VRT NWS kreeg via 'Stel je vraag' honderden vragen binnen over de verkiezingen. We hebben een overzicht gemaakt van de meest voorkomende onderwerpen. Alles wat je moet weten over ons politiek systeem, de dag van de verkiezingen en wat er nadien gebeurt, vind je in dit overzicht.
Moet je het bolletje volledig rood kleuren of is een kruisje genoeg?
Algemene regels
Op zondag 13 oktober 2024 zijn het lokale en provinciale verkiezingen. In de stad Antwerpen staan ook de stadsdistrictsraden op het programma.
Voor deze verkiezingen geldt in Vlaanderen voor het eerst ooit geen opkomstplicht. Dat betekent dat je vrij kan kiezen of je wel of niet naar het stembureau gaat en of je stemt. Je krijgt dan ook geen oproepingsbrief, maar een uitnodigingsbrief.
In Brussel en Wallonië blijft de opkomstplicht wel gelden.
Ben je ouder dan 18 jaar en woon je in Vlaanderen? Dan kan je 2 keer stemmen.
Ten eerste voor de lokale verkiezingen. Je kan namelijk rechtstreeks de mensen verkiezen die in de gemeenteraad zetelen van de plaats waar jij woont. Hoeveel leden jouw gemeenteraad telt, hangt af van de grootte van je gemeente. Hoe groter je gemeente, hoe meer leden in de gemeenteraad.
Daarnaast kan je ook stemmen voor de provincieraad van de provincie waarin je woont. Het principe is hetzelfde: hoe groter de provincie, hoe meer leden in de provincieraad.
Woon je in Brussel, dan stem je enkel op de gemeente waarin je woont voor de gemeenteraadsverkiezingen. Er zijn geen provinciale verkiezingen in Brussel.
Gemeenten moeten de uitnodigingsbrieven uiterlijk zaterdag 28 september versturen. Je moet je uitnodigingsbrief dus ten laatste eind september of begin oktober ontvangen. Heb je 2 weken voor de verkiezingen nog geen uitnodigingsbrief? Dan kan je bij de gemeentediensten een exemplaar krijgen.
Wie wil gaan stemmen, doet dat in zijn of haar eigen gemeente. In je uitnodigingsbrief staat op welke locatie je precies moet zijn.
De stembureaus zijn geopend vanaf 8 uur ’s ochtends, het sluitingsuur hangt af van hoe er gestemd wordt. In de gemeenten waar nog op papier gestemd wordt, sluiten de bureaus om 13 uur. In de gemeenten waar elektronisch gestemd wordt, kan je tot 15 uur terecht. De openingsuren worden vermeld op je uitnodigingsbrief.
De gemeente zet richturen op de uitnodigingsbrieven om (te lange) wachttijden te vermijden. Je bent niet verplicht om op deze uren te gaan stemmen, maar dit wordt ten sterkste aangeraden door de overheid.
Ben je je uitnodigingsbrief verloren? Dan kan je een kopie afhalen bij je gemeentebestuur. Het gemeentebestuur is open op de dag van de verkiezingen tot 12 uur 's middags. Sommige gemeenten bieden een digitale versie aan via eBox, een digitaal loket voor overheidsdocumenten. Zo'n duplicaat is overigens gratis.
Aangezien er in Vlaanderen bij de lokale en provinciale verkiezingen niet langer een opkomstplicht meer geldt, hoeven er ook geen boetes te worden uitgedeeld als je niet gaat stemmen. De keuze is volledig aan jou.
Als je beslist om te gaan stemmen, moet je die stem uitbrengen in het stemlokaal dat vermeld staat op je uitnodigingsbrief. In het stembureau kunnen ze jouw rijksregisternummer zien en zo controleren of je in de juiste stad bent of niet.
Je moet stemmen op de woonplaats waar je domicilie staat op 1 augustus 2024. Anders moet je nog in de gemeente van je vorige woonplaats stemmen.
