Een maand na de invoering van de tweede fase van de nieuwe vervoersplannen van De Lijn zijn er nog altijd veel klachten. De Lijn heeft er intussen al 7.200 opgetekend en heeft inmiddels al een 30-tal aanpassingen uitgevoerd. Reizigers klagen over de afschaffing van bushaltes, maar ook over het flexvervoer. Dat vervoer op maat moet een alternatief bieden voor wie niet langer een gewone lijnbus kan nemen, maar blijkt toch hardnekkige kinderziektes te hebben.
De Lijn stuurt vervoersplan bij, maar flexvervoer blijft pijnpunt: "Je weet wanneer je vertrekt, maar niet wanneer je aankomt"
Vorige maand zijn in heel Vlaanderen ruim 3.200 bushaltes geschrapt. Bussen rijden nu ook meer op de hoofdwegen in plaats van door de wijken, waardoor ze in principe sneller zouden moeten zijn. Het is de bedoeling dat de hiaten worden opgevuld door flexvervoer, dat alleen rijdt als een reiziger een rit heeft gereserveerd.
Maar er kwamen klachten, veel klachten. De Lijn zelf heeft er in totaal al 7.200 opgetekend, reizigersvereniging TreinTramBus 400. In samenspraak met lokale besturen, de vervoerregioraden, scholen of maatwerkbedrijven is volgens De Lijn in 132 gevallen beslist dat er een aanpassing zal gebeuren.
Daarvan zijn er al 30 uitgevoerd. Het gaat over wijzigingen aan een halte, de inzet van een grotere bus of de uren van een rit aanpassen om beter aan te sluiten op bijvoorbeeld schooluren.
Flexvervoer?
Haltes waar geen bussen op regelmatige basis stoppen, werden in het nieuwe vervoersplan flexhaltes. Die worden alleen bediend door flexvervoer, dat in de plaats kwam van de belbussen. Daarvoor moet de reiziger een rit reserveren bij een Hoppin-centrale. Dat kan vanaf 30 dagen tot 30 minuten voor de rit, via de app, de website of telefonisch.
Volgens De Lijn vinden reizigers de weg naar het flexvervoer. Er werden al 59.700 reservaties genoteerd, goed voor 73.000 reizigers. Er is een licht stijgende trend van het aantal flexgebruikers, zegt de vervoersmaatschappij.
Rit met flexbus kan soms veel langer duren
Maar dat vervoer op maat blijkt toch niet helemaal aan de verwachtingen te voldoen. "Als je op een vast uur ergens moet zijn, moet je toch heel wat extra tijd reserveren", vertelt ons een gebruikster uit Limburg die liever anoniem blijft.
Enkele keren per week moet ze van bij haar thuis in Linkhout, bij Lummen, naar haar werk in Kortessem, zo'n 28 kilometer verderop.
Het is niet een ideaal vervoermiddel voor woon-werkverkeer
Een gebruiker van flexvervoer
"Het reserveren van een rit werkt prima", vertelt ze. "Een half uur op voorhand krijg ik bevestiging en een tiental minuutjes vooraf krijg ik nog een bericht dat de bus eraan komt."
Het echte probleem blijkt de busrit zelf. "Je weet wanneer je vertrekt, maar niet wanneer je aankomt. Want dat hangt af van wie er eventueel nog opstapt tijdens je rit. Als nog iemand anders een rit met jouw flexbus reserveert, kan het dat die een andere route gaat volgen."
Dat blijkt gevolgen te hebben. "Daardoor kan een rit dubbel zo lang uitvallen. Als je dus op een vast uur ergens moet zijn, moet je heel wat reservetijd voorzien. Het is niet een ideaal vervoermiddel voor woon-werkverkeer."
"Dit is natuurlijk een keuze die je moet maken, en dat is eigen aan het flexvervoer", reageert directeur-generaal Ann Schoubs van De Lijn in "De ochtend", op Radio 1. "Als reiziger moet je natuurlijk een keuze maken: is mijn vertrekuur of mijn aankomstuur heel belangrijk." Schoubs beseft dat het flexvervoer "extra aandacht" vraagt en belooft een "continue interne evaluatie".
Puzzelen met routeplanners
Onze getuige heeft soms wel andere mogelijkheden om op haar werk in Kortessem te raken, want er rijden ook gewone lijnbussen door haar dorp. In principe kan ze ook zo'n bus nemen, en die combineren met een treinrit vanuit Diest naar Hasselt, en nog eens een andere lijnbus van daar naar Kortessem. "Het rare is dat de routeplanners niet altijd die optie aanbieden", vertelt ze.
Onze proef op de som bevestigt dat. Afhankelijk van het vertrekuur dat je opgeeft, krijg je andere opties voorgeschoteld.
En het wordt nog wat ingewikkelder. Op de routeplanner van De Lijn kan je alleen maar de verschillende opties bekijken, maar als je kiest voor de optie met een flexbus moet je die boeken via de routeplanner van Hoppin, het platform dat specifiek voor het flexvervoer is ontwikkeld. Een rit met een flexbus kan je niet boeken via De Lijn zelf.
Waarom twee routeplanners?
Het bestaan van Hoppin heeft te maken met het contract van 100 miljoen voor flexvervoer dat Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) in 2021 gunde aan de Duits-Amerikaanse firma Via.
Hoewel Peeters vorig jaar besliste om het flexvervoer toch aan De Lijn toe te wijzen, blijkt de Hoppin-app door Via te worden beheerd. Dat geldt ook voor de Hoppin-centrale, waar je telefonisch een rit kan reserveren.
Dat is politiek gepruts
Peter Meukens (TreinTramBus)
"Dat is omdat de Hoppin-app mee was opgenomen in het bestek", legt Marco Demerling van De Lijn uit. "Vandaag is dat niet meer logisch." De Lijn onderzoekt hoe beide apps kunnen worden geïntegreerd.
Echt gebruiksvriendelijk lijkt een systeem met twee apps en twee verschillende routeplanners in elk geval niet. "Dat is allemaal het gevolg van de beslissing van de minister om het geweer van schouder te veranderen en het flexvervoer dan toch weer bij De Lijn te leggen", zegt Peter Meukens van reizigersvereniging TreinTramBus.
"Men heeft onvoldoende nagedacht over de gevolgen van een beslissing. Dat is politiek gepruts."


