Het verbaast je misschien niet, maar het is ook wetenschappelijk bevestigd: een wandeling doet wonderen voor je hoofd. En wandelen in de natuur, in tegenstelling tot een stadsomgeving, brengt volgens een Amerikaanse studie zelfs nog meer voordelen met zich mee.
Een wandeling om je aandacht te verbeteren? Dat doe je beter in de natuur, zegt Amerikaanse studie
Een frisse neus om je hoofd leeg te maken: velen zweren bij een wandeling om hun hoofd te temmen en hun aandacht te verbeteren. Maar is de omgeving waarin je wandelt van belang? Is een ommetje in de natuur beter dan in de stad?
Dat hebben Amerikaanse onderzoekers bestudeerd aan de hand van een experiment met 92 proefpersonen. Die werden in twee groepen verdeeld. De ene groep moest door de botanische tuin van de universiteit wandelen, de andere groep door een stadsomgeving. Dat telkens voor een tocht van 40 minuten.
1000, 993, 986...
De aandacht van beide groepen werd voor en na hun wandeling gemeten op twee verschillende manieren. De eerste manier is met een hersenkapje, waarbij elektroden op het hoofd bevestigd worden. "Dat is om de elektrische activiteit van de hersenen te meten. Zo kan je de aandacht echt fysiologisch meten", legt psycholoog Nathalie Michels (UGent) uit in "Nieuwe feiten" op Radio 1.
De tweede manier is een computertest. "Daarbij wordt dan gekeken hoe snel ze bepaalde taakjes kunnen oplossen." Zowel voor als na de stevige wandeling moesten de deelnemers met zo'n kapje de test voltooien. Die resultaten werden met elkaar vergeleken.
Een wandeling in de natuur? Volgens nieuw onderzoek doet het écht wonderen voor je aandacht
Maar nog voor de deelnemers aan die aandachtstesten begonnen, werden hun cognitieve krachten flink uitgeput. De onderzoekers onderwierpen ze aan een hoofdrekentaak: ze moesten 10 minuten lang aftellen van 1000 naar 0, in sprongen van 7.
"Dat is om hun aandacht wat op te gebruiken, zodanig dat ze die later volledig kunnen herstellen." Want dat, zo luidt de hypothese, gebeurt door te wandelen.
Toch beter de natuur in?
"Beide groepen scoorden beter op het taakje na de wandeling dan voor de wandeling", zegt Michels. Op zich is dat geen verrassende uitkomst. "Het is al geweten dat wandelen ervoor zorgt dat je mentale en cognitieve processen zich kunnen herstellen."
In de natuur zijn de prikkels zachter, waardoor je je batterij kan opladen
Maar de onderzoekers vonden een opvallend verschil tussen de twee groepen. "De mensen die in de natuur wandelden, waren beter in bepaalde aandachtstaken die ze moesten uitvoeren. Die aandachtsherstelactiviteiten werden ook in de hersenen van de natuurwandelaars waargenomen."
Het gaat hierbij vooral om activiteit in de prefrontale cortex. Dat is het deel van de hersenen dat cruciaal is voor onder andere probleemoplossend denken en het nemen van beslissingen.
Zachtere prikkels
De theorie dat een wandeling in de natuur werkt als een "resetknop" gaat al een tiental jaar mee. Het heeft volgens Michels alles te maken met de indrukken die op je afkomen. "In een stadsomgeving krijgen we veel prikkels. Geluidsprikkels, maar ook visuele prikkels. Je moet constant kiezen op wat je je gaat focussen, dus dat vraagt veel aandacht."
In een natuuromgeving gaat het er anders aan toe. "Er zijn ook geluiden en bewegingen, maar die zijn zachter. Je hebt dus niet die zeer gefocuste aandacht nodig, maar een zachtere aandacht. Daardoor kan je je batterij wat opladen. Nadien, als je uit die natuurwandeling terugkomt, kan je dan beter je aandacht focussen."
Wandelen lost misschien niet al je problemen op. Maar volgende keer dat je een moeilijke beslissing moet maken, weet dan dat een wandeling door de natuur je wel degelijk kan helpen.