Ligt de gemeente waar je moet gaan stemmen op een grote afstand van je huidige verblijfplaats? Geen probleem, je kan een terugbetaling aanvragen voor de reiskosten tussen de 2 gemeenten. Je kan op de dag van de verkiezingen ook een gratis treinticket krijgen, als je reist om te gaan stemmen. Je moet dan wel je identiteitskaart en oproepingsbrief meenemen naar het treinstation.
Gezien er niet langer een opkomstplicht geldt voor de lokale en provinciale verkiezingen in Vlaanderen, is je zoon niet verplicht om te gaan stemmen.
Wil hij toch zijn stem uitbrengen, dan moet hij inderdaad gaan stemmen op de woonplaats waar zijn domicilie staat. Als dat niet in de gemeente is waar hij op kot zit, zal hij moeten reizen naar de gemeente waar hij wel moet gaan stemmen.
Hij kan wel een terugbetaling vragen voor zijn reiskosten als hij op de dag van de verkiezingen van zijn kot naar huis wil gaan om te gaan stemmen. Hij kan ook een gratis treinticket krijgen aan het treinstation. Hij moet dan wel zijn identiteitskaart en oproepingsbrief meenemen.
Als je jouw identiteitskaart kwijt bent maar toch wil gaan stemmen, moet je zo snel mogelijk naar de politie gaan. Zij kunnen jou een attest overhandigen, dat je samen met jouw oproepingsbrief mee moet nemen naar het stembureau. Met dat attest mag je je stem uitbrengen.
Je mag stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Voor de federale, regionale en provincieraadsverkiezingen mag je niet stemmen.
Als je naar de stembus wil trekken voor de gemeenteraadsverkiezingen, moest je je wel registreren als inwoner bij het gemeentehuis. Meer info vind je op de website van de Vlaamse overheid.
In het stemhokje
Op een stembiljet staan alle politieke partijen die opkomen binnen die verkiezing, netjes opgedeeld in een lijst per partij. Op elke partijlijst zie je welke kandidaten voor de partij opkomen in jouw gemeente en provincie. Je kan een lijststem geven, maar ook op individuele kandidaten stemmen.
Sinds 1965 stemmen we door met een rood potlood het vakje van de partij of kandidaat aan te duiden. Voordien gebruikte België een zwart potlood. De rode kleur geeft meer contrast met de wit-zwarte druk van de stemformulieren, waardoor het tellen van de stemmen makkelijker zou moeten verlopen.
Wie digitaal stemt, moet via een computerscherm zijn of haar stem ingeven.
De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken raadt aan om het rode potlood dat in het stemhokje ligt, te gebruiken. Zeker bij een stemming met potlood en papier is het belangrijk dat alles correct verloopt en daarom is het veiliger om het aanwezige potlood te gebruiken.
Je moet het bolletje inkleuren. Als je het bolletje omcirkelt of de naam van de kandidaat of lijst aanduidt, is je stem ongeldig. Het is afgeraden om een kruisje in het bolletje te zetten, om discussie te vermijden. Een stembiljet waarop het bolletje niet volledig is ingekleurd, is niet ongeldig, behalve wanneer de kiezer zich daarmee overduidelijk bekendmaakt.
Er zijn verschillende manieren om een geldige stem uit te brengen:
Je kan stemmen op de volledige lijst van 1 partij. Dat noemen we een lijststem. Dat doe je door het bolletje bovenaan de lijst, bij de partijnaam in te kleuren.
Je kan stemmen op 1 of meerdere kandidaten binnen de lijst van 1 partij. Dat noemen we een naamstem of voorkeurstem. Dat doe je door het bolletje voor de naam van de kandidaat in te kleuren.
Als je stemt op én de lijst én op kandidaten binnen die lijst, telt de lijststem niet mee. Je stem gaat dan naar de kandidaten die je hebt verkozen. Je kan ook blanco stemmen: dan stem je voor geen enkele lijst of kandidaat.
