Naar hoofdinhoud

95 procent van Vlamingen woont dicht bij een halte van De Lijn, maar wat heb je daaraan als er amper bussen komen?

Veel mensen kunnen niet op een bus van De Lijn rekenen, hoewel een halte vlakbij is. Dat komt omdat de frequentie sinds het nieuwe vervoersplan op heel wat plekken laag tot heel laag is. VRT NWS dook in de cijfers - bijna 3 maanden na de invoer van het nieuwe busplan.

Ellen Debackere Jasper Wouters Tom Buytaert
Gepubliceerd:

Even terug naar het begin. Sinds de invoer van het nieuwe busplan van De Lijn op 6 januari werden in Vlaanderen ruim 3.000 haltes geschrapt en rijden bussen meer op de hoofdwegen in plaats van door de wijken. 

Daar kwam kritiek op, maar directeur-generaal van De Lijn Ann Schoubs heeft steeds benadrukt dat in dichtbevolkte regio's minstens 95 procent van de inwoners een halte behoudt op maximaal 750 meter afstand. 

De bewering klopt, maar die cijfers zeggen natuurlijk niet alles. We moeten ook kijken naar de frequentie van de bussen. Want wat heb je aan een halte als die amper bediend wordt?

Wel een halte, geen bus

Wij keken na hoe vaak je een bus of tram kan nemen tijdens de spitsuren (tussen 7 en 9 uur, en tussen 15 en 18 uur). Wat blijkt? Bij 24 procent van de haltes stopt tijdens de spits gemiddeld minder dan één bus per uur. Heel wat pendelaars en scholieren kunnen dus niet gebruikmaken van het openbaar vervoer op het moment dat ze het nodig hebben.

Er zijn lokaal grote verschillen. In West-Vlaanderen en Limburg is de situatie erger dan in andere delen van Vlaanderen. Bekijk hieronder hoe het in jouw gemeente gesteld is. Hoe donkerder de kleur, hoe meer haltes waar tijdens de spits gemiddeld minstens één bus per uur stopt.

Liesbet (44) woont vlak bij een halte, maar er komt maar 1 bus per dag

"Tot vóór januari 2024 passeerde elk uur een bus aan de halte op slechts 30 meter van onze woning", vertelt Liesbet Dewolf aan VRT NWS. Liesbet woont in Mater, een deelgemeente van de Oost-Vlaamse stad Oudenaarde.

"Sinds januari komt nog maar 1 bus per dag, om 7.50 uur 's ochtends. Mijn twee dochters van 13 en 15 geraken dus nog met de bus op school, maar 's avonds moeten we ze voortaan met de auto gaan halen. Onze straat is niet verkeersveilig om onze kinderen te voet of met de fiets naar de volgende dichtstbijzijnde halte te laten gaan."

Weinig vroege of late bussen

We deden dezelfde oefening voor wie buiten de spitsuren met het openbaar vervoer wil reizen. Bij 3 op de 10 haltes kan je vóór 7 uur nog niet terecht. Wie na 20 uur nog ergens heen moet, kan zelfs 4 op de 10 haltes niet gebruiken.

Ook hier zijn er lokale verschillen. In de provincie Limburg zijn de inwoners opnieuw het zwaarst getroffen. Slechts de helft van de haltes biedt er een bus aan vóór 7 uur of na 20 uur. In Vlaams-Brabant valt de situatie dan weer beter mee. 

Flexbussen zijn geen mirakeloplossing

Het nieuwe vervoersplan heeft niet enkel haltes geschrapt, er zijn ook flexbussen bijgekomen. Die zouden in theorie een oplossing moeten bieden voor de verminderde dienstverlening.  

Maar flexbussen komen enkel op aanvraag, niet op een vaststaand uur, naar gelang de beschikbaarheid en tot slot niet als er "voldoende aanbod van regulier openbaar vervoer is".

Een bus waarvoor je moet bellen, is een enorme drempel

Kees Smilde, woordvoerder bij TreinTramBus

"De meningen over de flexbussen zijn verdeeld", zegt Kees Smilde, woordvoerder bij reizigersorganisatie TreinTramBus. "Voor sommige mensen is dat een vooruitgang, er zijn soms ook nieuwe verbindingen gekomen. Maar een bus waarvoor je moet bellen, is een enorme drempel. Daar zitten veel mensen mee. Plus: er zitten nog kinderziektes in het reservatiesysteem."

