Op Antarctica bevinden zich meer en kleinere plastics dan tot nu toe gedacht. 98 procent van de plasticdeeltjes is kleiner dan 300 micrometer, blijkt uit Zwitsers onderzoek. Vorig onderzoek richtte zich vooral op grotere microplastics waardoor een groot deel van de deeltjes niet opgemerkt werden.
Onderzoekers van de Universiteit van Basel ontdekten deeltjes die tot 11 micrometer klein waren, een fractie van de dikte van een mensenhaar. Met een waterpomp werden nieuwe waterstalen genomen in de Weddellzee, een randzee van de Zuidelijke Oceaan bij Antarctica.
Het zeewater werd naar een reservoir overgepompt en geanalyseerd met infraroodspectroscopie. Daarbij worden stoffen geanalyseerd door gebruik te maken van het infrarode deel van het elektromagnetische spectrum.
Volgens de Universiteit van Bazel gebruikte eerder onderzoek netten met mazen van ongeveer 300 micrometer klein, ongeveer een derde van een millimeter. De kleinste deeltjes plastic werden zo niet opgevist, waardoor een deel van de plastics niet werd geobserveerd en een onderschatting werd gemaakt van de plasticvervuiling.
Onduidelijk hoe microplastics in Antarctica terechtkomen
Hoe de microplastics tot in de geïsoleerde Weddelzee geraken en of ze er ooit nog weg kunnen, is onduidelijk. Mogelijk zijn de scheepvaart in de regio voor toerisme, visvangst of onderzoek en de wetenschappelijke onderzoekstations de oorzaak. Maar ze kunnen ook via oceaanstromingen vanuit andere regio's op Antarctica belanden.
"Er is ongerustheid dat die kleinere en vaker voorkomende deeltjes microplastics een groter risico vormen voor waterorganismes", schrijven de auteurs in de studie. Levende organismes, die aangepast zijn aan extreme levensomstandigheden, zijn bijzonder kwetsbaar voor vervuiling.
Toch is Clara Leistenschneider, de hoofdauteur van de studie, optimistisch. Er wordt volgens haar veel werk verricht om het probleem beter te begrijpen en om plasticvervuiling tegen te gaan.

