De "niet-essentiële" personeelsleden van de Verenigde Naties in Haïti zullen vanaf morgen worden teruggehaald uit het Caribische land. Dat heeft de VN bekendgemaakt. Haïti wordt al sinds eind februari overspoeld door een golf van bendegeweld. Gisteren heeft de Haïtiaanse premier Ariel Henry zijn ontslag ingediend.
Verenigde Naties halen "niet-essentieel" personeel terug uit Haïti
De VN-medewerkers worden teruggehaald vanwege de "instabiele veiligheidssituatie" in het land. Om hoeveel personeelsleden het exact gaat, wordt niet medegedeeld. De VN beschikt momenteel over ongeveer 1.500 medewerkers in Haïti, onder wie meer dan 250 internationale medewerkers.
In de mededeling wordt beklemtoond dat de VN wel aanwezig blijven in Haïti. De medewerkers die belast zijn met "vitale activiteiten" zullen hun werkzaamheden voortzetten.
Daarnaast gaan de Verenigde Naties een luchtbrug opzetten tussen Haïti en de naburige Dominicaanse Republiek om humanitaire hulp mogelijk te maken en de verplaatsing van het personeel soepel te laten verlopen. Dat heeft de VN-missie in Haïti aangekondigd op X.
Sinds februari getroffen door extreem bendegeweld
Het straatarme Haïti wordt sinds februari overspoeld door bendegeweld. Criminele bendes controleren ook het grootste deel van de hoofdstad Port-au-Prince. En sinds enkele dagen vallen de criminele bendes ook strategische locaties in het land aan.
Gisteren besliste de Haïtiaanse eerste minister Henry om zijn functie neer te leggen. Dat was een eis van de machtige bendes. Henry was aan de macht sinds de moord op president Jovenel Moïse in juli 2021. Sinds 2016 zijn er geen verkiezingen meer geweest in Haïti.

