In Soedan, in het oosten van Afrika, dreigen de komende maanden bijna 5 miljoen mensen terecht te komen in een situatie van "catastrofale voedselonzekerheid". Dat zegt noodhulpcoördinator Martin Griffiths van de Verenigde Naties (VN).
"Zonder dringende humanitaire hulp en toegang tot basisproducten zouden bijna 5 miljoen Soedanezen, die nu al in een noodsituatie verkeren, de komende maanden in sommige delen van het land kunnen afglijden naar een catastrofale voedselonzekerheid", waarschuwt Griffiths in een nota aan de VN-Veiligheidsraad.
Griffiths verwijst naar de zogenoemde IPC-schaal die wordt gebruikt om de mate van ondervoeding bij een bevolking aan te duiden. In Soedan dreigen de bevolkingsgroepen in West- en Centraal-Darfoer, die in IPC-fase 4 zijn ingedeeld, naar IPC-fase 5 gaan. Bij IPC-fase 5, het hoogste niveau, is er sprake van hongersnood.
Wat verstaan we onder "hongersnood"?
Om beter voorbereid te zijn op hongersnoden en vooral om die te vermijden, heeft de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de VN in 2004 een classificatiesysteem voor voedselcrisissen ontwikkeld: de Geïntegreerde Fase Classificatie (IPC) .
Voedselcrisissen worden ingedeeld in vijf categorieën, of fases. Een voedselcrisis fase 5 is de meest intensieve: "hongersnood" of "catastrofe".
Een hongersnood wordt pas officieel afgekondigd als alle (strenge) voorwaarden vervuld zijn. Dat is een ingewikkelde technische kwestie: de cijfers over een aantal indicatoren moeten allemaal de rode lijn gepasseerd zijn.
Bijna 18 miljoen Soedanezen, vooral vrouwen, kinderen en ontheemden, hebben nu al te kampen met ernstige voedselonzekerheid. Griffiths roept op tot dringende maatregelen, om te vermijden dat het tot een catastrofe komt. Hij vraagt vooral betere humanitaire toegang, meer geld en een staakt-het-vuren.
Noodhulp bereikt bevolking niet
Bijna een jaar geleden is in Soedan een oorlog uitgebroken tussen het leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF).
Als gevolg van dat conflict is het voor hulpverleners moeilijk om de humanitaire voorraden tot bij de bevolking te krijgen. De Verenigde Naties hadden eerder deze week al een oproep tot "ongehinderde toegang" voor humanitaire hulpverleners in Soedan gelanceerd.
Het Wereldvoedselprogramma (Word Food Program of WFP) waarschuwde zelfs voor mogelijk de "grootste voedselcrisis ter wereld". Volgens de VN-organisatie wordt 90 procent van de Soedanezen die noodhulp nodig hebben, niet bereikt.
Geweld in Soedan: wat is er aan de hand?
In Soedan is het al bijna een jaar oorlog. Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen twee generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
In 2019 werd dictator Omar al-Bashir van de macht verdreven na een volksopstand. Er werd gewerkt aan een overgang naar democratie in Soedan, maar in 2021 pleegden de RSF en het Soedanese leger samen weer een staatsgreep.
De militairen bleven aan de macht, maar zouden een akkoord tekenen, waarin ze de macht zouden overdragen aan een burgerregering. Een onderdeel van het akkoord was dat de RSF zou worden opgenomen in het reguliere leger. Het was al langer duidelijk dat generaal Hemidti dat niet over zijn kant zou laten gaan.
De spanningen tussen het leger en de RSF liepen op, en zijn sinds halfweg april 2023 geëscaleerd. De laatste maanden lijken de RSF aan de winnende hand te zijn, maar in de regio rond de hoofdstad Khartoem heeft het regeringsleger de voorbije weken dan weer overwinningen geboekt.
Bij het geweld in Soedan zijn volgens de VN minstens 12.000 doden gevallen, maar volgens lokale artsen is dat cijfer een onderschatting.