Bij een elektronisch bureau zal de computer een foutmelding geven. Bij potlood en papier ga je uit het stemhokje en zeg je dat aan de voorzitter van het stembureau. Je geeft je stembiljet af en krijgt een nieuw biljet. Ze verscheuren je foute biljet meteen, zodat het niet bij de rest komt.
Heb je je vergist van partij? Ga dan ook naar de voorzitter. Bij een elektronisch bureau krijg je een nieuwe chipkaart – als die tenminste nog niet gescand is – en de voorzitter van het bureau zal je dan een nieuwe kaart geven. Bij stemmen op papier krijg je een nieuw stembiljet als je foute formulier nog niet in de stembus zit.
Als je gaat stemmen in een elektronisch stembureau, is het onmogelijk om ongeldig te stemmen. De stemcomputer geeft dan een foutmelding. Als je op papier je stem uitbrengt, is dat makkelijker. Als je bepaalde zaken doorstreept, een tekening maakt op je formulier of je beschadigt het formulier, is je stem ongeldig. Je stemt ook ongeldig als je op meerdere partijen stemt.
Over een foto nemen in het stemhokje staat niets in het wetboek. De zogenaamde ‘stemfies’ hebben in het verleden al voor heel wat discussie gezorgd. Juristen wijzen erop dat het geheim houden van de stemming een recht is en geen plicht. Een stemming is anoniem en geheim, anderen mogen jouw stem dus niet bekendmaken. Maar jij bent niet verplicht om je eigen stem geheim te houden.
Een foto maken buiten het stemhokje, bijvoorbeeld wanneer je je stembrief afgeeft, is wel verboden. En je mag ook niets doen dat de stembusgang kan vertragen.
Neen, dat mag niet. Aangezien een stemming anoniem en geheim moet blijven, moet je alleen het stemhokje binnengaan.
Een kiezer die wegens een handicap niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn/haar stem uit te brengen, kan zich met de toestemming van de voorzitter door iemand laten begeleiden of bijstaan. De kiezer mag zelf bepalen wie zijn of haar begeleider is en de voorzitter mag daar geen druk op uitoefenen.
Alle gemeenten hebben instructies gekregen om de stembureaus toegankelijk te maken voor iedereen, zodat er geen problemen zijn voor mensen met een handicap. In het stembureau is de voorzitter verantwoordelijk dat het stemmen zo goed mogelijk verloopt. In theorie zou je dus niet lang moeten wachten om te gaan stemmen.
Als er toch een wachtrij staat en het is voor een persoon met een handicap niet mogelijk om lang te wachten, mag de voorzitter de persoon in kwestie voorlaten om als eerste in het stemhokje te gaan.
Tijdens de verkiezingen van 2019 hebben zo’n 430.000 mensen blanco of ongeldig gestemd. Veel mensen denken dat je stem naar de meest verkozen partij gaat als je blanco stemt. Dat klopt niet.
Kom je niet opdagen, stem je blanco of stem je ongeldig, dan zeg je eigenlijk: ik leg mij neer bij de keuze van de andere kiezers en ik accepteer dat mijn stem voor de vuilbak is.
Je meldt jezelf aan bij je stembureau en je geeft je oproepingsbrief en identiteitskaart af. Een medewerker activeert jouw elektronische stemkaart en je gaat naar het stemhokje. Je steekt de kaart – met de chip en pijl naar boven – in de stemcomputer.
Je volgt de instructies op het scherm en je duidt de kandidaten of de lijst aan waar je op wil stemmen. Heb je een fout gemaakt? Druk een tweede keer op je foute keuze om de stem ongedaan te maken of keer met de terugknop terug naar het vorige scherm. Bij een juiste keuze, moet je je stem bevestigen.
De computer drukt een stembiljet af en je haalt de elektronische kaart uit de computer. Aan de stembus laat je eerst jouw biljet scannen met de bedrukte kant op de scanner. Wanneer de scanner jouw biljet goedkeurt, kan je je stembiljet in de stembus steken. Tot slot krijg je je oproepingsbrief en identiteitskaart terug.
