Artsen en verpleegkundigen worden regelmatig het mikpunt van agressie door patiënten. "Terzake" sprak met een spoedarts, een spoedverpleegkundige en een veiligheidsagent, over de impact van zulke incidenten. Betrouwbare cijfers over het aantal agressie-incidenten zijn er niet. Dus pleiten heel wat zorgverleners voor een overkoepelend meldpunt voor agressie.
"Soms staan ze te zwaaien met een machete of een stoelpoot": VRT NWS praat met ziekenhuispersoneel over agressie
"Ik probeerde iemand te helpen en als beloning kreeg ik iemand die me de keel dichtkneep en me op de grond smeet." Spoedarts Lieven Vergote (ASZ Aalst) vertelt hoe hij in het begin van zijn carrière werd aangevallen door een patiënt. "Ik moest nadien niet in behandeling bij een psycholoog, maar was er wel een poosje niet goed van."
Intussen werkt Vergote al 26 jaar op de spoed, en is het agressieprobleem volgens hem veel groter geworden. In het ASZ Aalst moet de politie tegenwoordig één à twee keer per week opgeroepen worden voor een ernstig incident. "Mensen halen uit, met kletsen en vuistslagen. Personeel wordt tegen de muur geduwd. Bij de keel gepakt."
Vaak zijn die patiënten onder invloed van alcohol of drugs. Soms kan agressie ook een ziektesymptoom zijn, bijvoorbeeld van een hersenontsteking, of bij mensen die in een psychose zitten.
De concrete aanleiding, zegt Vergote, is meestal dat de patiënt vindt dat hij te lang moet wachten voor die aan de beurt komt. "Voor de vijftig andere patiënten heeft die patiënt geen oog. Zijn probleem is het belangrijkste probleem en dat moet nú opgelost worden."
Wie een MUG aanvalt, verlegt de grens nog eens
Spoedverpleegkundige Cloë Van de Ven
Spoedverpleegkundige Cloë Van de Ven werd op oudejaarsnacht aangevallen, toen ze met de MUG van het Antwerpse Sint-Vincentiusziekenhuis op weg was naar een reanimatie. De MUG-wagen werd ingesloten door een groep jongeren die amok maakten en vuurwerk afschoten. "Ik besefte: dit is niet goed. En toen kwam er een jonge gast met een hoodie aan die een supergrote vuilzak op het raam van de MUG gooide".
Pas na een vijftal minuten slaagt Cloë erin de MUG uit de blokkade te manoeuvreren en door te rijden. In tranen komt ze toe bij de patiënt. Die blijkt een epilepsieaanval te hebben, en moet gelukkig niet gereanimeerd worden. “Maar achteraf dacht ik ook wel: stel dat het wél een reanimatie was geweest, dan was het oponthoud desastreus geweest voor die man".
Het incident heeft een grote indruk nagelaten op haar. "We zagen al hoe politieagenten en brandweermannen worden aangevallen. Maar wie een MUG aanvalt, verlegt die grens nog eens."
Overkoepelend meldpunt
Op onze spoeddienst zien we veel méér agressie dan vroeger, en alsmaar vaker wordt het ook fysiek", zegt dokter Vergote (ASZ in Aalst). Dat er méér agressie zou zijn dan vroeger, horen we ook in enkele andere ziekenhuizen, maar betrouwbare cijfers zijn er niet. Elk ziekenhuis heeft zijn eigen manier van registreren, en - zeker voor verbale agressie - is er vermoedelijk een grote onderrapportering. Daarom pleiten veel ziekenhuizen voor een nieuw overkoepelend meldpunt, dat uitgaat van de federale overheid. Zo'n meldpunt moet de evolutie en de schaal van de agressie tegen zorgverleners in kaart brengen. Spoedverpleegkundige Cloë Van de Ven zag al verschillende collega's uitvallen als gevolg van voortdurende agressie op het werk. "Bij agressie denken mensen snel aan een blauw oog. Maar ook wanneer mensen vijf keer vragen 'hoelang het nog duurt', weegt dat door. Al die latente vormen van agressie zorgen ervoor dat wij als hulpverleners heel vaak tegen onze grenzen aanzitten."
Pepperspray en handboeien
Op de spoedgevallendienst van het ASZ Aalst hangen 47 camera's. Die registreren de agressie-incidenten, maar kunnen natuurlijk niet ingrijpen op het moment zelf. "Daarvoor rekenen we als collega's op elkaar", zegt dokter Vergote. "En we hebben ook een korte lijn met de politie. Als we hen bellen, komen ze minstens met twee combi's". Het ASZ Aalst heeft geen bewakingsagenten in dienst. Andere ziekenhuizen, vaak in het centrum van grotere steden, hebben wel beveiliging. Die investering gebeurt met eigen middelen - geen evidentie, want veel ziekenhuizen zitten al in de rode cijfers - maar soms wel noodzakelijk.
"We hebben al patiënten gehad die bij de balie met een kapmes op het raam sloegen. Of mensen die zwaaien met een machete of met een stoelpoot." Bert Vleminx werkt als bewakingsagent bij de ZNA-ziekenhuizen in Antwerpen, als teamleider security.
Ik hoop dat de dag nooit komt dat de MUG moet uitrijden met een derde man, alleen maar voor de veiligheid
Hij probeert altijd eerst in dialoog te gaan en meestal volstaat dat om de agressieve patiënt te kalmeren. Maar soms heeft hij geen andere keuze dan de patiënt te overmeesteren en in bedwang te houden tot de politie komt. Zelf vindt Vleminx dat bewakingsagenten in ziekenhuizen te weinig bevoegdheden hebben. Anders dan politieagenten, mag een bewakingsagent in een ziekenhuis bijvoorbeeld geen handboeien gebruiken, of pepperspray: "Dan moeten we erbovenop gaan zitten met een aantal personen, soms tien of twintig minuten. Maar dat is inhumaner voor die patiënt dan het gebruik van handboeien”.
Spoedverpleegkundige Cloë Van de Ven hoopt dat handboeien en pepperspray uit het ziekenhuis blijven. "Het zou niet nodig mogen zijn. Ik denk dat we voldoende kunnen rekenen op de politie. Maar ik hoop dat de dag nooit komt dat de MUG moet uitrijden met 'een derde man', die ervoor moet zorgen dat we veilig op onze locatie aankomen.”




