België gaf in 2021 15,5 miljard euro uit aan directe en indirecte subsidies voor fossiele brandstoffen zoals aardgas, diesel, stookolie en kerosine. Dat blijkt uit een doorrekening van de federale overheidsdiensten Financiën en Leefmilieu. Daarmee komt een einde aan een jarenlange daling van die subsidies. Enkele opvallende kostenposten zijn de gunstige regimes voor aardgas, tankkaarten en bedrijfswagens.
België geeft opnieuw meer subsidies voor fossiele brandstoffen na jarenlange daling
Een van de taken van de federale overheidsdiensten (FOD) Financiën en Leefmilieu is bepaald ondankbaar: in kaart brengen hoeveel subsidies België precies uitdeelt voor het gebruik van fossiele brandstoffen.
Die subsidies zijn een echt kluwen. Ze zitten verspreid over de regionale en federale overheden en ze worden ook op heel wat verschillende manieren toegekend. Het gaat dan bijvoorbeeld over verlaagde BTW-tarieven voor bepaalde brandstoffen, fiscale voordelen voor bedrijfswagens, sociale maatregelen om verwarming betaalbaar te houden of de luchtvaart die geen accijnzen hoeft te betalen op kerosine. "Een probleem van transparantie", zo noemen de overheidsdiensten dat gebrek aan overzicht zelf.
Zij proberen dus toch wat duidelijkheid te verschaffen. Dat overzicht, voluit "de federale inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen", krijgt vandaag een nieuwe update . De FOD's concentreerden zich enkel op het federale luik van die uitgaven. Ze bekeken daarbij een resem verschillende vormen van staatssteun. Die categoriseren ze onder de noemers van directe subsidies (die fossiele brandstoffen op zich goedkoper maken), indirecte subsidies (die een dienst goedkoper maken die sterk leunt op fossiele brandstoffen, zoals vliegtuigtickets) en accijnsvrijstellingen voor zeevaart en luchtvaart.
Ze vergeleken 2021, het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar waren, met de jaren voordien. België gaf in 2021 15,5 miljard euro uit aan subsidies voor fossiele brandstoffen, net geen miljard euro meer dan in 2020. Dat is een opvallende trendbreuk. Tussen 2017 en 2020 daalden die subsidies grotendeels.
Een kanttekening evenwel: het absolute bedrag stijgt, maar het aandeel van de fossiele subsidies in de totale economie daalt wel. In 2017 waren de fossiele subsidies 3,5 procent van het BBP, terwijl dat in 2021 gedaald was tot 3,1 procent.
Aardgas, bedrijfswagens en tankkaarten
Waar gingen die fossiele subsidies nu precies naartoe? De grootste kostenpost zijn de directe subsidies. Het gaat dan om verlaagde accijnzen of zelfs vrijstellingen in de aankoopprijs van bepaalde brandstofsoorten zoals gas, diesel of stookolie. Die uitgaven maken 11 miljard euro uit van het totaal van 15,5 miljard. De grootste kostenposten zijn daar de tankkaarten en bedrijfswagens, maar ook de speciale tarieven voor aardgas.
Tankkaarten zijn een speciaal geval: het zijn de enige directe subsidies die via de inkomstenbelastingen worden toegekend. De staat heeft er 667,1 miljoen euro voor over, een stijging van 114 miljoen euro in vergelijking met 2020. Die stijging is te wijten aan de hoge brandstofprijzen in 2021 en het groeiende aantal bedrijfswagens.
Maar ook aardgas is een stevige kostenpost. De voordelige tarieven kostten de overheid 5,1 miljard euro in 2021 (tegenover 4,5 miljard in 2020), een derde dus van alle subsidies voor fossiele brandstoffen. Het gaat dan om de basisprijzen voor aardgas en niet de sociale energietarieven voor de lagere inkomens. Die sociale regelingen kostten de staat nog eens 388,9 miljoen euro.
De indirecte subsidies gaan naar slechts 2 ontvangers die samen echter een grote impact hebben: bedrijfswagens en vliegtuigtickets. Die eerste, het fiscale gunststelsel voor bedrijfswagens (2,5 miljard euro, 100 miljoen meer dan in 2020), is veruit de grootste kostenpost.
Maar de overheid geeft ook veel steun aan de luchtvaart. Zo is er de BTW-vrijstelling die vliegtuigtickets goedkoper maakt: 86,8 miljoen euro in 2021. Dat bedrag zal vanaf 2022 wellicht veel hoger liggen, aangezien de luchtvaart intussen uit het coronadal is geklommen. Ter vergelijking: in 2019 kostten de vliegtuigtickets de overheid nog 228,26 miljoen euro, of bijna 3 keer zoveel.