Stembureaus waar je met papier en potlood moet stemmen, zijn open van 8 uur tot 13 uur. Elektronische stembureaus blijven langer open, tot 15 uur. Dat komt omdat de papieren stembiljetten handmatig geteld moeten worden en bij een elektronisch bureau houdt de stemcomputer alle stemmen bij. Het manueel tellen bij de papieren biljetten duurt dus vanzelfsprekend langer.
Vlaamse gemeenten in België zijn niet verplicht om voor elektronisch stemmen te kiezen. In Vlaanderen stemt ongeveer de helft van de gemeenten elektronisch. Alle Brusselse gemeenten en Duitstalige gemeenten stemmen wel elektronisch. In Wallonië stemt dan weer elke gemeente via potlood en papier, omdat ze elektronisch stemmen niet volledig vertrouwen en omdat het hoge kosten met zich meedraagt.
Volmachten
In Vlaanderen ben je bij de lokale en provinciale verkiezingen niet langer verplicht om te gaan stemmen. Wil je toch je stem uitbrengen, maar raak je er niet: dan kan je een volmacht geven zodat iemand in jouw plaats kan gaan.
Net zoals bij de verkiezingen in juni, moet je een bewijs meeleveren waarom je niet zelf naar het stembureau kan afzakken. Geldige redenen zijn ziekte of handicap, als je moet gaan werken, als je in het buitenland bent (voor je werk of op vakantie), als je moet studeren, als je je geloofsovertuiging moet uitoefenen of als je door een rechtelijke straf je woning niet mag verlaten of in de gevangenis zit. Hier vind je alle geldige redenen.
Er zijn 2 documenten nodig om een volmacht te geven: het volmachtformulier A95 en het attest dat bewijst dat je niet naar het stemlokaal kan gaan. Welk attest dat precies is, hangt af van de redenen waarom je een volmacht geeft, bijvoorbeeld een doktersattest bij ziekte of een attest van de burgemeester als je op 13 oktober op vakantie bent.
Neen, voor personen met een verstandelijke beperking kan je met een volmacht werken. Iemand anders gaat dan in de plaats stemmen. Naast het volmachtformulier, moet ook de betrokken huisarts een formulier invullen als bewijs voor de exacte reden waarom je kind niet kan stemmen.
Toch kan je vader een volmacht geven, als op zijn identiteitskaart staat dat hij ‘onbekwaam is verklaard om te ondertekenen’. Op de volmacht zal dan vermeld worden dat hij niet in staat is om te tekenen.
Als je niet de Belgische nationaliteit draagt, mag je stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen (stadsdistrictsraadsverkiezingen in Antwerpen, maar niet voor de provinciale verkiezingen. Je had je echter al voor 1 augustus 2024 moeten inschrijven bij de gemeente van je hoofdverblijfplaats.
Kieslijsten
Bij verkiezingen kunnen mensen stemmen op verschillende politici. Die worden per partij op een lijst gezet, zodat je als kiezer een duidelijk overzicht hebt. Helemaal bovenaan die lijst staat de lijsttrekker. Die plaats is de meest zichtbare en belangrijkste plaats op de kandidatenlijst, want dat is de plaats die meteen in het oog springt. Partijen kiezen dan ook voor een herkenbare en belangrijke kop als lijsttrekker, die veel stemmen kan halen en zo de rest van de kandidatenlijst zogezegd vooruit trekt.
Helemaal onderaan de lijst staat de lijstduwer. Die plek is eveneens belangrijk, omdat de meeste mensen vooral op de eerste én laatste plaats naar herkenbare namen zoeken als ze door de lijst gaan. Het gaat meestal dan ook om mensen die vooral de rest van de lijst willen steunen: bijvoorbeeld een politicus die aan het einde van zijn carrière is.
Ja, Je mag binnen 1 partij op meerdere kandidaten stemmen.
Als je zowel op kandidaten stemt als een lijststem uitbrengt, telt je lijststem niet mee.
Nee, dat kan niet. Je moet altijd op 1 lijst stemmen of op kandidaten binnen 1 lijst.
