In "Op een dag ben je dood" roept Anouck Meier op meer te leven volgens je eigen verwachtingen, in plaats van die van iemand anders. Stripauteur Brecht Evens verbeeldt in de graphic novel "De bondgenoten 1" de psychose die hij heeft doorgemaakt. Simone Atangana Bekono brengt met "Marshmallow" een verhalende dichtbundel over hoe de liefde en een relatiebreuk haar personages transformeren. Neurobioloog Brankele Frank onderzoekt wat een burn-out doet met het hoofd en lichaam in "Over de kop". Dit zijn de boeken die VRT NWS deze week tipt.
De boeken van de week: stoppen met "pleasen", de psychose van Brecht Evens in een graphic novel en poëzie van Simone Atangano Bekono
Anouck Meier, ondernemer en moeder van twee kinderen, komt in opstand tegen de chronische tijdsdruk waaronder voornamelijk vrouwen gebukt gaan. In "Op een dag ben je dood. Ophouden met andersmans shit te fiksen & eindelijk doen waar je zelf zin in hebt" (uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts) houdt ze een pleidooi voor stoppen met pleasen, grenzen stellen en jezelf op de eerste plaats zetten.
Druk druk druk
Antwoorden met "druk druk druk" op de vraag hoe het me je gaat, is een soort statussymbool geworden, vertelt Meier op Radio 1. Boeken en podcasts over timemanagement leren je hoe je nog meer werk in je dag kan proppen en beter kan multitasken. Meier omschrijft de chronische tijdsdruk als een structureel maatschappelijk probleem.
Dat we het tegenwoordig drukker hebben en meer werken is een mythe die door een VUB-studie wordt tegengesproken. Wel heerst dat gevoel, veroorzaakt door technologie die ervoor zorgt dat ons werk en privéleven niet meer gescheiden zijn, waardoor er minder échte rust is.
Genderkloof
Daarnaast is er het fenomeen van de role overload, waarbij vooral vrouwen een hele waaier aan sociale rollen opnemen: ze zijn moeder, collega, vriendin, partner, … Genderstereotypes zadelen vrouwen op met diep gewortelde verwachtingen.
"Negen op de tien alleenstaande ouders zijn vrouwen. Dat zegt veel over wat de primaire rol van een vrouw is", licht Meier toe. Het rollenpatroon zorgt ook voor een mental load die de vrouw met extra taken en verantwoordelijkheden opzadelt. "Als de kinderopvang of de school jou als vrouw aanspreekt en niet jouw partner, dan ben jij degene die eraan denkt dat er op maandag pampers mee moeten naar de crèche. Die duizenden tabbladen die open staan: dat is mental load ."
Zaken in vraag durven stellen is de grote boodschap in het boek van Meier. "Wees kritisch met wat je aan het doen bent". Meier roept op tot revolte tegen een cultuur die gefocust is op tijd en to-dolijstjes. Er is ook een rol weggelegd voor de beleidsmakers die voor structurele veranderingen kunnen zorgen zoals toegankelijke en betaalbare kinderopvang, het dichten van de loonkloof en arbeidsduurverkorting, met bijvoorbeeld een werkweek van vier dagen.
Brecht Evens is een internationaal gevierd stripauteur. Hij is afkomstig uit Hasselt, maar woont en werkt in Parijs. Tijdens een opdracht in Tokio belandde hij in een psychose. Een ervaring die hij verwerkt in een tweedelige graphic novel "De bondgenoten" (uitgeverij Oogachtend) waarvan het eerste deel is verschenen.
Een complottheorie
Marjan Temmerman, VRT NWS-journalist en stripkenner, las "De bondgenoten". Volgens haar is het een donker en tegelijkertijd teder, humoristisch maar ook ongemakkelijk verhaal over een vader-zoonrelatie. In het beeldverhaal krijgt alleen de zoon een naam, Arthur. Het gezin woont in een dorp aan de Bretoense kust. De moeder is overleden en komt kort aan bod wanneer haar as, na lange tijd, uitgestrooid wordt in de zee.
Ook de vader is afwezig in het begin van het verhaal: hij ligt in zijn bureau, jarenlang, en spreekt niet. In de verbeelding van Arthur is hij een groot denker, die stilte nodig heeft. Toch probeert Arthur zijn aandacht te trekken, wat lukt met zelfgemaakte tekeningen. Daarin ziet de vader allerlei verborgen boodschappen en tekens en hij denkt dat Arthur een wonderkind is.
De jarenlange stilte heeft wat met zijn hoofd gedaan: hij raakt opgeslorpt door een complottheorie waarin ze belaagd worden door niet nader omschreven “Bestuurders”. Arthur heeft nog de leeftijd waarop hij zijn vader als held ziet en volgt hem blindelings, ook als het pijnlijk of ongemakkelijk wordt.
