Naar hoofdinhoud

Eerste hulp bij schoolkeuzestress: 5 dingen waar je op kan letten wanneer je een school kiest voor je kleuter

Loopt er een peuter rond bij je thuis die volgend schooljaar voor het eerst een kleuterklas binnenstapt? Dan is de kans groot dat je deze periode op zoek gaat naar een basisschool voor de komende negen jaar. Hoe kies je die en waar kan je op letten? Onderwijsexperts helpen je de bomen te zien door het onderwijskundige bos: “Ontdekkend leren en open leerpleinen zijn een rode vlag.”

Sanne Baeck
Gepubliceerd:

“Er zijn verschillende goeie visies op onderwijs. Maar nóg belangrijker dan welke visie een school heeft, is dat de neuzen van de leerkrachten en ouders in dezelfde richting staan.” Aan het woord is Pedro De Bruyckere, onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht. Al zijn bepaalde visies en praktijken wel meer wetenschappelijk onderbouwd dan andere. 

1. Manier van lesgeven

Niet elke school kiest voor dezelfde aanpak. Sommige scholen zetten in op meer leerkrachten per klas. Andere scholen kiezen er dan weer voor om leerlingen van verschillende leeftijden samen te zetten. Wat helpt je kind vooruit?

Co-teaching

Vaak gaat het om twee leerkrachten die samen in een klas staan. “Kleinere onderzoeken zien voorzichtig positieve effecten voor het welbevinden van die leerkrachten, maar duidelijke leereffecten voor de leerlingen zijn nog niet gevonden. Er is nog te weinig onderzoek naar het effect van co-teaching om grote conclusies te kunnen trekken,” zegt De Bruyckere. 

Het voordeel van co-teaching is dat een kind misschien meer aansluiting kan vinden bij de ene leerkracht dan bij de andere.

Paul Kirschner, emeritus hoogleraar onderwijspsychologie

Paul Kirschner, emeritus hoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit in Nederland, vult aan: “Het voordeel van co-teaching is dat je als kind niet een heel jaar met dezelfde leerkracht zit opgescheept. Mogelijk vindt het meer aansluiting bij de ene dan bij de andere leerkracht. Maar het belangrijkste is dat een leerkracht lesgeeft op basis van de wetenschappelijke kennis over hoe leerlingen leren. Of je daarbij dan alleen of met twee voor de klas staat, is minder van belang.”

Graadklassen

Dat is ook het geval voor graadklassen. Daar zitten leerlingen van twee of meer verschillende leeftijden samen. Soms uit noodzaak door het lage leerlingenaantal, soms bewust omdat kinderen dan kunnen leren van elkaar en de leerkracht beter kan differentiëren. De Bruyckere: “Het weinige onderzoek suggereert dat graadklassen mogelijk een positief effect hebben voor de jongere kinderen in de klas, terwijl dat niet het geval is voor de oudere kinderen. Maar ook hier is meer onderzoek over nodig.”

Niveaugroepen

Wie wil inzetten op differentiëren, kiest soms ook voor een ‘meersporenaanpak’. Daarbij deel je voor bijvoorbeeld rekenen en taal je leerlingen in niveaugroepen in. Leerlingen die weinig instructie nodig hebben, krijgen oefeningen om meer zelfstandig aan de slag te gaan. Andere leerlingen krijgen meer begeleiding van de leerkracht.

Kirschner: “Het kan zeker zinvol zijn dat leerlingen op andere manieren aan dezelfde doelen werken. Maar als ook de leerdoelen aangepast worden aan het niveau, dan loopt het fout. Want dan is er geen gemeenschappelijke kennisbasis meer voor de klasgroep waarop je kan verder bouwen.”

Daarom zijn zulke groepjes best flexibel, zegt ook De Bruyckere: “Als een leerling een sprong maakt, moet die van groepje kunnen veranderen. Anders riskeer je stigmatisering en kan je de ongelijkheid tussen leerlingen verder vergroten.” 

Rode vlaggen

Zowel Kirschner als De Bruyckere zijn het roerend eens over het negatieve effect van ‘open leerruimtes’. Dan laat je kinderen zelfstandig in grote open ruimtes werken, en kunnen ze in kleinere ruimtes extra instructies vragen aan hun coachende leerkracht.

Volwassenen zijn in een landschapskantoor sneller afgeleid, dus laat staan dat kinderen zich in een open ruimte zouden kunnen concentreren.

Paul Kirschner, emeritus hoogleraar onderwijspsychologie

Kirschner verklaart: “Volwassenen zijn in landschapskantoren minder productief en sneller afgeleid. Laat staan dat kinderen zich zouden kunnen concentreren.” De Bruyckere vult aan: “Als leerlingen vooral in open leerruimtes zitten, zien we een duidelijk negatief effect voor de taalontwikkeling van minder kansrijke leerlingen. Sommige scholen prijzen die open leerruimtes aan als vernieuwend onderwijs, maar in andere landen experimenteerden ze er al mee in de jaren ’70 en zijn ze er terecht van teruggekomen.” 