Stembureaus en hun medewerkers
Een stembureau waar je met potlood en papier moet stemmen, bestaat uit 1 voorzitter, 1 secretaris en 4 bijzitters.
Bij een stembureau waar elektronisch wordt gestemd, kunnen er meer leden zijn. Indien er in een stembureau meer dan 800 kiezers zich inschrijven, kan een extra bijzitter worden aangesteld.
Dat kan. Je kan jezelf aanmelden als vrijwilliger bij jouw gemeentebestuur.
Medewerkers van een stembureau krijgen ‘presentiegeld’ voor de taken die zij uitvoeren in het kader van de verkiezingen. Je hebt 3 functies binnen een bureau: de voorzitter, secretaris of bijzitter. Je hebt ook verschillende bureaus tijdens de verkiezingen: het telbureau, het stembureau voor papieren stemmen of het stembureau voor elektronisch stemmen, het kantonhoofdbureau en het kieskring- en collegehoofdbureau. De vergoeding hangt af van de functie en het bureau van de medewerker.
Wie opgeroepen wordt om te komen ‘zitten’, maar op de verkiezingsdag zonder een geldige reden zijn kat stuurt naar het stem- of telbureau, riskeert een boete. Die kan oplopen van 400 tot 1.000 euro.
Politieke partijen en politici
Bij lokale verkiezingen worden de zetels verdeeld onder alle partijen die deelgenomen hebben aan de verkiezingen. Er geldt dus geen kiesdrempel van 5 procent zoals voor het Vlaams Parlement en de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers.
De zetelverdeling voor de gemeenteraadsverkiezingen gebeurt op basis van het stelsel Imperiali. Dit is een ingewikkelde procedure, die hier aan de hand van een tabel wordt uitgelegd. De schepenen in de 6 Vlaamse faciliteitengemeenten rond Brussel en in Voeren worden rechtstreeks verkozen.
Voor de provincieraadsverkiezingen wordt de zetelverdeling per provinciedistrict bepaald. Elke provincie is verdeeld in 3 provinciedistricten, behalve de provincie Vlaams-Brabant, die verdeeld is in 2 provinciedistricten. In elk provinciedistrict wordt een bepaald aantal provincieraadsleden verkozen, dat op basis van het inwonersaantal vastgesteld is met een besluit van de Vlaamse Regering. De provincieraad wordt samengesteld met de raadsleden die in de verschillende provinciedistricten zijn verkozen. Alleen de lijsten die minimaal 5 procent van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen hebben behaald, komen daarbij in aanmerking.
Voor de eerste keer zal de burgemeester rechtstreeks verkozen worden.
Dat gebeurt wanneer er een coalitie is gevormd. De kandidaat met het meeste voorkeurstemmen van de grootste partij binnen die coalitie, wordt burgemeester. Op die manier heeft de stem van de kiezer meer impact op de verkiezingen.
De partij die na de verkiezingen het meeste stemmen heeft, is aan zet. De kandidaat met het meeste voorkeurstemmen binnen die grootste partij krijgt 14 dagen initiatiefrecht om met andere partijen een meerderheid te zoeken.
Als die kandidaat geen coalitie kan vormen binnen die periode, is de 2e grootste partij aan de beurt voor 2 weken, nadien de 3e, enzovoort.
Een politicus is iedereen die in een bepaalde functie aan het politieke leven deelneemt. Dat zijn er heel veel: gemeenteraadsleden, schepenen, burgemeesters, provincieraadsleden, OCMW-raadsleden, parlementsleden, ministers, partijvoorzitters en ga zo maar door. Die allemaal tellen is een onbegonnen werk.
Daarom beperken we ons even tot de 6 parlementen en 6 regeringen in ons land: het federale parlement en de federale regering, het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering, het Waals Parlement en de Waalse regering, het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapsregering, het Brussels Parlement en de Brusselse regering en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en de regering van de Duitstalige Gemeenschap.
