De inwoners van Nederbrakel aten in de periode 1500 tot 1800 opmerkelijk minder vlees dan de inwoners van de nabije steden Aalst en Ninove. Dat blijkt na archeologisch onderzoek van 335 skeletten. Die restanten zijn gevonden bij de heraanleg van de markt. De skeletten zijn vergeleken met skeletten uit onder meer steden Aalst en Ninove. En in Brakel is het duidelijk. "In het botmateriaal van de gevonden skeletten is er minder dierlijke eiwit gevonden", zegt Bart Cherretté van Solva.
Skeletonderzoek in Nederbrakel toont gebrek aan vleesconsumptie: "Mannen kregen altijd de beste stukjes vlees"
Bij de heraanleg van het marktplein, negen jaar geleden, zijn er eerst archeologische opgravingen geweest. Archeologen onderzochten de omgeving van de markt en het kerkplein. "Een historisch kerkhof heeft een schat aan informatie", zegt archeoloog-diensthoofd Bart Cherretté van Solva. "We staan daar soms niet meer bij stil, maar in een historisch kerkhof kan je eeuwen terug in de tijd en is er veel historisch materiaal te vinden. Bij het archeologisch onderzoek hebben we uiteindelijk 335 skeletten opgegraven en die skeletten verder onderzocht die begraven zijn in de periode 1500-1800."
Na de opgravingen van de honderden skeletten zijn die dan verder onderzocht. "Verder onderzoek op de skeletten kan veel informatie geven over geslacht, ouderdom, ziektepatronen", laat Solva nog weten
Onderdeel van een groter onderzoek
Het archeologisch onderzoek in Nederbrakel is een onderdeel van zes andere onderzoeken. "Wij als archeologen gaan nu alle data archiveren en documenteren. Daarna gebeurt er nog een uitgebreid fysisch antropologisch onderzoek dat veel dieper kan werken en kan nagaan hoe de mensen exact leefden, waar ze aan stierven en wat ze aten", zegt Solva.
Verschil tussen stedelijk en landelijk gebied
Uit het onderzoek van de verschillende archeologische disciplines is gekeken naar de diëten van de inwoners. Daaruit blijkt dat er een verschil is tussen de inwoners uit stedelijke en landelijke gebieden. "De feiten zijn duidelijk dat in de stedelijke gebieden mensen meer vlees aten dan inwoners uit de landelijke gebieden. Dat zijn de feiten, naar het waarom moet er nog meer en ander onderzoek gedaan worden. Het zou kunnen dat mensen in een stedelijke omgeving meer toegang hadden tot dierlijke eiwitten, zoals op een markt. Maar dat is nu nog onduidelijk. Alleen de feiten zijn er: minder dierlijke eiwitten in de skeletten van inwoners van de landelijke gebieden"
"Mannen kregen de beste stukjes vlees"
Algemeen is het duidelijk dat er in stedelijke gebieden meer dierlijke eiwitten werden gegeten, dan in de landelijke. "En wat daar dan ook bij opvalt, is dat de vrouwen nog het minst vlees aten, blijkbaar waren er sociale en genderverschillen. Ook kinderen hadden een ander voedingspatroon. De mannen gingen blijkbaar altijd met de beste stukjes vlees lopen", zegt Bart Cherretté.
Uit het algemeen onderzoek blijkt wel dat in Brakel de vrouwen nog minder goed bedeeld waren en minder vlees aten dan in andere gebieden. Hoe dat komt, moet nog verder onderzocht worden.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


