Patiënten in vroegtijdige stadia van longkanker kunnen gebaat zijn met een nieuwe combinatie van immunotherapieën voor er een chirurgische ingreep plaatsvindt. Dat blijkt uit nieuw Belgisch-Nederlands onderzoek.
Veel longkankerpatiënten hervallen ondanks operatieve verwijdering van longtumoren. Traditionele chemotherapie en immuuntherapie voor en na de operatie kunnen het risico op herval verlagen. Maar ze brengen vaak ernstige bijwerkingen met zich mee.
Maar een combinatietherapie die plaatsvindt vóór de ingreep, laat hoopgevende resultaten zien. Tijdens de studie kregen 60 longkankerpatiënten een kortdurende immunotherapiebehandeling van vier weken vóór ze een operatie ondergingen. Een deel van de groep kreeg daarbij de traditionele nivolumab-immunotherapie met PD-1-antilichamen. Een ander deel kreeg daar ook een relatlimab-behandeling met LAG-3-antilichamen bij.
Longarts Kristof Cuppens (van de ziekenhuizen Jessa en Sint-Trudo) voerde het onderzoek uit in samenwerking met het Nederlands Kanker Instituut en de Universiteit van Essen. Het is zopas gepubliceerd in het vooraanstaande internationale vaktijdschrift Nature Medicine.
Minder bijkomende behandelingen nodig
"Dit onderzoek toont aan dat patiënten die we behandelen met deze combinatietherapie, een verminderde kans hebben op herval na operatie", aldus dokter Cuppens. "De resultaten zijn veelbelovend om twee redenen: de nieuwe behandelmethode werd goed verdragen en alle patiënten konden zonder vertraging geopereerd worden."
"Bij 30 procent van de patiënten was slechts 10 procent of minder van de tumorcellen nog levensvatbaar en bij 17 procent was er zelfs geen enkele levende tumorcel meer terug te vinden. Dat betekent dus minder nood aan bijkomende behandelingen en dus ook een verminderde kans op herval."
Deze bevindingen bieden hoop voor longkankerpatiënten. Ze kunnen leiden tot een verandering in de standaardbehandeling van de ziekte, met minder bijwerkingen en dus een betere levenskwaliteit tot gevolg.


