De lidstaten van de Europese Unie zijn het eens geraakt over een eerste stap om de winsten op geblokkeerd geld van de Russische centrale bank in te zetten voor de wederopbouw van Oekraïne. Alvast 3 miljard euro wordt op een aparte rekening gezet. Al is nog niet duidelijk of en wanneer Oekraïne het geld zal krijgen.
"De EU-ambassadeurs hebben een principeakkoord bereikt over een voorstel voor het gebruik van onverhoopte winsten op geblokkeerde activa voor de heropbouw van Oekraïne", kondigde het Belgische EU-voorzitterschap gisteravond aan op X. De tekst wordt nu juridisch op punt gesteld, waarna hij via schriftelijke procedure zal worden aangenomen.
De EU heeft al lange tijd de intentie om de inkomsten uit de geblokkeerde Russische activa aan Oekraïne te geven, maar dat is juridisch niet zo makkelijk.
Na enig denkwerk stelde de Europese Commissie in december voor om bij wijze van eerste stap ervoor te zorgen dat deze winsten bij de betrokken financiële instellingen op een aparte rekening worden geparkeerd. Voor de tweede stap, de overdracht van het geld naar Oekraïne, zijn bijkomende beslissingen nodig.
200 miljard geblokkeerd
Sinds de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 zijn ongeveer 200 miljard euro aan activa van de Russische centrale bank geblokkeerd in de EU. Zo'n 90 procent van die fondsen wordt vastgehouden bij Euroclear in Brussel.
Deze instelling, die effecten in bewaring neemt om transacties met deze effecten af te wikkelen, kondigde onlangs aan dat ze in de eerste 9 maanden van vorig jaar 3 miljard euro had verdiend aan interesten op deze Russische activa.
België had eerder al besloten om de belastinginkomsten op de interesten en winsten die voortvloeien uit deze activa opzij te zetten voor Oekraïne. Voor 2023 en 2024 gaat het in totaal om ongeveer 2,3 miljard euro. De Belgische maatregel heeft enkel betrekking op de fiscale inkomsten, niet op de winsten zelf.
Van een onteigening van de Russische activa zelf is vooralsnog geen sprake. Dat is juridisch eveneens bijzonder complex. Bovendien wordt gevreesd dat zo'n radicale maatregel het vertrouwen van de investeerders in de EU als financieel centrum zou kunnen ondermijnen.
