Afgelopen jaar hebben ruim 3.400 patiënten euthanasie ondergaan. Hun aantal steeg met 15 procent in vergelijking met 2022, meldt de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie (FCEE). 3,1 procent van alle sterfgevallen in ons land zijn het resultaat van euthanasie.
Vijftien procent meer patiënten kregen afgelopen jaar euthanasie
De Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie (FCEE) ontving in 2023 3.423 registratiedocumenten betreffende euthanasie. Dat betekent dat 3,1 procent van alle sterfgevallen in ons land het resultaat waren van euthanasie. De overgrote meerderheid (70,7 procent) van de patiënten was ouder dan 70 jaar, 42,1 procent ouder dan 80 jaar. Het aantal gevallen van euthanasie bij patiënten jonger dan 40 jaar bleef zeer beperkt (1,1 procent).
Afgelopen jaar werd er ook bij één minderjarige euthanasie uitgevoerd. Het ging om een zestienjarig meisje dat leed aan een hersentumor en haar organen na haar dood doneerde. Euthanasie van minderjarigen blijft zeldzaam in België. Sinds de uitbreiding van de wet in 2014 zijn vijf gevallen gekend, aldus de Commissie.
Ook de voorbije jaren was er al een stijging van het aantal gevallen van euthanasie. In 2022 ging het om 2.966 patiënten, in 2021 om 2.699. "De sterke stijging van de afgelopen 2 jaar ligt onder andere aan de terugval tijdens de coronacrisis en ook het proces-Tine Neys kan er iets mee te maken hebben", vertelt chirurg Luc Proot.
Hoe dan ook merkt de commissie een algemene stijging sinds de wet in voege is getreden. "De bekendheid is toegenomen bij zowel patiënten en artsen, maar ook het draagvlak in de bevolking is sterk toegenomen", legt Proot verder uit.
Vaak fysiek en psychisch lijden
De meeste patiënten die in 2023 voor euthanasie kozen, leden aan kanker (55,5 procent), een combinatie van verschillende chronische en ongeneeslijke aandoeningen (23,2 procent) of zenuwziekten zoals ALS (9,6 procent). Cognitieve stoornissen, zoals de ziekte van Alzheimer, vertegenwoordigden 1,2 procent.
Euthanasie vanwege psychiatrische aandoeningen, zoals stemmingsstoornissen, nam lichtjes toe, maar bleef eerder uitzonderlijk (1,4 procent). "Dat zijn vaak patiënten waar de meeste discussie over bestaat. Bij fysiek lijden is de pijn eerder meetbaar, dat is heel anders bij psychiatrische problemen. Het is voor psychiaters vaak ook moeilijk te aanvaarden dat patiënten 'uitbehandeld' zijn", duidt Proot.
Bij bijna 8 op de 10 (76,2 procent) patiënten werd zowel fysiek als psychisch lijden - niet te verwarren met een psychiatrische aandoening - vastgesteld, maar er werden ook 66 gevallen van euthanasie (1,9 procent) uitgevoerd enkel vanwege psychisch lijden. Het ging dan bijvoorbeeld om een kankerpatiënt van wie het fysieke lijden verzacht werd door pijnstillers, maar die psychisch leed door het verlies van waardigheid of autonomie.
Vlaamse artsen voeren het vaker uit
Opvallend is dat zeven op de tien registratiedocumenten in het Nederlands werden opgesteld, tegenover 29,2 procent Franstalige. De Commissie benadrukt dat het hier gaat om de taal van de arts, niet specifiek die van de patiënt. Het is echter wel een indicatie dat euthanasie meer ingeburgerd is bij Vlamingen dan bij Walen.
In de overgrote meerderheid van de gevallen (79,2 procent) werd door de arts het overlijden verwacht binnen afzienbare termijn. De meeste gevallen van euthanasie werden in 2023 opnieuw thuis uitgevoerd (48,6 procent), gevolgd door ziekenhuizen en palliatieve eenheden (32 procent) en woonzorgcentra (17,6 procent).
De Commissie stipt tot slot aan dat er vorig jaar ook 110 patiënten die verbleven in het buitenland naar België zijn afgezakt om hun vraag naar euthanasie beantwoord te zien. Het ging voornamelijk om patiënten uit Frankrijk, waar actieve euthanasie verboden is. "De discussie leeft daar wel echt en net door die publieke opinie zoeken sommige Fransen naar een oplossing, in dit geval in België."

