De Franstalige Guadeloupse auteur Maryse Condé (90) is overleden. Ze was onder meer bekend van ‘Ségou’ en ‘Tocht door de Mangrove’. Condé had een enorme impact op de wereldliteratuur, en op onze kijk op kolonialisme en dekolonisering. In 2018 won ze de ‘alternatieve Nobelprijs voor de Literatuur’. Condé leed aan de ziekte van Parkinson en werd 90.
Invloedrijke auteur Maryse Condé (90) overleden, bekend van 'Ségou'
Maryse Condé wordt geboren in 1934 op Guadeloupe, deel van de Franse Antillen, als jongste van acht kinderen. Ze groeit op in een zwarte bourgeoisfamilie als bankiersdochter. In 1953 verlaat ze Guadeloupe om Letteren te studeren aan de Sorbonne in Parijs. Ze studeert af met een proefschrift over de stereotypering van donkere mensen in de West-Indische literatuur. Daarna behaalt ze een doctoraat in vergelijkende Literatuurwetenschap.
Een nomadisch leven
De auteur wordt vaak beschreven als een internationale nomade. Na haar afstuderen woont en werkt ze als professor in verschillende West-Afrikaanse landen, in de Verenigde Staten en in Frankrijk. Het vele reizen verrijkt haar werk en stelt haar in staat om verbanden te leggen tussen de werelddelen. Het geeft haar bovendien een uniek perspectief op de zwarte diaspora. In haar fictie onderzoekt ze raciale, gender- en culturele kwesties in verschillende historische tijdperken en op verschillende locaties.
Kathleen Gyssels is professor Postkoloniale Literatuur aan de Universiteit Antwerpen, en heeft Condé persoonlijk gekend. "Het was een zeer warme vrouw, en een enorme wereldburger. Ze was op vier continenten thuis, en beleefde daardoor een identiteitscrisis. Ze voelde zich als Antilliaanse zowel Europese als zwarte vrouw. Dat viel moeilijk met elkaar te rijmen."
Vanaf de jaren tachtig publiceert ze een indrukwekkende reeks van meer dan 30 historische romans. Ze verweeft literatuur en geschiedenis vanaf haar allereerste roman, ‘Hérémakhonon’ (1976). Het boek situeert zich in een fictief Afrikaans land met een onafhankelijkheidsdroom, die verstoord raakt door een dictatoriale nachtmerrie.
Slavernij, kolonialisme en migratie
Haar bekendste boek, een wereldwijde bestseller, is ‘Ségou’ (1984 en 1985). De roman vertelt in twee delen het verhaal van het oud-Afrikaanse koninkrijk Bambara, in het huidige Mali. Het boek speelt zich af in een tijd waarin Afrika, Europa en Amerika historisch met elkaar worden verbonden door slavenhandel. Ze herschrijft de rampzalige slavernijgeschiedenis door niet enkel de ingesleten paden te bewandelen, maar te laten zien dat naast westerse hebzucht, ook Arabische expansie en Afrikaanse collaboratie een dramatische rol speelden. Voor Ségou ontvangt de auteur de Afrikaanse literatuurprijs.
Het is volstrekt passé om de wereld te blijven verdelen in zwart en wit
Maryse Condé, auteur
Na vier romans over Afrika, situeert Condé haar volgende boeken in de Caraïben en de vroege Amerika’s. Haar zwarte personages leven in een context van slavernij, kolonialisme en migratie. Ze stelt geromantiseerde visies op cultureel of raciaal gefixeerde identiteiten ter discussie, en schuwt gesimplificeerde tweedelingen en ideologieën. In 1991 zegt ze daarover: “Het is volstrekt passé om de wereld te blijven verdelen in zwart en wit volgens de gedachte ‘zwart is goed en wit is slecht’, of ‘zwarten zijn slachtoffers en witten zijn handlangers’. Er zijn slachtoffers en onderdrukkers in beide kampen.”
Alternatieve Nobelprijs voor de Literatuur
Condé sleept met haar werken tal van prestigieuze prijzen in de wacht. In 2018 wint ze de ‘alternatieve Nobelprijs voor de Literatuur’, in het jaar waarin de prestigieuze literatuurprijs wordt opgeschort na een schandaal bij de Zweedse Academie. In de plaats bedenken Zweedse bibliothecarissen, het grote publiek, en een kleine jury een alternatief: de Nieuwe Academieprijs voor Literatuur. Condé sleept daarmee een prijs in de wacht die de nadruk legt op diversiteit, inclusie en democratie.
"Maryse Condé is een groot verhalenverteller," zegt de Zweedse jury over haar oeuvre. "Ze behoort tot de wereldliteratuur. Ze beschrijft de ravage van het kolonialisme en de chaos daarna in een precieze taal. Magie, droom, terreur en liefde zijn altijd aanwezig in haar werk. Fictie en realiteit zijn verweven. Ze schrijft over de postkoloniale gekte en misbruik, maar ook over solidariteit tussen mensen."
Dat Condé nooit de échte Nobelprijs voor de Literatuur in de wacht wist te slepen, liet een wrang nasmaakje na bij de auteur, weet professor Gyssels. "Ze heeft de prijs nooit gekregen omdat ze een vrouw is, en het te lang heeft geduurd alvorens de wereld klaar was om vrouwelijke literatuur naar waarde te schatten. 'Nobel blijft iets voor mannen die graag intellectualistisch doen', zei Maryse daar zelf over. Ze nam geen blad voor de mond."
Bekijk - De uitreiking van de Nieuwe Academieprijs voor Literatuur in 2018:
Laatste boeken gedicteerd
Aan het einde van haar leven lijdt Condé aan de ziekte van Parkinson: een degeneratieve neurologische ziekte die haar spreken en zien belemmert. Haar laatste boeken dicteert ze daarom aan haar man, Richard Philcox, tevens jarenlang haar vaste Engelstalige vertaler. ‘Het evangelie van de nieuwe wereld’ (2021) wordt haar laatste roman, en volgt een Christusachtige figuur van gemengde origine die de wereld rondreist, op zoek naar betekenis en verbondenheid. Het boek leest als een afsluitend werk van haar carrière.
In 2023 wordt de Guadeloupse nog bekroond met een plaatsje op de shortlist voor de International Booker Prize, voor de Engelstalige versie van ‘Het evangelie van de nieuwe wereld’. Ze is daarmee de oudste auteur ooit die voor de prijs wordt genomineerd.
"Ze kon niet stoppen met schrijven", beaamt Gyssels, "daarin vond ze haar stem, haar kracht. Haar latere boeken zijn van mindere kwaliteit dan haar eerste werken. Maar ik ben haar dankbaar voor haar oeuvre. Ze heeft de lezer laten inzien hoe gefragmenteerd en onvolledig onze visie op de werkelijkheid is. En daarbij doorbreekt ze de grenzen van kleur, gender en minderheden."

