Het aantal harttransplantaties in België staat met 49 in 2023 op het laagste punt in zeker tien jaar. Dat blijkt uit cijfers van de federale overheidsdienst Volksgezondheid. De belangrijkste oorzaak is de hogere leeftijd van donoren. Voor alle andere organen steeg het aantal transplantaties.
Er zijn almaar meer donoren, maar hun profiel is veranderd tegenover tien jaar geleden, zegt Luc Colenbie, expert transplantaties bij de FOD Volksgezondheid. "Vroeger was de doodsoorzaak van donoren vaker een verkeersongeval."
"We zien nu dat de leeftijd van donoren stijgt, wat ook een invloed heeft op de doodsoorzaak. De meeste donoren sterven aan een hersenbloeding. Het hart is daarom minder kwalitatief."
De daling benadrukt het belang van medische technologieën zoals perfusiemachines, zegt Colenbie. Die toestellen bootsen het menselijk lichaam na en houden een orgaan in leven door er zuurstof of medicijnen en voedingsstoffen te laten doorstromen.
"Dankzij die machines kunnen nu ook minder kwalitatieve organen worden aangenomen. De kwaliteit wordt zelf een beetje beter. Zulke machines kosten natuurlijk wel geld, maar ik denk dat ze de toekomst zijn."
Wachtlijst ook korter
Ondanks het dalende aantal harttransplantaties werd vorig jaar ook de wachtlijst voor mensen die op een nieuw hart wachten (75 mensen, tegenover 83 in 2022) korter. In totaal stonden er vorig jaar iets minder mensen op wachtlijsten voor orgaandonatie dan in 2022 of 2021. Van de 1.453 patiënten wacht de meerderheid (1.186 mensen) op een nier. De FOD Volksgezondheid onderstreept dat vraag naar orgaandonoren nog steeds aanzienlijk is.
In totaal doneerden vorig jaar 369 mensen na hun overlijden minstens een orgaan, een stijging van 19 procent tegenover 2022. Ook het aantal levende donaties steeg. Er vonden 80 levende niertransplantaties en 27 levende levertransplantaties plaats. Een recente wetswijziging garandeert levende donoren gratis medische opvolging gedurende tien jaar.
Voor alle organen, behalve het hart dus, steeg het aantal transplantaties. Het totale aantal levertransplantaties steeg tot 314. Voor nieren vonden dan weer 449 ingrepen plaats. Het aantal longtransplantaties lag met 116 na drie jaar opnieuw boven de grens van honderd. Er werd ook vijftien keer een pancreas getransplanteerd, altijd in combinatie met andere organen.