Zijn er nog andere rode vlaggen? Kirschner waarschuwt: “Loop weg van scholen die letten op de zogenoemde leerstijlen van hun leerlingen. Dat is wetenschappelijke nonsens. Net als scholen die ontdekkend leren promoten. Een kind leer je niet zelf ontdekken hoe een drukke straat over te steken. Ook voor meer complexe materies werkt dat niet.”

2. De grootte van de klas

Kies je voor een kleinschalige school of heeft het net voordelen om voor een grote school te kiezen? De Bruyckere: “Het beste voor de leerlingen is dat leerkrachten tijd krijgen om zich bij te scholen. Maar dan moet een school de afwezigheid van die leerkracht wel kunnen opvangen. Dat is moeilijk bij erg kleine schoolteams.” Maar ook té grote schoolteams kunnen een nadeel hebben: “Daar kan de werking anoniemer zijn en kan het overzicht ontbreken wie waar verantwoordelijk voor is.” Het ideale schoolteam zit er dus ergens middenin.

Het beste voor de leerlingen is dat leerkrachten tijd krijgen om zich bij te scholen.

Pedro De Bruyckere

Maakt ook de grootte van je klas een verschil? De Bruyckere: “Dat is moeilijk wetenschappelijk te bewijzen. Al is er wel een langlopende studie die aantoont dat kleinere kleuterklassen van maximaal 15 leerlingen een positief effect op langere termijn hebben.” Dat werkt vooral als je je didactiek daaraan aanpast, vertelt Kirschner: “Als je op dezelfde manier lesgeeft aan 25 of 15 leerlingen, maakt dat weinig verschil. Dan ga je als leerkracht enkel minder administratie hebben.”

Volgens De Bruyckere wegen de voordelen niet per se op tegen de praktische bezwaren: “Kleinere klasgroepen creëren een nog groter lerarentekort. Bovendien zijn kleine klassen erg duur, en dus is de vraag of je geen andere maatregelen kan nemen die even positief zijn en een stuk goedkoper zijn. Als je bijvoorbeeld sterk inzet op klasmanagement kan een grote klasgroep zich ook prima concentreren.”

3. Diversiteit op de speelplaats

Twijfel je om je kind naar een school te sturen met veel diversiteit? Ook hier geldt: de manier waarop de leerkracht lesgeeft en de expertise van de leerkracht rond diversiteit is belangrijker dan de samenstelling van de klas.

Kansarme leerlingen gaan beter vooruit wanneer er een goede sociale mix is.

Mieke Van Houtte, professor onderwijssociologie UGent

Mieke Van Houtte, professor onderwijssociologie aan de UGent, onderzocht de voor- en nadelen: “Voor kinderen uit de hogere- en middenklasse zien we weinig verschil op vlak van leerprestaties, omdat die leerlingen ook thuis ondersteuning krijgen. Kansarme leerlingen gaan beter vooruit wanneer er een goede sociale mix is. Dan worden ze door de beter presterende leerlingen mee omhooggetild.” 

Ook om andere redenen is ze voorstander van een goede sociale mix: “In ons onderzoek zagen we dat leerlingen in een diverse school meer waardering en vriendschappen hebben over de sociale grenzen heen.” 

4. Katholiek onderwijs of toch gemeenschapsonderwijs?

Kies je voor een school, dan kies je bijna altijd ook voor een koepel. Je hebt in Vlaanderen onderwijs dat de overheid mee organiseert, zoals bij gemeentelijke of provinciale scholen of scholen van het GO!. Daarnaast heb je het vrij gesubsidieerd onderwijs met Katholiek Onderwijs Vlaanderen als de grootste koepel.

Bij het officieel onderwijs kan je zelf kiezen welke levensbeschouwing je kind op school zal krijgen: zedenleer of katholieke, orthodoxe, protestantse, anglicaanse, joodse of islamitische godsdienst. Bij het vrij onderwijs kiest de school dan weer zelf welke levensbeschouwing het aanbiedt. 

5. Praktische overwegingen

Er zijn ook heel wat praktische zaken die voor jou de doorslag kunnen geven: kan je kind een warme maaltijd krijgen op school? Wanneer gaat de schoolbel? En hoe is de kinderopvang buiten de schooluren geregeld? Ook de ligging is belangrijk: ga je voor een school vlakbij huis, of is het praktischer om je kind met de fiets of auto af te zetten op weg naar het werk? 

De afstand van je werk- of thuisadres tot de school kan belangrijk zijn als jouw voorkeurschool met een aanmeldsysteem werkt omdat de beschikbare plaatsen beperkt zijn. Dan kan die afstand jou meer kans op een plekje bezorgen, maar ook ‘toeval’ kan een criterium zijn. Als je na wikken en wegen die ene school helemaal bovenaan je lijstje zet, is het dus soms nog enkele weken afwachten of er echt sprake is van een vrije schoolkeuze.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"