Hoe komt het dat iemand met een zware beperking nog wordt opgeroepen om te gaan 'zitten' bij de verkiezingen? En wie beslist of iemand met een beperking al dan niet mag stemmen? Die vragen werpen zich op nadat een zwaar gehandicapte vrouw uit Sint-Pieters-Leeuw werd opgeroepen als bijzitter.
Hoe wordt bepaald of iemand met een zware beperking nog kan deelnemen aan de verkiezingen?
Met amper 11 dagen te gaan tot de verkiezingen, heeft iedereen die moet gaan stemmen intussen een oproepingsbrief in de bus gekregen. En wie in een stem- of telbureau verwacht wordt om te helpen als voorzitter of bijzitter, heeft daarvoor ook al een brief van de gemeente gekregen.
Zo ook de 26-jarige Laura Deconinck uit Sint-Pieters-Leeuw. Laura werd opgeroepen als bijzitter voor de verkiezingen op 9 juni, hoewel ze een zware beperking heeft. Door een gebrek aan zuurstof bij de geboorte kan Laura alleen maar met haar hoofd ‘ja’ of ‘neen’ knikken. Verder kan ze niet schrijven, lezen of praten.
(Nog) niet in rijksregister
Binnenlandse Zaken spreekt van een vervelend en ongelukkig toeval. Dat kon gebeuren omdat de kantonvoorzitter, die bijzitters oproept, zich voor de oproepingsbrieven baseert op lijsten van de gemeente van alle inwoners ouder dan 18 die mogen stemmen. Die lijsten zijn op hun beurt gebaseerd op gegevens uit het rijksregister.
In dat register staat slechts een beperkt aantal persoonsgegevens. Of iemand door een beperking geen kiesverrichtingen kan doen, staat daar bij vele mensen met een beperking niet in. Nog niet. Bij sommige mensen staat dat er wel al in, omdat vorig jaar de wet op dat vlak is aangepast.
Sindsdien moet een vrederechter expliciet aangeven of iemand al dan niet politieke rechten kan uitvoeren als iemand met een beperking een bewindvoerder krijgt. Bij bewindvoeringen die van voor 2023 dateren, moet je dan zelf naar de vrederechter gaan om die wijziging aan te vragen.
Hoe werkt bewindvoering?
Om te weten hoe dat precies zit met die bewindvoering, kloppen we aan bij Dirk De Groote, zelf vrederechter in Oudenaarde en ook woordvoerder van het Koninklijk Verbond voor Vrede- en Politierechters.
“Als je iemand hebt met een beperking, die niet in staat is om zelf te beslissen, kan voor die persoon de aanstelling van een bewindvoerder gevraagd worden”, legt De Groote uit. Dat wil zeggen dat een familielid of advocaat beslissingen in hun plaats mag nemen, omdat ze dat door omstandigheden zelf niet (meer) kunnen, bijvoorbeeld door een verstandelijke beperking of door dementie.
Als voor iemand bewindvoering wordt gevraagd, wordt de te beschermen persoon uitgenodigd voor een gesprek bij de vrederechter of die gaat zelf ter plaatse als iemand niet in staat is om naar de rechtbank te komen. “Op basis van dat gesprek en meestal in combinatie met een medisch attest van een arts beslist de vrederechter dan of iemand een bewindvoerder moet krijgen”, vertelt Dirk De Groote vanuit de praktijk.
Nieuwe wetgeving
Afhankelijk van de situatie kan dan bewindvoering gevraagd worden over de goederen maar ook over de “hoogstpersoonlijke handelingen” van de te beschermen persoon. Onder die handelingen valt een waslijst van 28 zaken die door de wet bepaald zijn, waaronder de “uitvoering van politieke rechten”, stemrecht dus, legt vrederechter De Groote uit.
Pas sinds vorig jaar staat de uitvoering van politieke rechten expliciet op die lijst. Voordien werd verondersteld dat de persoon in staat was zijn politieke rechten uit te oefenen, tenzij de rechter uitdrukkelijk anders besliste.
Sinds 1 oktober 2023 moet de vrederechter zich er systematisch over uitspreken of iemand die onder bewindvoering wordt geplaatst zijn politieke rechten kan uitoefenen en dus nog kan stemmen of verkozen kan worden.
Het is belangrijk om maatwerk te verrichten en niet de lijst zomaar af te vinken
Vrederechter Dirk De Groote
Gelijkekansencentrum Unia vindt dat de nieuwe wetgeving het stemrecht voor personen met een handicap ondermijnt , omdat vrederechters zich nu systematisch uitspreken over de politieke rechten van iemand die onder bewindvoering wordt geplaatst, terwijl dat voordien niet gebeurde.
Unia verwijst hierbij naar het VN-Gehandicaptenverdrag , waarin de ondertekenaars, waaronder België, zich in artikel 29 er nadrukkelijk toe verbinden om de politieke rechten van gehandicapten te garanderen.
Dirk De Groote zegt dat vrederechters niet licht over gaan over deze beslissingen, en hierover vaak nog met de betrokkene in gesprek gaan, net omdat het zo’n belangrijk recht is. “Het is belangrijk om maatwerk te verrichten en niet de lijst zomaar af te vinken. Bovendien is de beslissing niet definitief: het kan altijd nog veranderd worden, benadrukt De Groote.



