Sinds ChatGPT in november 2022 op de wereld werd losgelaten, is artificiële intelligentie (AI) niet meer weg te denken. Tot nu toe is de technologie echter nog niet in staat te redeneren als een mens. Wat gebeurt er als daar in de toekomst verandering in komt? En wat als AI straks slimmer wordt dan de mens? Is dat überhaupt wel mogelijk? Professor techniekfilosofie Lode Lauwaert (KU Leuven): “Er is enige eensgezindheid bij AI-wetenschappers dat dit er voor 2080 zal zijn.”
Tot nu toe heeft de mensheid vooral zogenoemde ‘narrow AI’ gebouwd. Dat is een beperkte AI die gericht is op slechts één specifieke taak. Dergelijke programma’s zijn heel goed in bijvoorbeeld schaak spelen, maar kunnen daarbuiten niets doen dat de mens kan evenaren.
Daartegenover staat ‘kunstmatige algemene intelligentie’ (AGI). Dat is een AI die in staat is om alle taken die een mens kan uitvoeren, te evenaren. Denk aan een virtuele assistent die niet enkel teksten kan schrijven, maar ook onder meer wiskundige vraagstukken kan oplossen, recepten kan bedenken, videospelletjes kan spelen en medisch advies kan geven.
Nu al voorbije narrow AI
Volgens Lauwaert zijn chatbots als ChatGPT, Google Gemini en Copilot geen narrow AI meer. “Het is een spectrum. Met ChatGPT hebben we eigenlijk een reden om te vermoeden dat we al voorbije narrow AI zitten en dat we in de richting van AGI gaan. ChatGPT kan meer dan één ding. Je kan teksten genereren, herschrijven, hypotheses formuleren en meer. Dat is een evolutie die aangeeft dat narrow AI niet het eindpunt hoeft te zijn”, zegt de filosoof.
Dat is een teken dat AGI er wel eens zou kunnen aankomen. Veel AI-experts en andere figuren in de techwereld denken hetzelfde. Sam Altman, topman van ChatGPT-maker OpenAI, steekt niet onder stoelen of banken dat de ontwikkeling van AGI het einddoel is van zijn bedrijf . Ook Meta-CEO Mark Zuckerberg , Google DeepMind-topman Shane Legg , multimiljardair Elon Musk en andere prominente namen binnen de techwereld geloven dat de technologie er (zeer snel) aankomt.
Uit een peiling die in 2022 werd afgenomen bij 352 AI-experts, blijkt bovendien dat 90 procent van hen gelooft dat AGI er de komende eeuw komt. De helft denkt zelfs dat de technologie voor 2061 wordt ontwikkeld.
De wet van Moore
Ook Lauwaert zelf zegt dat de kans groot is dat de technologie er deze eeuw nog komt. Daar zijn volgens hem een aantal redenen voor. De belangrijkste is volgens hem de wet van Moore, een observatie uit 1965 van Intel-medeoprichter Gordon Moore dat het aantal transistoren op een computerchip elke twee jaar verdubbelt.
Een transistor werkt als een soort elektronische schakelaar in een computerchip. Hij kan stroom aan of uit zetten, wat overeenkomt met de binaire getallen 1 en 0. Meer transistoren zorgen voor meer rekenkracht. Computerchips bevatten vandaag de dag miljarden transistoren. “Hoe groter de rekenkracht, hoe groter de kans dat AGI ontwikkeld wordt”, zegt Lauwaert.
Behalve technische indicatoren, is er ook de menselijke factor, die we volgens Lauwaert niet mogen onderschatten. “Je moet gewoon kijken naar de geschiedenis. Alles wat mensen ooit wilden ontwikkelen, hebben ze uiteindelijk ontwikkeld. Nu bestaat duidelijk het verlangen om AGI te ontwikkelen. Er zijn tientallen bedrijven wereldwijd die dat doel hebben. OpenAI is daar het beste voorbeeld van.”
Wat zullen de gevolgen zijn?
