De beschikbaarheid van nectar in de kruidlaag (onderlaag) van de Europese bossen is de voorbije 40 jaar met bijna een kwart gedaald. Dat melden onderzoekers van UGent. Het is slecht nieuws voor de biodiversiteit, maar er is ook goed nieuws: meer en meer gevarieerde bossen kunnen wellicht een positieve rol gaan spelen voor bestuivers zoals wilde bijen en hommels.
Hoeveelheid nectar in onderste laag van Europese bossen is met een kwart gedaald, stelt UGent vast
Bestuivers zoals wilde bijen, hommels en zweefvliegen spelen een belangrijke rol in de biodiversiteit. Bovendien zijn ze ook belangrijk voor onze voedselproductie. Dat het er niet goed mee gaat, is bekend. Dat het potentieel aanbod aan nectar in de bossen kleiner is geworden, is geen goed nieuws.
In de studies naar habitats van wilde bestuivers kwamen tot nu toe amper bossen voor. De rol van zogenoemde kruidlaag (alle planten tot een meter hoog) was onderbelicht.
Het Labo Bos en Natuur (ForNaLab) van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen in Gent wilde daar graag verandering in brengen en heeft nu de studie "Declining potential nectar production of the herb layer in temperate forests under global change" uit in het vakblad Journal of Ecology .
3.300 stukjes bos
De onderzoekers berekenden voor meer dan 3.300 stukjes bos over heel Europa de hoeveelheid nectar die de kruidlaag er zou kunnen opleveren. Daarvoor werden data gebruikt over de plantensamenstelling van die gebieden in de voorbije 40 jaar. "Die databanken bestaan in verschillende landen. We hebben ervoor samengewerkt met Europese partners", vertelt hoofdauteur Wim De Schuyter (UGent) aan de telefoon.
Op die manier werd dan de potentiële nectarproductie berekend. Er zijn geen werkelijke data, maar het maakt het mogelijk om te vergelijken tussen verschillende plaatsen en door de tijd heen.
Wat zijn de voornaamste conclusies?
er is een gemiddelde afname van bijna 25 procent in potentiële nectarproductie over de laatste 40 jaar.
de afname komt voornamelijk door minder licht in de kruidlaag, door minder intensief bosbeheer in de bestudeerde bossen.
de kruidlaag in bossen is niettemin een potentieel belangrijke bron van nectar, vooral in het voorjaar vooraleer het bladerdak sluit.
de beschikbaarheid van nectar is vergelijkbaar met die van andere habitats zoals soortenrijke graslanden, maar met een vroegere piek, wat cruciaal zou kunnen zijn voor vroeg uitkomende hommelkoninginnen.
Veel licht, meer nectar
Specifiek voor wilde bestuivers lijkt de boodschap te zijn dat er meer actief bosbeheer moet komen, maar dat moet genuanceerd worden bekeken. "We zien dat bijvoorbeeld bosanemoon en hyacint heel goed gedijen in bosgebieden waar de mens niet ingrijpt. Voor hen is de beste optie om de natuur zo veel mogelijk met rust te laten", zegt De Schuyter.
"Anderzijds hebben planten die het meeste nectar produceren heel veel licht nodig." Maar dat licht kan uiteraard evengoed ontstaan door een natuurlijk proces, waarbij oude bomen sterven en omvallen.
Ideaal scenario voor wilde bestuivers?
Hoe dan ook hebben bossen het potentieel om een belangrijke rol te spelen in het behouden van wilde bestuivers, concluderen de onderzoekers. De mens kan daar zeker bij helpen, met meer en grotere bossen, met diverse beheerstrategieën (waar op sommige plaatsen wordt ingegrepen door de mens en op veel andere plaatsen niet, red.).
"Als je meer bossen hebt, dan heb je meer ruimte om te zeggen 'hier gaan we niet ingrijpen' en heb je minder snel een conflict met zones waar je als mens wil ingrijpen met een vorm van bosbeheer. Want hout blijft een belangrijke ecologische grondstof," zegt De Schuyter.
Om een volledig zicht te krijgen op de rol van bossen als habitat voor wilde bestuivers, is verder onderzoek nodig, onder meer naar de werkelijke nectarproductie en naar de productie van de verschillende lagen samen: kruidlaag, struiklaag en boomlaag.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


