De Halfgeknotte strandschelp is de meest voorkomende schelp aan onze kust. Dat blijkt uit de resultaten van de Grote Schelpenteldag van afgelopen zaterdag. In totaal werden meer dan 114.000 schelpen geteld, aan onze kust en die van Nederland en Noord-Frankrijk. De Kokkel en het Nonnetje zijn de tweede en derde meest voorkomende schelpensoorten.
Halfgeknotte strandschelp is opnieuw meest voorkomende schelp aan onze kust
114.000 schelpen, zoveel werden er geteld tijdens de 7e editie van de Grote Schelpenteldag. Zowel aan onze kust, maar ook voor de kust van Nederland en Noord-Frankrijk. Over een afstand van 400 kilometer telden meer dan 2.000 deelnemers schelpen. Het resultaat? Maar liefst 77 verschillende soorten.
Absolute toppers waren de Halfgeknotte strandschelp (33.754 exemplaren, 30%), de Kokkel (30.222 exemplaren, 27%) en het Nonnetje (9013 exemplaren, 8%). De resultaten toonden dat er ook niet-inheemse soorten (9% van aantal soorten; 8% van aantal exemplaren) hun weg gevonden hebben naar onze kustwateren.
De top 3 is dezelfde als vorig jaar. Enkel de nummers 2 en 3 wisselen van plaats. En dat is geen toeval, zegt Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ): "Zowat de helft van de aangetroffen schelpen ligt al lang op onze stranden, en dat zal nog wel een tijd zo blijven. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Kokkels en de Halfgeknotte strandschelpen. Die zijn tot wel 8.000 jaar oud. De andere helft aan schelpen is recent gestorven en geeft ons een beeld van wat zich op en rond de zeebodem afspeelt."
Verschillen tussen Nederland, Vlaanderen en Noord-Frankrijk
De Halfgeknotte strandschelp en de Kokkel staan in elk van de 3 landen in de top 5. In België en Nederland staan ze zelfs op plaats 1 en 2. Op de 2 getelde stranden van Noord-Frankrijk is de Gewone tapijtschelp dan weer de meest voorkomende. Opvallend is dat deze soort in België enkel aan de Westkust de top 10 haalt, dus tegen de grens met Frankrijk.
In Nederland komt de Mossel veel minder vaak voor, terwijl de Ovale en Stevige strandschelp vaak voorkomen. Het Nonnetje, dat bij ons op de 3e plaats staat, komt in Nederland en Noord-Frankrijk dan weer amper voor.
Niet-inheemse schelpen
Tijdens de Grote Schelpenteldag was er ook aandacht voor de niet-inheemse schelpensoorten. Dat zijn soorten die hier zijn terechtgekomen met de hulp van de mens. Van de 77 soorten kwam er 9 procent uit een ander continent. De Amerikaanse zwaardschede was met 5873 exemplaren goed voor 5 procent van alle getelde schelpen.
Maar ook het Muiltje (1300 exemplaren), de Amerikaanse boormossel (1262 exemplaren), de Japanse oester (504 exemplaren) en de Filipijnse tapijtschelp (236 exemplaren) zijn gevestigde waarden aan de kust. Opvallend is dat het aandeel niet-inheemse schelpen verschilt van land tot land. In Nederland zijn ze goed voor 5 procent van de gevonden soorten, in België voor 9 procent en in Noord-Frankrijk voor maar liefst 19 procent.
