Het verbod van het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!) op het dragen van religieuze tekens is niet in strijd met het recht op godsdienstvrijheid. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een Belgische zaak beslist. Drie leerlingen van een school in Maasmechelen stapten naar het Hof omdat ze geen hoofddoek mochten dragen. Het Hof geeft hen ongelijk en verklaart bovendien een groot deel van de klacht niet-ontvankelijk.
Hoofddoekenverbod in het onderwijs niet in strijd met de godsdienstvrijheid, oordeelt Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In 2017 stappen drie jonge moslima's naar de rechtbank in Tongeren omdat ze op hun school geen hoofddoek mogen dragen. Die school maakt deel uit van het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!), waar een algemeen verbod geldt op het dragen van religieuze tekens. De drie leerlingen en hun ouders voerden aan dat dat verbod een schending was van hun recht op godsdienstvrijheid. De rechtbank in Tongeren gaf de leerlingen gelijk, maar het Hof van Beroep in Antwerpen draaide die beslissing later terug.
Daarop stapten de leerlingen naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat Hof oordeelt nu in een arrest dat het verbod van het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs in principe geen inbreuk maakt op het recht op godsdienstvrijheid (artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).
Volgens het Hof kan het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs, dat "neutraal" onderwijs moet aanbieden, ervoor kiezen om het dragen van religieuze tekens te verbieden. Het gaat dan niet alleen over de islamitische hoofddoek, maar om alle religieuze tekens en symbolen. Een verbod dat alleen de hoofddoek viseert, zou met andere woorden mogelijk wel een probleem vormen.
Het verbod op religieuze tekens in het onderwijs
Over het verbod op religieuze tekens in het onderwijs is de voorbije jaren al heel wat inkt gevloeid. Concreet geldt er voor het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!) vandaag een algemeen verbod op het dragen van levenbeschouwelijke tekens. Leerlingen en leerkrachten uit het GO!-onderwijs mogen geen tekens, zoals een hoofddoek, kruisje of keppeltje dragen, behalve tijdens de levensbeschouwelijke vakken. De Raad van het gemeenschapsonderwijs voerde dat verbod al in 2009 in. Tegen dat verbod werden al verschillende procedures opgestart, zowel door (kandidaat)leerkrachten als door leerlingen.
Andere scholen, zoals gemeentelijke, stedelijke, provinciale en vrije scholen (zoals het Katholiek Onderwijs), mogen zelf in hun schoolreglement beslissen of ze een verbod doorvoeren of niet. In sommige scholen zijn religieuze tekens toegelaten, in andere zijn ze verboden. In dat geval moeten ze wel aantonen dat er een legitieme doelstelling is om zo'n verbod in te voeren.
Ook in het hoger onderwijs mogen instellingen in principe kiezen. Zo ontstond er in 2020 heel wat commotie nadat het Grondwettelijk Hof had geoordeeld dat een verbod op het dragen van religieuze tekens in principe niet ongrondwettig is. Verschillende Vlaamse universiteiten en hogescholen reageerden toen dat ze niet van plan waren zo'n verbod in te voeren. De rechtbank die zich moest uitspreken over het concrete geval oordeelde toen dat het verbod van de Brusselse hogeschool wél discriminerend was, omdat de hogeschool het verbod had ingevoerd via het intern schoolreglement. Volgens de rechter moest zo'n verbod bij decreet worden vastgesteld.
Groot deel van de klacht niet-ontvankelijk
Naast het recht op vrijheid van godsdienst, verklaarden de leerlingen voor het Hof ook dat het verbod een inbreuk was op hun recht op het privéleven (artikel 8), de vrijheid van meningsuiting (artikel 10) en het recht op onderwijs (artikel 2 van het eerste protocol). Daarnaast zou het verbod van het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs ook het discriminatieverbod schenden.
Maar over een mogelijke inbreuk op die rechten heeft het Hof zich niet uitgesproken. Het verzoek van de leerlingen is niet-ontvankelijk, omdat ze eerst alle juridische middelen in België moeten uitputten voor ze naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stappen. Omdat ze voor de Belgische rechters enkel hun recht op de godsdienstvrijheid hebben aangevochten, en niet alle andere rechten, kan het Hof zich naar eigen zeggen niet uitspreken over die rechten. Of het verbod volgens het Hof ook discriminerend is, weten we dus niet, want daar heeft het Hof geen uitspraak over gedaan.
Tegenstrijdige uitspraken
De uitspraak van het Europees Hof is er één in een lange saga aan uitspraken over het verbod op religieuze tekens in het onderwijs. Verschillende rechtbanken in ons land hebben zich doorheen de jaren al meermaals over de kwestie uitgesproken, zo ook ons Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Die twee kwamen trouwens meer dan één keer uit op tegenstrijdige uitspraken.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde in 2020 bijvoorbeeld dat de keuze van een hogeschool om een verbod op het dragen van religieuze tekens niet in strijd was met de grondwet, omdat de school zo een “volkomen neutrale educatieve omgeving” wou creëren. Maar de Raad van State is het daar niet mee eens, en stelt dat scholen dat principe van neutraliteit niet kunnen inroepen bij de leerlingen.
Volgens de Raad van State moet een school zich telkens de vraag stellen of een algemeen verbod noodzakelijk en proportioneel is. Daarbij zou de school rekening moeten houden met de concrete omstandigheden, bijvoorbeeld bij religieuze spanningen op de school en of er ook andere oplossingen mogelijk zijn.
Regionaal nieuws uit Limburg