Het lijkt dus weinig waarschijnlijk dat de technologische vooruitgang opeens zal stoppen. Maar wat zal zo’n AGI, eenmaal die er is, betekenen voor de mensheid? “In de eerste plaats zou dit heel veel goeds kunnen betekenen. AGI zou een heel krachtig instrument zijn dat ons in staat stelt om de grote problemen van deze tijd aan te pakken, zoals armoede, de klimaatproblematiek enzovoort.”
De technologie zou potentieel veel dingen kunnen automatiseren, gaat Lauwaert verder. De impact op de arbeidsmarkt zou bijgevolg zeer groot kunnen zijn. “Een bijna onvermijdelijk gevolg van AGI is dat veel mensen hun job gaan kwijtraken of anders moeten invullen. Daaruit vloeit de vraag voort of we moeten werken aan een universeel basisinkomen.”
Er zijn echter ook gevaren verbonden aan de technologie, vooral indien die niet op een verantwoorde manier wordt ontwikkeld. “Denk bijvoorbeeld aan AI-systemen die chemische stoffen kunnen maken die schadelijk zijn, of AI die virussen kan ontwerpen die gebruikt kunnen worden voor bioterreur. Dat gaat verder dan bijvoorbeeld problemen met privacy.” Dat kan vandaag de dag eigenlijk al gebeuren, ook met narrow AI, voegt Lauwaert daar aan toe.
Doet de politiek hier genoeg aan?
“De nationale politiek, althans in ons land, is daar volgens mij onvoldoende mee bezig. Als het gaat over AGI, dan is niemand daar mee bezig. Ook aan AI die geen AGI is, vind ik dat er te weinig aandacht wordt besteed op politiek vlak”, zegt Lauwaert.
Vlaanderen geeft wel geld uit aan AI-onderzoek, “maar dat zijn doorgaans technische onderzoeken. Ik zeg zeker niet dat men enkel en alleen moet focussen op humaan wetenschappelijk en ethisch onderzoek, maar dat dat er helemaal geen of nauwelijks geld wordt uitgegeven voor onderzoek over vragen rond controle en morele waarden die voortvloeien uit de ontwikkeling van AI, is raar.”
Op internationaal vlak begint het bewustzijn wel te groeien dat er meer moet worden nagedacht over de impact van de technologie op de samenleving, zegt de filosoof. In november vorig jaar vond in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld een eerste AI veiligheidstop plaats.
“Dat was een historisch moment, want zowel de Verenigde Staten als China waren toen aanwezig. Een van de voornaamste onderwerpen waren de existentiële risico’s van AI. Er zijn ook steeds meer onderzoekscentra wereldwijd bezig met dat soort problematieken. Dat onderzoek bestaat dus al en begint ook al wat door te sijpelen naar de industrie.”
Wat gebeurt er in de verdere toekomst?
Maar zelfs als AGI er komt en ervoor wordt gezorgd dat dit op een veilige manier gebeurt, bestaat de kans dat het daar niet bij ophoudt. Veel experts geloven dat de technologie uiteindelijk nog capabeler wordt, zelfs slimmer dan mensen. In dat geval spreekt men van kunstmatige superintelligentie (ASI).
Wat er gebeurt met de wereld nadat ASI wordt ontwikkeld, is moeilijk te voorspellen. Volgens sommige futurologen, zoals de Amerikaanse wiskundige Vernor Vinge of schrijver Ray Kurzweil, zal dergelijke AI zichzelf continu kunnen verbeteren. In dat geval zou er een zogenoemde ‘intelligentie-explosie’ plaatsvinden. Het resultaat is wat zij een ‘technologische singulariteit’ noemen, het punt waarop de vooruitgang zo snel gaat, dat het menselijke brein onmogelijk nog kan begrijpen wat er aan de hand is.
“Niemand weet of dat kan gebeuren. Maar het is ook niet zeker dat het niet gaat gebeuren. We kunnen het niet uitsluiten”, zegt Lauwaert over de ontwikkeling van ASI. “Dit lijkt allemaal misschien nog op science fiction. Toch denk ik dat meer mensen de ontwikkeling van digitale intelligentie serieuzer moeten nemen.”