Daarnaast kreeg de luchtvaart in 2021 ook nog 594,2 miljoen euro aan accijnsvrijstellingen voor kerosine. De scheepvaart kreeg dan weer 229 miljoen euro aan accijnsvrijstelling voor zware stookolie en diesel.
De prijs van vliegtuigtickets komt ook terug in De Stemtest. Geef hieronder je mening en kom te weten welke partij denkt zoals jij:
Landbouw
Als je het per sector bekijkt, gaat het meeste geld naar de verwarming van gebouwen (5,3 miljard euro). Daarna volgen de industrie (3,8 miljard euro), de lucht- en scheepvaart (3,5 miljard euro) en transport (2 miljard euro). De landbouw en aanverwante activiteiten (zoals bosbouw of visserij) ontvangen 892 miljoen euro.
Maar, zo merkt de FOD Financiën op: om te begrijpen hoe efficiënt die subsidies zijn, moet je de bedragen eigenlijk bekijken in verhouding tot het economische belang van de sectoren. "Zo vertegenwoordigt de landbouw in 2021 slechts 0,64 procent van de toegevoegde waarde die door de ganse economie wordt geproduceerd", klinkt het, terwijl die sector wel 7 procent van de directe subsidies ontvangt.
België haalt Europese klimaatdoelstellingen niet
De som van 15,5 miljard euro behelst overigens nog niet alle fossiele subsidies die in ons land uitgegeven worden. Naast de sectoren die in dit rapport doorgerekend werden, en de uitgaven door de gewesten, zijn er immers ook nog extra gunstregimes voor (delen van) de energieproducenten en de zware industrie die veel brandstof verbruiken. Volgens studiewerk van Greenpeace, dat vorige week gepubliceerd werd, krijgen die er nog zo'n 4,4 miljard euro aan fossiele subsidies bovenop de 15,5 miljard euro van deze berekening.
In elk geval hoopt de FOD dat de heropflakkering van de fossiele subsidies tijdelijk is. Ons land moet in juni het nieuwe nationaal energie- en klimaatplan indienen bij de Europese Commissie. Daarin zal staan hoe België de Europese klimaatdoelstellingen hoopt te bereiken. Dat moet een gelegenheid worden "om opnieuw te wijzen op de noodzaak en de urgentie van de uitdoving van de subsidies voor fossiele brandstoffen", schrijven de auteurs van deze inventaris, zonder evenwel het sociale aspect niet uit het oog te verliezen.
Maar gisteren nog waarschuwde het Federaal Planbureau dat ons land ver onder de Europese lat dreigt te eindigen. Tegen 2030 moet België 47 procent minder CO2 uitstoten dan in 2005, en dat in de sectoren transport, verwarming van gebouwen, afvalverwerking en landbouw. Maar met het beleid dat nu in de stijgers staat, zou België slechts landen op 32 procent . Ook de Europese doelstelling om in 2050 netto helemaal geen broeikasgassen uit te stoten, halen we op dit moment nog niet.
Vooral de elektrificatie van vrachtwagens en personenauto's loopt traag, maar ook de elektriciteitsproductie en de zware industrie dreigen achterop te lopen. Dan helpt het natuurlijk niet als het gebruik van vervuilende fossiele brandstoffen goedkoper gemaakt wordt met overheidsgeld.
Subsidies voor fossiele brandstoffen alleen voor Groen breekpunt
Nu is het niet zo dat de regeringen van ons land helemaal niets doen om fossiele subsidies af te bouwen. Zo besliste de federale regering om vanaf 2026 alleen nog elektrische bedrijfswagens fiscaal aftrekbaar te maken. Daarmee gaat een stevige kostenpost (2,5 miljard euro in 2021) er binnen 2 jaar uit. En de Vlaamse regering loofde een premie van 5.000 euro uit om de aankoop van elektrische wagens te stimuleren. Dat moet het gebruik van fossiele brandstoffen mee helpen uit te doven.
Maar daar staat tegenover dat er in de nabije toekomst bijvoorbeeld nog steeds honderden miljoenen aan overheidsgeld naar tankkaarten gaat, en dat elk jaar opnieuw.
In Nederland leidden de subsidies voor fossiele brandstoffen tot wekenlange blokkades van de A12-snelweg door klimaatactivisten. In België leeft het debat minder sterk. Het wordt ook niet uitgespeeld in de verkiezingen.
Alleen de politieke partij Groen wil er een breekpunt van maken na de verkiezingen. Die zegt niet in een federale of Vlaamse regering te willen stappen als subsidies zoals die voor professionele diesel niet afgebouwd worden en "omgevormd naar klimaatsubsidies voor groene oplossingen en technologieën". Vooruit vindt dan weer dat "subsidies voor fossiele brandstoffen uiteraard afgebouwd moeten worden", maar maakt er geen breekpunt van.

