Britse wetenschappers zeggen een van de oorzaken te hebben vastgesteld voor longschade bij astmapatiënten. De ontdekking kan er volgens hen voor zorgen dat er preventieve behandelingen voor de longziekte worden ontwikkeld. Lieven Dupont, diensthoofd Pneumologie bij het UZ Leuven, benadrukt wel dat het te vroeg is om te spreken van een doorbraak.
Levert onderzoek naar oorzaken van longschade nieuwe medicatie op voor astmapatiënten?
Uit de studie, die gepubliceerd werd in het vakblad Science , blijkt dat bepaalde cellen in de luchtwegen tijdens een astma-aanval kapot worden geknepen. Die cellen dienen als een soort barrière die ontstekingen en de afscheiding van slijm tegenhoudt.
Wanneer de beschermende barrière van de luchtwegen beschadigd raakt tijdens een astma-aanval, ervaren patiënten vaak symptomen die het risico op nieuwe aanvallen verhogen. Dit creëert een vicieuze cirkel waarbij elke aanval verdere schade veroorzaakt, wat op zijn beurt kan leiden tot meer frequente en ernstige astma-aanvallen.
“Dat mechanisme is eigenlijk goed gekend. Als je kijkt naar biopsieën bij mensen die een astma-aanval hebben gehad, zie je inderdaad beschadiging aan de oppervlakte van dat slijmvlies”, zegt Dupont.
Preventieve medicatie
De auteurs van de nieuwe studie suggereren dat hun ontdekking de weg kan vrijmaken voor de ontwikkeling van preventieve medicatie die de vernietiging van luchtwegcellen kan voorkomen. Zij benadrukken ook dat de huidige medicatie niet voor elke patiënt werkt. Volgens de onderzoekers ontbreekt effectieve medicatie voor zo’n 31 procent van alle astmapatiënten.
In eerdere studies werd al ontdekt dat het materiaal gadolinium schade aan de cellen in de luchtwegen kan voorkomen. In die studies werd het effect enkel bij muizen bestudeerd. Astmabehandelingen op basis van gadolinium zijn nog niet getest op mensen.
Gadolinium wordt al langer gebruikt in de medische wereld. De stof doet bijvoorbeeld dienst als basis voor contrastmiddelen tijdens MRI-scans. Daarmee kunnen artsen organen en weefsels beter in beeld brengen.
Geen garantie op succes
Volgens Dupont is er echter geen garantie dat gadolinium gebruikt kan worden in medicatie tegen astma. “Medicatie op basis van gadolinium is nog niet beschikbaar. Er moet eerst worden getest of dat een verschil kan maken, maar ook of het veilig is”, zegt de pneumoloog.
Hij voegt daaraan toe dat gadolinium “vervelende bijwerkingen” kan geven in het lichaam. Een ziekte zoals astma moet op chronische basis behandeld worden. “Dan moet je zeker zijn dat je de longen niet beschadigt”, zegt Dupont.
Medicatie ontwikkelen en testen kost bovendien veel tijd. Volgens Dupont zou het tot 10 jaar kunnen duren voordat zo'n nieuwe behandeling op de markt zou kunnen komen. Er is echter geen garantie dat zo’n medicatie uit de testfase raakt.
Andere medicatie is veelbelovender
Volgens Dupont is er vooral op andere vlakken vooruitgang in de strijd tegen astma. Voor ernstige gevallen, volgens de pneumoloog zo’n drie procent van de patiënten, bestaat een nieuw soort therapie die middelen op basis van cortisone vervangt.
Sommige van die oude medicijnen, zoals Medrol, hebben een aantal zware bijwerkingen zoals botontkalking, spierzwakte en een verhoogd risico op diabetes.
De nieuwe medicatie werkt met zogeheten monoclonale antilichamen. Dat zijn eiwitten die gerichte aanvallen uitvoeren op de moleculen die astma-aanvallen veroorzaken.
Dergelijke medicatie is vrij makkelijk in te nemen. Patiënten moeten om de 2, 4 of 8 weken een spuit zetten, afhankelijk van de specifieke medicatie die ze nemen. “Zij kunnen dat meestal zelf doen. Veel van die middelen werken met een pensysteem zoals bij een diabetesspuit”, zegt Dupont.
Minder mensen in het ziekenhuis
In België lijdt meer dan een half miljoen mensen aan astma. Zo’n 8 procent van de volwassenen leven met de ziekte. Bij kinderen stijgt het percentage zelfs naar 15 procent. Dat blijkt uit cijfers van de UZ Gent.
Volgens Dupont is het aantal mensen die op de spoedafdeling belanden met astma-aanvallen de voorbije 20 jaar echter sterk gedaald. Dat komt omdat minder zware vormen van astma grotendeels te controleren zijn met klassieke inhalators.
De meeste mensen die nog op de spoedafdeling terechtkomen, zijn mensen die hun medicatie niet zoals voorgeschreven innemen. “Er is nog verbetering mogelijk, maar het ziet er een stuk rooskleuriger uit dan vroeger”, besluit Dupont.