Uitkijken naar het tweede deel
Volgens Temmerman blijft Evens trouw aan zijn herkenbare kleurrijke tekenstijl. Hij speelt met bladschikking en perpectief en lijnen en creëert zo een wondere wereld waarin je na een eerste lezing opnieuw kan verdwalen en andere details ontdekken die het verhaal nog meer onbehaaglijk en wonderlijk maken.
Vijf jaar heeft Evens aan de graphic novel gewerkt en dit is een eerste deel. De groeiende verbazing naar het einde toe, voedt de honger om ook het tweede deel te lezen. Evens zegt zelf dat hij de voorbije vijf jaar synchroon al een groot stuk daarvan heeft afgewerkt.
De Nederlandse Simone Atangana Bekono won met haar eerste dichtbundel de Poëziedebuutprijs Aan Zee (2018). Er volgde een roman en nu pakt ze opnieuw uit met poëzie in "Marshmallow" (uitgeverij De Arbeiderspers). De titel verwijst niet naar het zoete, zachte snoepgoed maar naar de plant "heemst" die in moeras- en zompachtige gebieden groeit.
De transformerende kracht van liefde
De gedichten staan op zichzelf, maar samen vormen ze het verhaal van een relatie waarin veel verandert. Bij aanvang zit het allemaal goed dan komt er een keerpunt - het gaat het niet meer zo goed - en dan is het afgelopen. Bekono schrijft poëzie over hoe mensen veranderen binnen zo’n relatie. "Het is een bundel waarin personages voorkomen die liefdesverdriet hebben, in de stad ronddwalen, transformeren in monsters en gekke taal gebruiken", licht ze toe op Klara.
Bekono liet zich inspireren door het ritme van de stad en haar fascinatie voor horror. Net zoals in haar vroeger werk krijgt geweld een prominente rol. Ze tast de grens af tussen iets ervaren als geweld of net als genot zoals in seks, een lichamelijkheid die ze probeert in zinnelijke taal om te zetten.
Hoe mensen omgaan met een relatie(breuk) trekt Bekono ook door in de vorm. Er zijn twee stemmen die vanuit de ik-figuur schrijven en naargelang wie aan het woord is, wordt de tekst links of rechts uitgelijnd. "Ik wou dat op papier een soort dans zou ontstaan: soms in samenspraak, soms komt het tot een clash of klinken die twee stemmen net heel ver weg."
Toen neurobioloog en consultant Brankele Frank (1987) tot tweemaal toe een burn-out kreeg, merkte ze dat gebrek aan kennis haar genezing in de weg zat. "Over de kop. Wat er in je hoofd en lichaam gebeurt bij een burn-out en hoe je er weer van afkomt" (uitgeverij Das Mag) schreef ze vanuit haar eigen ervaring.
Na haar studies neurobiologie werkte Frank als een succesvolle strategieconsultant voor een belangrijk bedrijf, met werkweken van 60 tot 70 uur. Tot ineens het hele kaartenhuis in elkaar stortte en ze de diagnose van burn-out kreeg. Ze had de symptomen zelf niet herkend.
In "Over de kop" beschrijft Frank waar en wanneer het licht uitging en probeert ze te begrijpen waar het fout liep. "En ik wil een lans breken voor het feit dan een burn-out niet tussen de oren zit en dat het een heel fysieke aandoening is", vertelt ze op Radio 1.
Begrijpen om te kunnen herstellen
Als wetenschapster had ze er behoefte aan precies te weten wat er in haar lichaam aan de hand was. Ze trok op onderzoek vanuit het idee dat wie begrijpt wat een burn-out is, er ook sneller weer vanaf kan komen.
Burn-out is nauwelijks gedefinieerd in de medische wereld en het is ook geen erkende aandoening in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), het handboek voor psychiaters. Er zijn ook geen objectieve meetinstrumenten voor het stellen van een diagnose of onderzoeken van de ziekte. "Er zijn veel overeenkomsten met depressie, hoewel het niet dezelfde ziekte is, dat is ook uit wetenschappelijk onderzoek gebleken", licht ze toe.
Een belangrijke oorzaak van burn-out schrijft Frank toe aan het onderdrukken van emoties, iets wat haar sinds jongs af aan werd aangeleerd. "Ik was gewend om te vertrouwen op mijn cognitie, want die had me ver gebracht. Het hele lichaam had ik eigenlijk een beetje links laten liggen. Ik had het wel getraind met sport, maar ook dat was iets anders."
Het proces waarin ze leerde te luisteren naar wat haar lichaam aangaf, omschrijft ze als lastig en moeilijk, maar ook interessant. Ze ziet burn-out niet als een individueel maar als een maatschappelijk probleem. Er is nood aan preventie door het stimuleren van de emotionele vaardigheden - en niet alleen de cognitieve intelligentie - vanaf jonge leeftijd.
