Een Fransman heeft eind januari zijn vriendin vermoord om een relatie te beginnen met een minnares die hij online had gevonden, maar die bleek niet te bestaan. Er zat een oplichter uit Ivoorkust achter het online profiel. Dat hebben de Franse gerechtelijke autoriteiten bekendgemaakt.
Man vermoordt vriendin in Frankrijk voor onlineminnares die oplichter uit Ivoorkust blijkt
Op 28 januari wordt het slachtoffer, geboren in 1995, dood teruggevonden in haar woning in Beussent, in het noorden van Frankrijk. Het lichaam vertoont "sporen van wonden aan de torso", volgens het plaatselijke parket.
Haar partner belt de politie en zegt dat hij het lichaam had ontdekt toen hij terugkeerde van de bakker. Hij legt de piste van een foutgelopen overval op tafel, "gezien de verdwijning van de spaarpot", verduidelijkt officier van justitie Guirec Le Bras in een verklaring.
In het onderzoek wordt deze hypothese al snel uitgesloten. De autoriteiten stellen namelijk vast dat de man "een relatie onderhoudt op het internet" met iemand van wie hij de echte identiteit niet kent, aldus de openbare aanklager.
Femicide of 'vrouwenmoord' in Frankrijk
Het Franse gerecht classificeert de moord als femicide of 'vrouwenmoord'. Daarbij gaat het over een daad van extreem geweld tegen een vrouw, vaak met de dood tot gevolg.
Gemiddeld vindt er om de drie dagen een femicide plaats in Frankrijk. Volgens het ministerie van Justitie werden er in 2023 94 vrouwen om het leven gebracht.
Het dagblad Le Parisien brengt de feiten aan het licht. Volgens de krant presenteert de minnares zich op Facebook als 'Béatrice Leroux", zaakvoerster uit Brest'. In werkelijkheid bestaat Béatrice niet en wordt het profiel gebruikt door een oplichter die volgens de eerste onderzoeken in Ivoorkust is gevestigd. De verdachte heeft een som van 2.200 euro betaald aan de oplichter.
De verdachte, die vandaag voor de rechtbank is verschenen, geeft toe zijn partner met voorbedachten rade om het leven te hebben gebracht in de hoop zijn virtuele relatie "werkelijkheid te laten worden". Dat staat in een verklaring van het openbaar ministerie.