In al die regeringen en parlementen samen zitten 523 politici. Is dat veel? Het is moeilijk dat aantal te vergelijken met andere landen, want elk land heeft zijn eigen systeem van regeringen en deelstaatregeringen.
Ja, verschillende burgemeesters hebben in het verleden al gezeteld in het Vlaams of federaal parlement. Sommigen zijn zelfs minister geweest. Wanneer een burgemeester ook minister is, wordt die titelvoerend burgemeester en krijgt een andere kandidaat binnen dezelfde fractie de titel van waarnemend burgemeester.
Hoeveel een politicus verdient, hangt van verschillende factoren af. In welk parlement zit hij of zij? Combineert hij of zij mandaten, bijvoorbeeld als burgemeester en parlementslid? Dat maakt een groot verschil voor wat er uiteindelijk op het loonbriefje staat.
De politieke partijen in ons land hebben veel geld. Het grootste deel krijgen de partijen van de overheid, een overheidsdotatie. Dat is belastinggeld. Hoe meer stemmen een partij haalt, hoe meer geld ze jaarlijks krijgen. In het federaal parlement is dat bijvoorbeeld vijf euro per geldige stem, per jaar.
Dat betekent ook dat kleine partijen minder geld krijgen. En partijen die niet in het parlement zitten, omdat ze te weinig stemmen haalden of omdat ze nieuw zijn en nog niet hebben deelgenomen aan verkiezingen, krijgen helemaal geen geld van de overheid.
In totaal krijgen de Belgische politieke partijen jaarlijks 78 miljoen euro aan partijfinanciering. Over dat bedrag heerst al lang discussie. Zo goed als alle partijen zijn het erover eens dat het te veel geld is, maar tot een hervorming geraakt het niet. Partijen die groot zijn (of zullen worden), zijn voor een halvering van de som, partijen die klein zijn (of dat dreigen te worden), zijn voor een maximumplafond.
De termen links en rechts gaan over de ideologie van de politieke partijen. Algemeen genomen zijn partijen die het label ‘links’ opgeplakt krijgen progressief, partijen die we als rechts bestempelen zijn eerder conservatief.
Als het gaat over economie pleiten linkse partijen voor meer macht in handen van de overheid om zo steun te bieden aan mensen die het moeilijk hebben. Economisch rechtse partijen willen net minder overheidsbemoeienis en minder belastingen.
Sommige partijen zijn duidelijk links of rechts, andere partijen zijn dan weer op het ene thema ‘links’ en op het andere standpunt ‘rechts’. Dat is vaak het geval voor centrumpartijen, die zichzelf niet uitgesproken links of rechts noemen. Bijvoorbeeld de CD&V.
Daartegenover staan de partijen die zich net heel erg profileren als rechts of links. Die partijen noemen we radicaal-links, zoals de PVDA, of radicaal-rechts, zoals het Vlaams Belang.
Varia
Ons land zit qua structuur behoorlijk ingewikkeld in elkaar. België is een federale staat. Dat betekent dat er 1 centrale (oftewel federale) regering met 1 federaal parlement is (bestaande uit de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat), maar dat er daarnaast ook op het niveau van deelstaten wordt bestuurd.
In België zijn dat 3 gewesten (het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en 3 gemeenschappen (de Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap) die óók elk een eigen parlement en een eigen regering hebben (al is in Vlaanderen de regering van de gemeenschap en het gewest wel samengevoegd).
In totaal zijn er dus 6 regeringen:
De federale regering
De Vlaamse regering (waarin het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap zijn samengevoegd)
De Waalse regering (voor het Waals Gewest)
De Brusselse regering (voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
De regering van de Franse Gemeenschap
De regering van de Duitstalige Gemeenschap
De federale regering is verantwoordelijk voor zaken die heel België aangaan zoals Defensie, Justitie en Buitenlandse Zaken. De gemeenschappen zijn verantwoordelijk voor persoonsgebonden beleid, de gewesten beslissen over sociaaleconomisch beleid.
België heeft gekozen voor federalisme, omdat de verschillen tussen de taalgroepen in ons land op sommige vlakken onverzoenbaar groot zijn.