"Het algemene principe is dat sterke lijnen langs klassieke steenwegen sterker zijn geworden. En lijnen die al zwakker waren, zijn nog zwakker geworden of zelfs verdwenen", klinkt het. "Sommige gemeentes zijn zwaar teleurgesteld, en niet altijd onterecht."

"Flexvervoer werkt niet omdat ook de treinen niet stipt rijden", zegt Arnold (59)

"Tot en met juni 2023 kon ik hier in Stokkem gebruikmaken van een sneldienst", vertelt Arnold Colla die in de Limburgse stad Dilsen-Stokkem woont. "De halte vlak bij mijn woning wordt voortaan enkel nog bediend door flexbussen, maar voor een pendelaar werkt dat niet."

"Om naar het werk te gaan, zou het nog lukken om een flexbus te reserveren. Maar terugkeren uit Leuven is bijvoorbeeld een ramp: de treinen rijden ook niet stipt waardoor ik elke reservatie van een flexbus zou missen. We kunnen nooit voorzien om welk uur we een bus kunnen nemen."

"Ik doe de meeste van mijn werkverplaatsingen dan nu maar met de auto. Ik stel jammer genoeg vast dat ik in de jaren 80, toen ik regelmatig pendelde naar Brussel voor mijn studies, meer rechtstreekse busverbindingen had dan vandaag."

De Lijn reageert

"In stedelijke gebieden zijn haltes doorgaans drukker bezocht en bieden ze een breed scala aan diensten, terwijl haltes in landelijke gebieden vaak minder druk zijn", zegt woordvoerder Marco Demerling van De Lijn. "Dit leidt tot variabele serviceniveaus, vooral buiten de stedelijke centra en belangrijke wegen."

"Basisbereikbaarheid streeft naar een efficiënt openbaarvervoermodel dat zich richt op de vraag. Dit betekent meer diensten op drukke locaties. Op minder drukke locaties kan het aanbod worden aangepast, met mogelijk lagere frequenties of beperkte diensten tijdens daluren."

"Vermits er wordt uitgegaan van de vraag is het niet verwonderlijk dat bepaalde regio's in Limburg en West-Vlaanderen meer flexvervoer hebben of minder vroege en late bediening dan het dichtbevolkte middeldeel van Vlaanderen. (...) 95 procent van de Vlamingen behoudt een halte op maximaal 750 meter afstand. Dit toont aan dat we ons inzetten om openbaar vervoer toegankelijk te houden voor zoveel mogelijk mensen."

Hoe gingen we aan de slag met de cijfers?

  • Eerst controleerden we of in dichtbevolkte gebieden inderdaad 95 procent van de inwoners een halte op wandelafstand heeft. In januari 2024 deden we een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur  (WOB) om informatie op te vragen over de methodiek die De Lijn hanteerde voor haar berekeningen.

  • Op basis van onze eigen berekeningen, zien we dat 96 procent van de Vlamingen in dichtbevolkt gebied (meer dan 200 inwoners per km²) een halte heeft nabij hun woning. In dunbevolkt gebied is dat slechts 68 procent van de inwoners. Samengeteld komt dat inderdaad neer op 94 procent.

  • Let wel: dit cijfer klopt enkel als we niet alleen de vaste haltes, maar ook de haltes voor flexbussen meetellen. Als we enkel kijken naar haltes met een vaste dienstregeling, heeft 92 procent van de Vlamingen in dichtbevolkt gebied een halte op wandelafstand, of 89 procent van alle Vlamingen.

  • Voor de bevolkingsdichtheid per vierkante kilometer gebruikten we een dataset uit 2020 . 

  • Om de doorkomsten in kaart te brengen, stelden we een lijst op met alle lijnen van De Lijn die actief waren op een typische weekdag, donderdag 21 maart, en de coördinaten en dienstregelingen van alle haltes waar die stopten.

  • We bakenden de spitsuren af tussen 7 en 9 uur, en tussen 15 en 18 uur. Daarmee volgen we de definitie die verkeersinstituut VIAS  hanteert.

  • Voor de berekening van het aantal bussen per uur tijdens de spits, namen we het gemiddelde aantal stoppende bussen of trams over beide spitsmomenten samengeteld.

LUISTER

Regionaal nieuws uit Limburg

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"