De zesdejaars van het middelbaar vieren deze week de laatste 100 dagen van hun schoolcarrière. In Leuven noemen ze die dag “Chrysostomos”, terwijl ze die benaming in sommige andere steden en gemeenten niet kennen. Waarom is dat zo? “Het heeft allemaal te maken met een bisschop uit Constantinopel”, vertelt dialectoloog Chris De Wulf in “Goeiemorgen morgen!” op Radio2.
De ene zesdejaars viert Chrysostomos, de andere 100-dagen: waar zit het verschil?
Om de oorsprong van de benaming “Chrysostomos” te achterhalen, moeten we terug gaan naar het einde van de vierde eeuw. Toen leefde er een aartsbisschop die Johannes Chrysostomus heette. “Hij was de patroonheilige van de redenaars,” vertelt dialectoloog Chris De Wulf in “Goeiemorgen morgen!” op Radio2.
De ene zesdejaars viert Chrysostomos, de andere 100-dagen: waar zit het verschil?
“Redenaars zijn mensen die vlot in het openbaar kunnen spreken. Een kunst die vroeger heel belangrijk was.” Dat goed en vlot kunnen praten, noemen we retorica. Het zesde jaar in de middelbare school werd tot een paar generaties terug nog “Retorica” genoemd. “Dat was zo omdat men in dat jaar vooral de klassieke tragedieschrijver in het Grieks en het Latijn bestudeerde.”
Vanaf de jaren 80, had die viering nog weinig met speeches te maken en werd het vooral een feest voor scholieren
Chris De Wulf, dialectoloog
De feestdag van de heilige Chrysostomus is op 27 januari. Dat valt vaak samen met de laatste 100 dagen van het schooljaar. “Om die twee gebeurtenissen te vieren, organiseerde het Sint-Pieterscollege in Leuven een dag waarop verschillende speeches gehouden werden. Dit is meteen de eerste Chrysostomos-viering die we in de geschiedenisboeken terugvinden.”
Later verspreidde de viering zich door de rest van Vlaanderen. “Vanaf de jaren 80, had die viering nog weinig met speeches te maken en werd het vooral een feest voor scholieren. Vandaar dat de naam dus veranderde in “100 dagen” of “hoedjesdag”, zoals ze vooral aan onze Belgische kust zeggen. Daarmee verwijzen ze dan weer naar de studenten die zich talrijk verkleden”, aldus De Wulf.