Elke gemeenschap en elk gewest heeft een eigen regering en parlement. Een regering is een uitvoerende macht en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de besluiten die door het parlement zijn goedgekeurd. Een regering is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de jaarlijkse begrotingen en het dagelijks bestuur van de gemeenschap of het gewest.
Het parlement is de wetgevende macht waarin volksvertegenwoordigers zitten die verkozen worden tijdens de verkiezingen. Een parlement moet besluiten goedkeuren, de regering benoemen en controleren en de begroting goedkeuren. Het parlement is dus cruciaal bij het tot stand komen van nieuwe regelgeving.
De Senaat vormt samen met de Kamer van Volksvertegenwoordigers het parlement op federaal niveau. De Senaat bestaat uit 60 senatoren: 50 deelstaatsenatoren afkomstig uit alle parlementen in ons land en 10 gecoöpteerde senatoren.
De deelstaatsenatoren zijn afkomstig uit de parlementen van ons land. Partijen mogen zelf kiezen welke parlementsleden ze naar de Senaat sturen. Je kan als burger (in tegenstelling tot vroeger) niet rechtstreeks deelstaatsenatoren verkiezen, maar op parlementsleden kan je wel stemmen. Onrechtstreeks zijn deelstaatsenatoren dus toch volksvertegenwoordigers. Er zitten daarnaast nog 10 gecoöpteerde senatoren in de Senaat. De deelsenatoren mogen kiezen welke 10 mensen dat zijn. 6 gecoöpteerde senatoren worden aangewezen door de Nederlandse taalgroep en 4 door de Franse taalgroep.
Sinds eind 2011 is de bevoegdheid van de Senaat drastisch ingeperkt. De senatoren komen slechts 8 keer per jaar samen en kunnen hun stem vooral laten horen over de Grondwet en over wetgeving rond de werking van onze staat en de instellingen.
Er gaan al jaren stemmen op om de Senaat af te schaffen, maar niet alle politieke partijen zijn het daarover eens.
Een gemeenteraad zet de grote lijnen uit voor zijn stad of gemeente. De raad bestaat uit een voorzitter (vaak de burgemeester, maar niet altijd) en gemeenteraadsleden die rechtstreeks worden verkozen tijdens de lokale verkiezingen. De gemeenteraad maakt de belangrijke beslissingen: het keurt verordeningen goed, maakt de lokale begroting op, controleert het College van Burgemeester en Schepenen (dat het beleid van de gemeenteraad moet uitvoeren) enzovoort. De gemeenteraad beslist ook wie schepen mag worden.
Iedere provincie in ons land heeft een provincieraad. Ook deze leden worden rechtstreeks verkozen. De raad bepaalt het beleid van de provincie, controleert de deputatie (de instelling die zich bezighoudt met het dagelijks bestuur van de provincie) en gaat in overleg met de Vlaamse overheid voor plannen die heel hun provincie aangaan. De provincieraad verzamelt doorgaans 1 keer per maand. Aan het hoofd van elke raad staat een voorzitter. Deze mag je niet verwarren met de gouverneur, die aan de top van de deputatie staat.
Het cordon sanitaire werd ingevoerd nadat op de verkiezingen van 24 november 1991 het Vlaams Blok (vandaag Vlaams Belang) erg goed scoorde. Kort daarna maakten de andere Vlaamse partijen de onderlinge afspraak om nooit met Vlaams Blok samen te werken, omdat ze de standpunten van de partij racistisch vonden.
Op 14 november 2004 werd het Vlaams Blok opgedoekt en werd in plaats daarvan het Vlaams Belang opgericht. Er kwam geen nieuw schriftelijk akkoord over het cordon sanitaire, maar de afspraak hield wel stand. Nu Vlaams Belang hoog scoort in de peilingen, laait de discussie op of het cordon moet standhouden. Sommigen vinden het ondemocratisch dat een partij op voorhand al wordt uitgesloten.
Zit je toch nog met een vraag? Stel ze dan hier.
