breekpunten worden kwistig gedeeld.
1. De tijd van de breekpunten
We hebben al wat inhoudelijke breekpunten te horen gekregen: Vooruit stapt niet in een Vlaamse regering als die niet de gratis schoolmaaltijden voor leerlingen invoert; CD&V stapt niet in een federale regering zonder stevige fiscale hervorming; werken moet altijd 500 euro meer opleveren dan niet werken, zonder die realisering stapt de Open VLD niet in een regering, en Groen maakt van investeringen in De Lijn een absoluut breekpunt op Vlaams niveau. En de N-VA wil natuurlijk het confederalisme.
Maar nu duiken ook de strategische breekpunten op. Tijdens het debat op VTM dinsdagavond stelde PS-voorzitter Paul Magnette zijn veto tegen De Wever als premier. Omgekeerd wil N-VA ook niet in een federale regering stappen met Magnette als eerste minister. En de N-VA gaat nog verder: zonder Bart De Wever als premier kiest N-VA federaal voor de oppositie. Dat zegt hij in de Gazet van Antwerpen. "Als je iemand anders in de Wetstraat 16 zet - kijk naar de huidige premier - dan krijg je die daar met geen schoenlepel meer uit", zei De Wever. Op Radio2, in het programma 'Goeiemorgen Morgen!', zei de huidige premier Alexander De Croo dat hij weinig geloof hecht aan de woorden van De Wever: "Hij heeft de voorbije tien jaar al drie keer gezegd dat hij premier wil worden en hij heeft dat nog nooit gedaan", aldus De Croo.
Diezelfde premier zei nochtans in hetzelfde gesprek blij verlost te zijn van het regeringswerk, om zich nu voluit aan de campagne te kunnen wijden. En zelfs een bezoek aan de Amerikaanse president komt hem nu niet echt goed uit. En De Wever vindt de baan van premier een klotejob: "Onze schuld is nu 605 miljard en we gaan naar het grootste begrotingstekort van Europa. Iemand die nu zegt: 'Joepie, ik wil premier worden', die is of alleen met zichzelf bezig of gek. Ik wil geen premier worden omdat dat mooi op mijn doodsbrief staat." En dus gaat de N-VA in de oppositie tenzij Bart De Wever zich opoffert. Strategische breekpunten dus.
2. Groen: "Het is met Vooruit!"
Nu zegt één van de voorzitters van Groen, Nadia Naji, dat haar partij niet in een regering stapt zonder Vooruit. Dat zei ze gisteren in 'Het ontbijt' met Michaël Van Droogenbroeck. "Dat is voor ons heel belangrijk", zei Naji. "Met twee kan je veel meer wegen. Dat zagen we nu ook in de Vivaldi-regering. Samen kunnen we een progressief beleid doorvoeren. Vooruit is daarvoor onze voorkeurspartner." En natuurlijk rekent Groen ook op de zusterpartij, in dit geval Ecolo. Dat doen alle partijen. De conclusie van Nadia Naji: "De groenen en socialisten hebben de voorbije periode goed samengewerkt."
Nochtans was Groen één van de scherpste criticasters van de voormalige Vooruitvoorzitter Conner Rousseau na diens racistische en seksistische uitspraken. Een bloemlezing van toen: op Radio 1 twijfelde Naji toen aan de samenwerking met de socialisten: "Wij werken met heel veel socialisten op racismethema's. Ik hoop dat de rest van de socialisten die strijd met ons wel verder wil voeren." En ze was heel streng voor Rousseau: "Er zijn voor mij geen verzachtende omstandigheden voor racisme. Als ik persoonlijk racistische commentaren krijg van mensen, of die nu zat of nuchter zijn, die doen evenveel pijn. "En zelfs in deze campagne liet Groen nog weten dat "traditionele partijen die flirten met extreemrechtse uitspraken, van de politiek een stortplaats maken voor intolerantie." Want "een extreemrechts discours verdient geen podium, maar een plek tussen het afval." Die traditionele partij die "flirt met extreemrechtse uitspraken" eist Groen nu al op als regeringspartner.
Vandaag is het dus voor Groen 'Met Vooruit, of het is achteruit', om de slogan van Vooruit even te misbruiken. In De Ochtend zei Caroline Gennez van Vooruit dat de "liefde voor Groen zeker wederzijds is", maar dat de kiezer moet beslissen. Dat is op een beleefde manier Groen een blauwtje laten lopen.
3. En waar blijven de Europese verkiezingen?
Is de Europese verkiezingscampagne helemaal opgeslokt in het grote verkiezingsaanbod? Vanavond brengt VRT Canvas weliswaar een debat met de Europese lijsttrekkers onder leiding van Annelies Beck, maar voor de rest verdwalen de Europese politici en thema's in het grote aanbod dat zich vooral richt op de Vlaamse en Belgische thema's.
Misschien is één van de slechtste beslissingen die de staatshervormingen ooit hebben opgeleverd de keuze om alle verkiezingen te laten samenvallen. Want daardoor kun je als kiezer geen enkel politiek niveau op zijn volle waarde beoordelen, en wie per politiek niveau op een andere partij stemt, doet dat niet omdat hij dat niveau anders beoordeelt, maar vaak eenvoudigweg om strategische redenen.
Samenvallende verkiezingen zijn dus een slag in het Wetstraatwater. Dat zei ook de professor Europese Politiek Steven Van Hecke in De Wereld Vandaag: "Ik vind het als burger en academicus jammer dat het Europese niveau - eigenlijk het belangrijkste niveau - geen aparte verkiezingen verdient."
Tot 2010 waren alleen de Vlaamse en de Europese verkiezingen aan elkaar gekoppeld, nu vallen ze allemaal op dezelfde dag. De redenering daarvoor, in 2011, was daardoor de politici vijf jaar lang -de termijn van een politieke legislatuur- de tijd zouden hebben om aan de toekomst te werken, niet gehinderd door een permanente verkiezingskoorts. Maar die koorts is vervangen door een permanente profileringsdrang, onder meer omdat de kleine centrumpartijen zich elke dag van elkaar proberen te onderscheiden, Georges-Louis Bouchez op kop; maar ook omdat de sociale media de plaats bij uitstek zijn geworden om campagne te voeren.
De rubriek in 'VRT NWS Laat KIES24' -als u die nog niet hebt ontdekt, dan moet u echt eens kijken- toont aan dat het heel prettig toeven is op die sociale media, tenminste als je niet ernstig wil genomen worden als politicus.

