Samenwerken in mini-projecten met de buren, het is een van de voorstellen die experts doen om renoveren betaalbaarder te maken. Want we slagen er voorlopig niet in om de renovatie van huizen in Vlaanderen op kruissnelheid te brengen. Nochtans is dat nodig wegens de gigantische uitdaging waarvoor we staan: 100.000 grondige renovaties per jaar. Alleen zo zou Vlaanderen de klimaatdoelen voor onze gebouwen kunnen halen.
Al onze woningen energiezuinig tegen 2050: dat is de doelstelling van Vlaanderen. Het betekent concreet dat we elk jaar ongeveer 100.000 woningen grondig zouden moeten renoveren om ze een A-label te laten halen, want we zitten nu eenmaal met een oud en versnipperd huizenpark. Het plan moet de uitstoot van broeikasgassen naar beneden halen en Vlaanderen helpen om de energie- en klimaatdoelstellingen te halen.
De doelstelling is belangrijk, want de verwarming van gebouwen is goed voor bijna een vijfde van onze uitstoot. Privéwoningen en appartementen nemen daarbij het leeuwendeel van de uitstoot voor hun rekening. Het gaat gemiddeld om 1,4 ton CO2 per Belg per jaar, wat dubbel zoveel is als het Europees gemiddelde.
A-label? Epc-score?
Epc staat voor energieprestatiecertificaat. De epc-waarde is de energiescore van je woning en wordt uitgedrukt in kilowattuur (kWh) per vierkante meter oppervlakte. De labels A+ en A zijn de beste, zij staan voor een score van respectievelijk minder dan 0 of ergens tussen 0 en 100. Met een B scoor je tussen 200 en 100, met een C tussen 300 en 200, D is dan 400 tot 300 enz. Vanaf E (400 of meer) moet je bij een aankoop de woning verbeteren tot minstens een D.
Het streefdoel van Vlaanderen is dus minstens een A-label voor elke woning tegen 2050, via een totaalscore in epc of via een energiezuinige score op de aparte onderdelen . Zoals in dit artikel (en ook uit de kaarten hieronder) zal blijken, is daarvoor nog héél veel werk.
Onze uitstoot door de verwarming van woningen en gebouwen is zo hoog omdat de energiescores van onze huizen het gemiddeld niet goed doen.
Onderstaande kaart geeft een beeld van de situatie per gemeente op basis van de beschikbare epc's. Je kan per gemeente de data te zien krijgen voor woningen, maar ook die voor appartementen en collectieve wooneenheden. Er is dus nog heel wat werk, want nergens halen we gemiddeld groene kleuren (voor woningen met label A of A+) momenteel.
Het gaat vooruit, maar veel te traag om de doelen te halen
Ons huizenpark is een sector waar we relatief traag vooruitgang boeken voor het klimaat. "De uitdaging is enorm", is het veelzeggende antwoord van Maarten De Groote van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) op de vraag of we dat cijfer van 100.000 wel halen.
Hij rekent even voor: we zouden ongeveer 500 woningen per dag grondig moeten renoveren om het cijfer te halen. En hoewel de Vlaamse regering een renovatieplicht invoerde voor energieverslindende woningen en er diverse premies bestaan, lijkt de renovatiegraad nog niet op kruissnelheid te komen.
We komen wellicht maar aan een derde van wat zou moeten voor de doelstellingen van 2050
Sam Hamels, UGent
"Eigenlijk weten we niet hoe hoog die renovatiegraad precies is. Het is moeilijk te meten en blijft een beetje gissen. Er is niet altijd een bouwvergunning nodig en niet elke maatregel moet worden gemeld", zegt Sam Hamels, energiespecialist van UGent.
"Om tegen 2050 enkel woningen met een A-label te hebben, moet elk jaar 3 procent van de bestaande woningen gerenoveerd worden. Maar de beschikbare cijfers wijzen erop dat we maar hooguit 1 procent van de Vlaamse woningen renoveren per jaar, en bovendien meestal niet tot label A."
Met andere woorden, we komen er helemaal niet. We halen amper een derde van de 100.000 woningen die per jaar aan bod zouden moeten komen om er tegen 2050 te staan.
Overigens liet de Vlaamse regering woensdag nog weten dat er sinds de start van het digitaal loket voor verbouwpremies in oktober 2022 al ongeveer 290.000 premies werden aangevraagd. Er komt ook extra personeel om die aanvragen te behandelen.
Waar gaat de komende regering naartoe?
Wie een woning met energielabel E of slechter koopt, moet binnen de 5 jaar de woning verbeteren naar minstens energielabel D. De Vlaamse regering zou dat op termijn stelselmatig verstrengen naar een C-label of hoger, maar het is niet duidelijk of dat ervan gaat komen in een volgende regering.
Meer nog, Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) liet eerder verstaan dat wie de huidige renovatieplicht niet inlost, niet noodzakelijk een boete hoeft te vrezen. Dat lijkt eerder in de richting te gaan van een terugschroeven van de maatregel.
In het partijprogramma van de N-VA voor de komende verkiezingen staat trouwens dat de renovatieplicht "een evaluatie" zal ondergaan "met het oog op betaalbaarheid. (...) We moeten zien dat de renovatietransitie geen opbod wordt van onhaalbare ambities."
Maar eerst dus even terug naar de situatie van de woningen in Vlaanderen. Volgens Statistiek Vlaanderen bedraagt de energiescore van bestaande woningen (waarvan een geldig epc-certificaat voorhanden is, red.) gemiddeld 356 kWh/m², een D-label dus.
