Hoe radicaliseren jongeren? De vraag stelt zich nu vier tieners opgepakt zijn in een terreurdossier. Ze waren mogelijk van plan om een aanslag te plegen in een concertzaal in Brussel. Wat blijkt? Het is een gevaarlijke cocktail van online en offline factoren, gecombineerd met de bewuste tactieken van terreurgroepen zoals IS.
Een terreurdossier met vier tieners als hoofdrolspelers: hoe radicaliseren jongeren?
De oudste is 18 jaar, de jongste amper 15: vier tieners werden gisteren opgepakt omdat ze mogelijk plannen zouden hebben gehad om een aanslag te plegen in een concertzaal in Brussel. De vraag blijft wel hoe concreet die plannen waren. De jonge leeftijd van de vier valt op, maar verbaast hij ook?
In het jaarrapport van Staatsveiligheid werd begin januari nog maar gemeld dat er de jongste jaren steeds meer minderjarigen voorkomen in hun dossiers over ideologisch en religieus geïnspireerd extremisme en terrorisme. "Ze lijken ook alsmaar jonger te worden", klonk het toen. "Waar enige tijd geleden 17- of 18-jarigen in onderzoeken verschenen, springen nu ook jongeren van pakweg 16 en zelfs 15 in het oog, al gaat het om erg beperkte cijfers."
Vaak gaat het dan over jongeren die online radicaliseren of anderen aanzetten tot haat en geweld. Soms uiten ze ook bedreigingen via sociale media. Een nuance: in veel gevallen blijkt dat ze zelf niet tot geweld zouden overgaan. Maar dat neemt niet weg dat het een tendens is die zorgen baart.
Dat beaamt ook OCAD, dat de dreiging in ons land permanent analyseert. "Het klopt dat er momenteel in bijna elk dossier jongeren voorkomen. Soms gaat het ook over minderjarigen van 14, 15, 16 jaar."
Het gaat voor alle duidelijkheid over een handvol jongeren, maar desalniettemin benadrukt OCAD dat het "zeer zorgwekkend" is. "Het moet goed opgevolgd worden."
Nieuw is die problematiek overigens niet. Op het hoogtepunt van de crisis in Syrië wilde een heel aantal tieners - jongens én meisjes - afreizen naar het conflictgebied van IS. Verschillenden van hen deden dat ook effectief. Het is ook zeker niet enkel een Belgisch probleem, ook andere Europese kamp(t)en met hetzelfde.
Ook bijvoorbeeld in het drugsmilieu is er vaak sprake van piepjonge daders die (granaat)aanslagen plegen of rivalen van een andere bende neerschieten.
Maar hoe radicaliseren die jongeren toch?
Online én offline aspect
Uiteraard speelt het online luik een grote rol in dat proces van radicaliseren - en dat zal alleen nog maar toenemen. Maar, zo zegt expert Annelies Pauwels van het Vredesinstituut, we mogen het offline gedeelte zeker niet uit het oog verliezen.
"Mensen radicaliseren niet omdat ze online een aantal filmpjes zien of met mensen babbelen. Je moet ook rekening houden met de voedingsbodem. Vaak gaat het over een heel aantal complexe problematieken, ook in de directe omgeving. Denk maar aan een complexe thuissituatie, een alcohol- of drugsverslaving, mentale gezondheid, de netwerken die je online en offline opbouwt."
We moeten kijken wat er al aan de gang was. Wat maakt dat mensen daarvoor openstaan?
Annelies Pauwels - Vredesinstituut
In onderzoeken naar radicaliseringsprocessen komen een heel aantal risicofactoren naar boven, maar onder meer identiteit en het gevoel ergens bij te horen, zijn zeer belangrijk. Zeker bij jongeren. "Dat is een deel van het tiener zijn. In die zoektocht gaan ze ook op internet zoeken."
Ook de actualiteit kan een rol spelen - denk maar aan het conflict in Gaza, maar Pauwels ziet dat eerder als een "emotionele trigger". "We moeten kijken wat er al aan de gang was. Wat maakt dat mensen daarvoor openstaan? Het is bijna nooit één factor die een radicaliseringsproces in gang doet schieten."
De bewuste tactiek van extremistische bewegingen
Tel bij die voedingsbodem dan ook nog eens de bewuste tactieken van extremistische bewegingen en je komt tot een gevaarlijke cocktail. "Extremistische bewegingen hebben een brede waaier aan technieken ontwikkeld. IS in het bijzonder is daar heel actief mee bezig. Vaak is dat ook gericht op jongeren, dat is een belangrijke doelgroep."
Nochtans kan het relatief onschuldig beginnen. "Jongeren zitten bijvoorbeeld met vragen over de islambeleving in een Westers land of over de huidige context in Gaza en zoeken dat op op het internet. Over islambeleving is bijvoorbeeld maar een klein aanbod gematigd, en dus stoten jongeren vrij snel op radicale inhoud. Een bewuste zachte manier van die groeperingen om jongeren stilaan mee te trekken naar extremer gedachtegoed, extremere beelden, extremere inhoud, extremere propaganda." Het is als het ware een gateway naar het extreme(re).
Wat kunnen we daartegen beginnen?
Dan rest de vraag: wat valt daartegen te beginnen? Op het vlak van online monitoren zijn er de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet. Zeker wat het repressieve luik betreft, zegt Pauwels. "De veiligheidsdiensten en politie monitoren zeker, maar op het vlak van preventie zijn er nog stappen te zetten. Nu gebeuren die vooral in de fysieke wereld, online moet er nog een brug gemaakt worden."
"De vraag is natuurlijk: hebben diensten die nu inzetten op preventie - jeugdwerk, sociale diensten, buurtpolitie - dezelfde middelen en tools om die online patrouillering te doen? Ze hebben niet altijd de middelen of weten niet altijd wat hun mandaat is. Welke websites zijn actief? Wat wordt er gezegd in de commentaren? Wanneer dreigt het verkeerd te lopen?"


