Het verlies van tropisch woud in Brazilië en Colombia is vorig jaar fel gedaald. Maar langs de andere kant ging er veel regenwoud verloren in landen als Bolivia, Laos en Nicaragua. Vorig jaar gingen er gemiddeld 10 voetbalvelden tropisch woud per minuut verloren, berekende Global Forest Watch. De wereld zit daarmee ver achter op schema om de doelen van 2030 te halen, ondanks eerdere beloftes. Ook in Vlaanderen kan het nog beter.
Per minuut gingen vorig jaar 10 voetbalvelden tropisch woud verloren, maar Brazilië en Colombia tonen aan dat situatie kan keren
Eerst het goede nieuws. Zowel in Brazilië als in Colombia is er vorig jaar heel wat vooruitgang geboekt tegenover het jaar daarvoor. Dat is geen toeval: in beide landen is een regering aan de macht die het beste voor heeft met het regenwoud.
In Brazilië is er onder president Lula da Silva 36 procent minder primair woud (onaangetast, red.) verloren gegaan. In Colombia is het verlies vorig jaar zelfs gehalveerd (-49 procent) tegenover 2022. De politiek van de linkse president Gustavo Petro Urrego loont ook daar.
Het toont aan dat politieke wil en verschuivingen in het beleid wel degelijk lonen, schrijft het Global Forest Watch-platform van het World Resources Institute (WRI). Het platform volgt de evolutie op aan de hand van satellietdata - de data zelf zijn verwerkt door onder meer de Universiteit van Maryland in de VS.
Veel verlies in Bolivia, ook Congobekken boert achteruit
Wat goed gaat in delen van het Amazonewoud, gaat minder goed in landen als Nicaragua, Bolivia en Laos. "In Bolivia zien we de hoogste verliescijfers ooit, en dat al voor het derde jaar op rij", vertelt Sarah Carter van het WRI ons tijdens een videocall vanuit Nederland.
Het is vooral menselijk ingrijpen dat er een groot probleem vormt. Mensen proberen er land te claimen, en de overheid heeft daar blijkbaar geen antwoord op. Naast de productie van sojabonen speelde ook de droogte een nefaste rol in Bolivia.
De wereld zette vorig jaar twee stappen vooruit, maar ook twee stappen achteruit
Global Forest Watch-directeur Mikaela Weisse
Ook in het Congobekken gaat het niet goed. Het woud daar is nochtans het laatste grote tropisch regenwoud dat meer koolstof opslaat dan het afgeeft, stipt Global Forest Watch aan, en alleen al daarom heel belangrijk. Vorig jaar is daar 3 procent meer primair regenwoud verdwenen. "Dat lijkt niet zo veel, maar als je alles optelt door de jaren heen, loopt het wel op."
Carter hoopt dat meer samenwerking met de lokale bevolking het tij kan keren. "Er zijn dringend sterke maatregelen nodig om de voedselvoorziening en energieproductie aan te passen", zegt ook Teodyl Nkuintchua, die het Congobekken opvolgt voor het WRI.
"De wereld zette vorig jaar twee stappen vooruit, maar ook twee stappen achteruit", vat Mikaela Weisse samen, directeur van Global Forest Watch. "We moeten leren van de landen waar het goed gaat."
Waarom hebben we bossen nodig?
Bossen zijn belangrijk voor de biodiversiteit en voor het regelen van het klimaat. Ze halen het broeikasgas CO₂ uit de lucht en slaan koolstof op. Ze produceren zuurstof, en zorgen voor zuivere lucht. Uitgestrekte, dichte bossen spelen ook een belangrijke rol in de waterhuishouding, en vormen een goed wapen tegen droogte. Hoe ouder de bossen, hoe waardevoller ze zijn, ook voor de biodiversiteit en opslag van koolstof. Global Forest Watch houdt in het bijzonder de primaire bossen in het oog, de bossen waar de mens het minst in is tussengekomen.
Het was niet beter in 2023 dan de jaren daarvoor
Als we naar het totale plaatje kijken, is er weinig winst geboekt in 2023. De snelheid waarmee regenwouden verdwijnen, lag in de lijn van de jaren daarvoor. In absolute cijfers uitgedrukt gaat het om 3,7 miljoen hectare verlies vorig jaar, zowat 1,25 keer de oppervlakte van België.
"Je kan zeggen dat het niet veel meer of minder is dan de jaren voorheen. Maar je ziet wel dat het primaire woud (het best bewaarde en minst aangetaste bos, red.) steeds verder weggegeten wordt. En dat zal op termijn dramatische gevolgen hebben", vertelt Sarah Carter.
Elk jaar moeten de cijfers met een zesde verbeteren. Het moet snel gaan nu
Sarah Carter van het World Resources Institute (WRI)
Intussen blijft het doel om de ontbossing te stoppen voor 2030. Dat was zo aangekondigd op COP26, de klimaatconferentie in Glasgow. Maar het is intussen duidelijk dat het heel moeilijk wordt: "Daarvoor moet het snel gaan. Elk jaar zouden de cijfers met een zesde moeten verbeteren. Dat zien we momenteel niet", zegt Carter.
Toch blijft ze hoopvol. Ze verwijst ook naar het voorbeeld van Indonesië, dat jarenlang een hotspot was van ontbossing maar het nu behoorlijk goed doet. "De politieke keuzes en de opvolging lonen", zegt Carter. "Denk aan de productie van palmolie die verbeterd is, en de manier waarop de lokale mensen erbij zijn betrokken."
En Europa?
Het rapport van gisteren focust op de tropische gebieden, maar het WRI onderzocht enkele maanden eerder ook de toestand in Europa . Het beeld daar is gemengd: over 20 jaar bekeken, is de beboste oppervlakte wel relatief goed geëvolueerd. Maar dat heeft onder meer te maken met plantages en monocultuur.
"Als we kijken naar de tall forests, zien we dat die steeds meer aangetast raken", zegt Carter. Met de tall forests bedoelt ze bossen met bomen van 15 meter of meer. Dat zijn de oudste en meest waardevolle bossen, die het meeste bijdragen aan de biodiversiteit en het opslaan van koolstof in de strijd tegen de klimaatverandering.
Daarvan verdween er vorig jaar 2,25 miljoen hectare, een gebied de helft zo groot als Denemarken. Vooral in het noorden en het zuidoosten van Europa was het verlies aan kostbaar bos groot. De Europese natuurherstelwet is daarom zeker geen overbodige luxe, stipt Carter aan.
Beluister: expert bosbeheer Bart Muys over de situatie in De Ochtend
Bosverlies blijft hoog, ondanks verbetering in Brazilië en Colombia: "Wouden zijn van levensbelang"
Bossen in Vlaanderen kunnen extra bescherming gebruiken
Ook in Vlaanderen kunnen we nog dingen doen om de primaire bossen beter te beschermen, zegt Bart Muys, expert bosbeheer aan KU Leuven, in De Ochtend. "We hebben nog meer dan 15.000 hectare waardevolle oudere bossen die niet beschermd zijn. Die liggen niet in een groen gebied en dreigen ontbost te worden."
Ministers hebben daar in het verleden al iets aan proberen te doen, maar het dossier is niet opgelost geraakt. Specifieke wetgeving kan helpen om de juridische knoop te ontwarren, zegt Muys. Hij verwijst naar wat het duinendecreet betekende voor de bescherming van onze duinen.
"We weten waar die waardevolle oude bossen liggen. Het gaat niet altijd om oude bomen maar wel bossen met onverstoorde oude bodems. Die zijn heel belangrijk voor de biodiversiteit en de opslag van koolstof enz."

