Hulp aan huis in Brussel kost bij Nederlandstalige diensten doorgaans meer dan bij Franstalige organisaties. Dat schrijft BRUZZ. Reden hiervoor is een verschil aan financieringsregels in Vlaanderen en Wallonië. Vlaamse gezinsorganisatie Familiehulp wil het prijsverschil nu zelf aanpassen om zo stand te kunnen houden in de hoofdstad.
Hulp aan huis in Brussel duurder bij Nederlandstalige organisaties: "Soms dubbel zo duur"
Uit een vergelijkende studie van gezinsorganisatie Familiehulp blijkt dat klanten veel meer moeten betalen voor hulp aan huis bij Nederlandstalige organisaties dan bij een Franstalige diensten. "Gemiddeld zijn de Vlaamse diensten toch wel dubbel zo duur als de Franstalige diensten", stelt Martine De Ridder, regiodirecteur voor Brussel Halle Vilvoorde. "En dat heeft natuurlijk gevolgen. Op dit moment houden we als organisatie stand in Brussel. Maar we merken wanneer we op huisbezoek gaan om de bijdrage te berekenen dat veel klanten verwijzen naar goedkopere, Franstalige diensten en daar uiteindelijk ook voor kiezen."
In Wallonië wordt de huurprijs in mindering gebracht voor het berekenen van de bijdrage, in Vlaanderen niet
Martine De Ridder, regiodirecteur voor Brussel Halle Vilvoorde.
Dat het bij Nederlandstalige organisaties duurder is dan bij Franstalige heeft volgens Familiehulp alles te maken met de regelgeving. "Als Nederlandstalige dienst in Brussel zijn we afhankelijk van de Vlaamse overheid en van de regelgeving die Vlaanderen ons oplegt. Zo wordt de huurprijs in Wallonië in mindering gebracht voor de berekening van de bijdrage, in Vlaanderen gebeurt dat niet, waardoor in Wallonië dus meer rekening gehouden wordt met het netto beschikbaar inkomen."
"Verschil zelf bijpassen"
Familiehulp probeerde de voorbije jaren via de Vlaamse overheid een afwijking te bekomen op het bijdragebeleid in Brussel. "Maar dat kan niet wegens het universeel gelijkheidsprincipe", stelt De Ridder. "Dus nu is Familiehulp intern aan het bekijken om te zien hoeveel ons dat zou kosten als we zelf het verschil zouden bijpassen. Dat zou dan onder andere betaald worden met de reserves van de vzw. Al zullen we ons ook richten naar de Brusselse overheid om te zien of zij eventueel willen bijspringen om Nederlandstalige hulp in Brussel te kunnen blijven aanbieden."
"Want in Brussel is er echt wel hulp nodig. De problematiek in Brussel is anders dan in Vlaanderen. Zo zijn er in Brussel minder mantelzorgers. In Vlaanderen zien we dat de kinderen de zorg voor hun ouders op zich nemen. In Brussel zijn veel mensen eenzaam, geïsoleerd en hebben ze niemand die voor hen kan zorgen. Met thuiszorg bieden wij deze mensen een waardige thuissituatie aan."
Crevits: "Leidt tot ongelijkheid tussen Brusselaars"
"We betreuren dit beleid ten zeerste", zegt Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) in een reactie. "Het leidt tot ongelijkheid tussen de Brusselaars. Net in onze hoofdstad is er bijzonder veel nood aan betaalbare zorg, omdat de kwetsbaarheid hoger is en omdat er minder mantelzorgers zijn. Een geharmoniseerd beleid, dat samenwerkt in plaats van tegenwerkt, en dat uiteraard oog heeft voor het Nederlandstalige aanbod: dat is inderdaad de enige uitweg uit deze Kafka."
Familiehulp vierde dit weekend haar 75e verjaardag. De gezinsorganisatie zag het levenslicht na de Tweede Wereldoorlog om zorg te bieden aan gezinnen die er alleen voor stonden. Dat zowel in Vlaanderen als in Brussel.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant


