Het verschil tussen leven van een leefloon of werkloosheidsuitkering, en gaan werken voor je geld bedraagt in veel gevallen 500 euro netto of meer. Dat blijkt uit berekeningen van de Universiteit Antwerpen waar de Mediahuiskranten vandaag over berichten. "Politici creëren het beeld dat werken niet loont in België, maar dat klopt niet."
Verschil tussen gaan werken en uitkering is meestal 500 euro of meer: "Het beeld dat werken niet loont, klopt niet"
"Werken moet meer lonen". Het staat in het verkiezingsprogramma van bijna alle partijen. "Wij stappen enkel in een regering die echt werk maakt van mensen die werken beter belonen", zei Open VLD-voorzitter Tom Ongena bijvoorbeeld enkele weken geleden aan de tafel van De Zevende Dag. "Het verschil tussen werken en niet werken moet 500 euro worden."
Ook de N-VA maakt van een groter verschil in inkomen tussen werken en niet-werken een prioriteit. Om haar punt kracht bij te zetten berekende de partij zelf hoe groot dat verschil vandaag is.
Een alleenstaande ouder met één kind die een leefloon inruilt voor een job zou volgens de partij maar 28,50 euro extra per maand op zijn bankrekening zien verschijnen. Volgens de N-VA is dat gevolg van het te hoge leefloon, de vele sociale voordelen en lagere kosten - bijvoorbeeld door het voordelige tarief voor energie, telefoon en internet.
Dat cijfer staat in schril contrast met de berekeningen die de Universiteit van Antwerpen maakte over het verschil in inkomen tussen werken en niet-werken. In bijna alle gevallen is dat verschil aanzienlijk. En bedraagt het al meer dan de 500 euro waarvoor Open VLD strijdt.
Bijna altijd 500 euro verschil zeggen experts
Professor socio-economisch beleid Ive Marx en zijn collega’s berekenden voor verschillende gezinssituaties wat het maandelijks oplevert om te gaan werken in vergelijking met wanneer je een leefloon of langdurig een werkloosheidsuitkering krijgt.
Politici creëren het beeld dat werken niet loont in België, maar dat klopt niet.
Professor socio-economisch beleid Ive Marx, universiteit Antwerpen
Ze houden dus geen rekening met bijkomende kosten of voordelen die wegvallen, maar ook niet met voordelen die je krijgt als je gaat werken. Marx is stellig in zijn conclusie: "Politici creëren het beeld dat werken niet loont in België, maar dat klopt niet", zegt hij. "Het is bij hoge uitzondering en in een specifiek scenario dat gaan werken niet voor extra inkomen zorgt."
Bij voltijds werken is het verschil bij een eenoudergezin het kleinst. Wanneer je kinderen ten laste hebt, liggen de uitkeringen namelijk hoger. Gaan werken levert dan 404 euro extra op in vergelijking met een leefloon.
Voor koppels zonder kinderen waarbij één iemand een job heeft, loopt dat verschil op tot 600 euro. Bij tweeverdieners met kinderen is het verschil tussen inkomen uit werk of uit een langdurige werkloosheidsuitkering bijna het dubbele, 1.174 euro.
Opgelet: de bedragen in verband met werkloosheidsuitkering gaan over het bedrag dat je krijgt na 4 jaar werkloosheid. Voor mensen die minder lang inactief zijn, is het verschil tussen werken en niet werken kleiner.
Tegenovergestelde bij deeltijds werken
Er zijn ook scenario's waarin werken wel degelijk niet loont. Als alleenstaande ouder kost halftijds gaan werken je geld in plaats van dat het je oplevert. Het minimumloon in dat geval ligt ongeveer 450 euro lager dan de werkloosheidsuitkering. Ook een éénverdienerskoppel verliest in dat scenario inkomen.
Al is de vraag hoe vaak die situatie in de praktijk voorkomt. In het geval je als werkloze deeltijds aan de slag gaat, kan je een zogenoemde inkomensgarantie-uitkering aanvragen. Die zorgt ervoor dat je totale inkomen niet onder de werkloosheidsuitkering ligt.
De Wever en Rutten niet akkoord
Vanuit de politiek kwam er meteen kritiek op de berekeningen van Marx. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Gwendolyn Rutten (Open VLD) stelt zich vragen bij de vergelijking met 4 jaar werkloosheid. "De meeste mensen zijn veel minder lang werkloos en hebben dus een veel hogere werkloosheidsuitkering. Het zijn die mensen die minder dan 2 jaar werkloos zijn die we in de eerste plaats willen activeren door het verschil groter te maken. Dat is nu te laag."
Ze argumenteert op X ook dat de voordelen die horen bij een uitkering niet in rekening genomen zijn. Ook de kosten die bij een job horen - denk aan kinderopvang - tellen niet mee. Ook De Wever uitte kritiek over de methode op X.
Marx erkent dat die elementen niet in de analyse zijn opgenomen. "Ook de bijkomende voordelen als je aan de slag gaat zijn niet meegeteld. Het gaat dan over premies, maaltijdcheques of de werkgever die tussenkomt in vervoerskosten."
Bovendien zijn de berekeningen op basis van het minimumloon. "In de praktijk krijgen maar heel weinig mensen het minimumloon, mensen verdienen meestal meer. Dus het verschil is voor veel mensen nog groter dan uit onze berekeningen blijkt."
Het verschil is voor veel mensen nog groter dan uit onze berekeningen blijkt
Ive Marx, UAntwerpen
Systeem van voordelen te complex
Zijn die voordelen in het algemeen niet te veel gekoppeld aan een statuut - uitkeringsgerechtigde of werkloze - in plaats van aan de hoogte van je inkomen? "Het is heel complex. Het klopt niet dat alle voordelen aan het statuut zijn gelinkt en niet aan het inkomen. Ook mensen die werken komen bijvoorbeeld in aanmerking voor een sociale woning."
De complexiteit van het systeem – wie recht heeft op welk voordeel – is wel een probleem, zegt Marx. "Zelfs voor onderzoekers is het moeilijk te achterhalen hoe het systeem in elkaar zit. Laat staan dat de mensen er nog aan uit kunnen. Het is logisch dat door dat gebrek aan transparantie mensen schrik hebben om voordelen te verliezen."