Als we kijken naar privéwoningen, hebben bijna 44 procent van de huizen een epc-score van E of slechter. Het betekent wel dat ruim 4 op de 10 huizen in Vlaanderen onder de renovatieplicht vallen, als we de epc-cijfers extrapoleren. Appartementen doen het wel beter.
Er is nog veel werk aan de winkel dus. Werken de huidige renovatiepremies en de renovatieverplichting wel? De renovatiegraad zou volgens sommigen zelfs licht gedaald zijn, als je zonnepanelen en zonneboilers niet meerekent. En dat terwijl er een grote omslag nodig is.
De renovatieverplichting heeft alvast één duidelijk gevolg: er is een duidelijk effect op de verkoopprijs. Huizen met een pover energielabel blijven langer op de markt en gaan voor minder geld van de hand. Anderzijds: wie een huis met een slecht label koopt en daarna investeert, krijgt de meerwaarde terug. "Vaak spreekt men over kosten bij isoleren en renoveren, maar je kan het ook positief bekijken," vertelt De Groote.
Ons niet blindstaren op die A-labels
Hoe lossen we het vraagstuk dan wel op? We mogen ons niet blindstaren op die A-labels, suggereren experts. We moeten ook oog hebben voor de CO₂-uitstoot zelf. Al verschillen de meningen wel een beetje.
"We moeten nog altijd naar een A-label, maar het A-label moet worden aangepast tot fossielvrij", zegt De Groote. Hamels zegt het zo: "We zitten zo ver verwijderd van wat nodig is om het huidige doel te halen, dat we ons de vraag moeten stellen of 'tegen 2050 alles label A' wel het juiste doel is."
"Als we een ander doel voorop zouden zetten, bijvoorbeeld de uitfasering van verwarming op basis van fossiele brandstoffen, laat dat meer flexibiliteit toe om rekening te houden met beperkingen op het vlak van budgetten bij gezinnen, overheden en beschikbare handen in de bouw- en renovatiesector."
Het zal erop aankomen om de middelen gericht in te zetten, benadrukt Hamels.
Collectieve aanpak, en de juiste klemtoon
Ook een collectieve aanpak kan helpen om de omschakeling te maken. Daarvoor heeft de VITO/EnergyVille op vraag van de Vlaamse overheid een wijkrenovatietool ontwikkeld. Steden en gemeenten zullen specifiek per wijk of zelfs per groepjes van woningen kunnen bekijken welke maatregelen het best kunnen werken.
"Daaruit kan de optimale mix komen van individuele en collectieve maatregelen om de maatschappelijke kosten van de energietransitie beheersbaar te houden", klinkt het.
Naast maatregelen op gebouwniveau zijn er ook andere kansen, bijvoorbeeld het bundelen van werken, groepsaankopen of warmtenetten, stipt De Groote aan.
Je zou verschillende huizen tegelijk kunnen aanpakken, daarvoor kan onze wijkrenovatietool voor Vlaanderen helpen
Maarten De Groote, VITO/EnergyVille
In Nederland hebben ze sinds 2018 ruim 60 pilootprojecten opgezet om te leren hoe een wijkgerichte aanpak kan werken. Dat heeft verschillende voordelen, zegt De Groote: het brengt een sociale dynamiek in de wijk, mensen worden voor een deel van hun zorgen ontlast en het heeft financiële voordelen.
In België heeft VITO een project lopen in Genk, waar samen met de stad en de sociale woonmaatschappij Wonen in Limburg aan een energiepositieve wijk wordt gewerkt. Ze installeren er energieboxen met daarin een warmtepomp, aansluiting voor zonnepanelen, ventilatie enz.
Die energieboxen kunnen niet 1 maar 4 huizen verwarmen. "Door deze mini-collectieve installatie wordt de prijs per woning gehalveerd, al is de wetgeving in Vlaanderen voor dergelijke innovaties nog niet wat het zijn moet", zegt De Groote.
Premies zijn niet altijd het antwoord
Premies kunnen helpen bij de omschakeling, maar dekken uiteraard maar een deel(tje) van de kosten voor veel mensen. Tegelijk is het zo dat als ze massaal worden ingezet en te weinig gericht, het gevaar bestaat dat we handen te kort zullen komen in de bouw- en renovatiesector. En dat kan ook weer gevolgen hebben.
"In Italië hebben ze op een bepaald moment een hoge premie voor renovaties ingesteld. Die bedroeg zelfs tot 110 procent van de investering die je deed. Maar wat bleek? Er waren veel te weinig aannemers om aan de vraag te voldoen, waardoor de prijs fors steeg. De renovatiekosten gingen x2 of x3 - al speelde ook de coronaperiode toen mee," schetst De Groote.
Hij wijst erop dat er andere aanmoedigingen zijn dan enkel premies. "Je kan ook zorgen voor een verschuiving van belasting weg van elektriciteit richting fossiele brandstoffen, waardoor je mensen aanmoedigt om met een warmtepomp verwarmen."
In Nederland word je beter beloond dan in België als je gaat verwarmen met een warmtepomp
Sam Hamels, UGent
Wij zitten met te veel extra heffingen op onze elektriciteitsfactuur, terwijl de gasfactuur simpeler en beperkter is. Het zou net omgekeerd moeten zijn, vult Hamels aan: "In Nederland is dat bijvoorbeeld zo. Daar wordt de elektriciteitsfactuur licht gehouden, wat het veel interessanter maakt om over te stappen van een gasketel naar een warmtepomp. Zo krijgen gezinnen een andere prikkel om te switchen."
Elektrisch verwarmen zal elk jaar bovendien minder CO₂ uitstoten naargelang de elektriciteit op termijn verder zal vergroenen.

